Eerste lezing
Efeziërs 4, 1-13
Ik, die gevangenzit omwille van de Heer, vraag u dan ook dringend de weg te gaan die past bij de roeping die u hebt ontvangen: wees altijd nederig, zachtmoedig en geduldig, en verdraag elkaar uit liefde. Span u in om door de samenbindende kracht van de vrede de eenheid te bewaren die de Geest u geeft: één lichaam en één geest, zoals u één hoop hebt op grond van uw roeping, één Heer, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, die boven allen, door allen en in allen is.
Aan ieder van ons is genade geschonken naar de maat waarmee Christus geeft. Daarom staat er: ‘Toen Hij opsteeg naar omhoog, voerde Hij gevangenen mee en schonk Hij gaven aan de mensen. ‘Hij steeg op’ – wat betekent dat anders dan dat Hij ook is afgedaald naar wat lager ligt, naar de Aarde? Hij die is afgedaald is dezelfde als Hij die opsteeg, tot boven de hemelsferen, om alles met zijn aanwezigheid te vullen. En Hij is het die zowel apostelen heeft aangesteld als profeten, zowel verkondigers van het evangelie als herders en leraren, om de heiligen toe te rusten voor het werk in zijn dienst. Zo wordt het lichaam van Christus opgebouwd, totdat wij allen samen door ons geloof en door onze kennis van de Zoon van God een eenheid vormen, de eenheid van de volmaakte mens, van de tot volle wasdom gekomen volheid van Christus.
Evangelie
Johannes 12, 31-36
Nu wordt het oordeel over deze wereld geveld, nu zal de heerser van deze wereld uitgebannen worden. “Wanneer Ik van de Aarde omhooggeheven word, zal Ik iedereen naar mij toe halen.” Daarmee duidde Hij aan welke dood Hij zou sterven. De mensen zeiden: “Maar wij hebben uit de wet begrepen dat de messias eeuwig blijft leven. Waarom zegt U dan dat de Mensenzoon omhooggeheven moet worden? Wie is die Mensenzoon? “Nog een korte tijd is het licht bij u,” antwoordde Jezus. “Ga uw weg zolang het licht is en laat de duisternis u niet overvallen; wie in het donker loopt weet niet waar hij heen gaat. Geloof in het licht zolang u het licht bij u hebt, dan bent u kinderen van het licht” Na deze woorden ging Jezus weg en Hij hield zich voor hen schuil.
Overweging
Vorige week, tijdens het hardlopen, vertelde een hardloopmaatje mij dat hij, zijn broer en een muzikant het plan hebben opgevat een vervolg te maken op het muzikaal theaterstuk de Koopman en de dominee. De datum is geprikt, en het Beauforthuis is al geboekt. Maar, zei hij, voor het zover is moet er nog wel heel veel gebeuren. Onder andere het oplossen van een aantal meningsverschillen. Waarop ik suggereerde dat je die meningsverschillen ook tot thema zou kunnen maken. In het theater kun je die goed uitvergroten en ze als een spiegel naar het publiek toe laten werken. En jullie kunnen samen blijven spelen, want de lol van het maken, het repeteren en het opvoeren blijft. Dat is wat jullie verbindt.
Onenigheid is van alle tijden
Meningsverschillen, verschillen in inzicht, in de politiek, de economie, de wetenschap, de huishouding, (“Ga je nog stofzuigen?” “Dat zou jij toch doen?”) op het werk, maar ook in de theologie of als het gaat over de interpretatie van bijbelteksten, zijn van alle tijden en van iedereen. Paulus zag dat al in de jonge christengemeenten. Maar ook wij, bijna 2000 jaar later, hebben er nog steeds mee te maken. Ook in de voorbereidingsgroep van deze viering liepen we tegen verschillende interpretaties van teksten aan.
We hoorden net dat Paulus de christenen van Efeze oproept om zich in te spannen om door de samenbindende kracht van de vrede de eenheid te bewaren die de Geest u geeft. De eenheid bewaren gaat dus niet vanzelf. Daar moet je echt moeite voor doen, het vraagt om inspanning. Maar God zou God niet zijn als hij daar ons niet toe in staat acht. Hij heeft ons daartoe werktuigen, middelen gegeven. Hij heeft ons toegerust met genadegaven.
