Eerste Lezing
Handelingen 5, 12-16
Door de handen van de apostelen geschiedden er vele wondertekenen onder het volk. Allen waren eensgezind en kwamen te samen in de Zuilengang van Salomo. Van de overigen durfde niemand zich bij hen te voegen, hoezeer het volk hen ook prees. Steeds meer geloofden er in de Heer; mannen zowel als vrouwen sloten zich in grote groepen bij hen aan. Men bracht zelfs de zieken op straat; ze werden neergelegd, de een op een bed, de ander op een draagbaar, in de hoop dat als Petrus voorbijging tenminste zijn schaduw op een van hen zou vallen. Zelfs uit de steden rondom Jeruzalem stroomden de mensen toe. Zij brachten zieken mee en mensen die van onreine geesten te lijden hadden, en allen werden genezen.
Evangelie
Johannes 20, 19-31
Op de avond van de eerste dag van de week, toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: “Vrede zij u.” Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen. Nogmaals zei Jezus tot hen: “Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft zo zend Ik u.” Na deze woorden blies Hij over hen en zei: “Ontvangt de heilige Geest. Als gij iemand zonden vergeeft, dan zijn ze vergeven, en als gij ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.” Tomas, een van de twaalf, ook Didymus genaamd, was echter niet bij hen toen Jezus kwam. De andere leerlingen vertelden hem: “Wij hebben de Heer gezien.” Maar hij antwoordde: “Zolang ik in zijn handen niet het teken van de nagelen zie, en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken, en mijn hand in zijn zijde leggen, zal ik zeker niet geloven.” Acht dagen later waren zijn leerlingen weer in het huis bijeen, en nu was Tomas er bij. Hoewel de deuren gesloten waren kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: “Vrede zij u.” Vervolgens zei Hij tot Tomas: “Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen. Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde en wees niet langer ongelovig maar gelovig.” Toen riep Tomas uit: “Mijn Heer en mijn God!” Toen zei Jezus tot hem: “Omdat ge Mij gezien hebt gelooft ge? Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben. In het bijzijn van zijn leerlingen heeft Jezus nog vele andere tekenen gedaan welke niet in dit boek zijn opgetekend, maar deze hier zijn opgetekend opdat gij moogt geloven dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat gij door te geloven leven moogt in zijn Naam.
Overweging
Arjan Lubach liet in zijn show vaak foto’s zien van mensen met de vraag ‘echt’ of deepfake, gemanipuleerd met de computer. Ik moet eerlijk zeggen dat ik het nooit kon zien. Deepfake, nepnieuws, desinformatie het duikt overal op in de media. Toen Thomas van zijn vrienden hoorde wat ze hadden meegemaakt, dacht hij in eerste instantie dat het nepnieuws was. Jezus gezien met wonden en al? Ja, ja, maak dat de kat wijs.
Gezond kritisch
Jezus zou dwars door een afgesloten deur de kamer binnengekomen zijn waar de leerlingen zich uit angst hadden opgesloten, om samen te rouwen om de dood van hun vriend en herinneringen op te halen. “Hij was het echt”, zeiden zijn vrienden. Hij heeft ons zijn wonden laten zien. Nepnieuws, of toch niet? Thomas twijfelt. Hij beschouwt zijn vrienden als een betrouwbare bron. Waarom zouden ze een loopje met hem nemen? En toch…., Hij kan het niet klakkeloos aannemen. Daarvoor is de gebeurtenis te wonderbaarlijk. Maar het bij voorbaat afschrijven doet hij ook niet. Het liefst zou hij het willen onderzoeken.
Daartoe krijgt hij acht dagen later de mogelijkheid. Als de leerlingen weer bijeen zijn verschijnt Jezus nog een keer en hij nodigt Thomas uit om zijn wonden te betasten. Ik kan me zo voorstellen dat Thomas heel voorzichtig met zijn vingers de wonden aanraakt en zich daarbij bewust wordt van Jezus’ nabijheid en liefde. Thomas is diep geraakt en dit leidt tot de ontroerendste belijdenis die een christen over God kan afleggen: “Mijn Heer, mijn God”. Jezus is door de opstanding Thomas’ Heer en God geworden. Er is een persoonlijke relatie ontstaan. Wij kunnen Jezus, de Verrezene, niet aanraken of vastpakken, zoals Thomas dat kon. Maar we kunnen dat wel in een persoonlijke ontmoeting met een ander, in het aangeraakt en geliefd worden.
Getekend door het leven
De wonden van Jezus hebben zijn lichaam en leven getekend. Ze zijn beeld van zijn liefde, die onze wonden kan genezen. In onze wereld zijn zoveel lichamen door wonden getekend. Littekens van het leven. Soms zichtbaar. Maak vaak ook onzichtbaar, littekens op de ziel. Ik denk aan de mensen die leven in oorlog of een oorlog hebben meegemaakt, mensen die dierbaren zijn verloren, een vader, een moeder, een kind