Hoe versta je: dat aan ieder van ons genade is geschonken naar de maat waarmee Christus geeft?
Paulus schrijft dat aan ieder van ons genade is geschonken naar de maat waarmee Christus geeft. En laat het nu juist deze zin zijn die binnen de voorbereidingsgroep op verschillende manieren werd verstaan. Hoor je erin dat we allemaal overvloedig genade ontvangen omdat de maat van Christus voor iedereen hetzelfde is, namelijk bijzonder ruimhartig. Of versta je het op een manier waarop de Bijbel in gewone taal dat doet: “Christus heeft ons allemaal een geschenk gegeven dat bij ons past.” Zo opgevat krijgt ieder wat anders.
Zelf neig ik naar een combinatie. We ontvangen allemaal overvloedig maar niet allemaal hetzelfde. In de brief die Paulus schreef aan de christenen in Korinte en enigszins lijkt op de brief aan de bewoners van Efeze, wordt namelijk een aantal genade gaven met name genoemd, zoals wijsheid, kennis, vermogen tot genezen of om wonderen te doen.
Eerlijk gezegd vind ik de zinsnede dat Christus ons allemaal een geschenk geeft dat bij ons past wel heel mooi. Het getuigt van aandacht en liefde voor ieder van ons. God kent ons door en door en heeft het beste met ons voor. Hij geeft ons wat wij nodig hebben om te ontwikkelen tot goede mensen. Mensen die goed zijn voor elkaar en voor onze medeschepselen in de wereld om ons heen. En dat kan voor ieder wat anders zijn.
Genade gaven voor de gemeenschap
Al kunnen we van mening verschillen over wat en hoeveel we ontvangen hebben, we kunnen elkaar denk ik wel vinden in het inzicht dat we die gaven niet alleen voor ons zelf hebben gekregen. Genade gaven zijn niet bedoeld om er zelf mee te shinen, en ze te gebruiken voor eigen belang en succes. We hebben ze ontvangen om mee te kunnen bouwen aan een levende gemeenschap, een eenheid in de naam van God die liefde is.
Het lijkt nu meer nodig dan ooit, gezien het wereldtoneel waarop alles en allen tegen elkaar worden uitgespeeld, dat we elkaar vasthouden. Daarom is het goed dat we hier met de verscheidenheid aan kerken bijeen zijn. Waarbij we meer doen dan elkaar liefdevol verdragen. Door samen te bidden en te zingen, ook de liederen die we niet allemaal kennen, versterken we ons gevoel en bewustzijn dat we in onze verscheidenheid één zijn. Dat Gods licht ons één maakt.
In het licht blijven
God brengt ons samen op het ‘toneel in de kerk’ zou je kunnen zeggen. Met onze verschillen in manieren van doen, maar ook in wat en hoe we precies geloven. God roept ons op om daarmee te spelen, elkaar uit te dagen, een spiegel voor te houden maar ook om elkaar te inspireren. En dat is denk ik wat we afgelopen week gedaan hebben met de gebedsvieringen die iedere avond door een andere kerk waren voorbereid. We kwamen bij elkaar over de vloer. Elke avond was anders van opzet, elke avond had een ander karakter, maar we vonden elkaar in de vreugde van het samen zijn, samen vieren en samen geloven.
En om ervoor te zorgen dat we elkaar blijven vasthouden en elkaar niet verliezen in dat spel zet hij ons toneel in het licht. Het liefdevolle licht van Christus dat ons allemaal beschijnt en ons voor het donker behoedt.
Zo gezegd klinkt het eenvoudig. De praktijk is weerbarstiger. Die leert dat we soms buiten die lichtkring raken. En dan zien we elkaar niet meer en valt het spel in duigen. Dan dwalen we doelloos in de wereld rond.
Misschien klinkt daarom die roep van Jezus in het Johannesevangelie om in het licht te blijven, wel zo urgent.
Wij mogen en kunnen kinderen van het licht zijn. En als het ons lukt om in het licht van Jezus te blijven dan zal de wéreld dat ook gaan zien en aangetrokken worden om mee te gaan doen in dat spel van leven, met liefde voor elkaar, gedreven door de liefde van God voor ons en heel de schepping.
Marjolein Tiemens-Hulscher
25 januari 2026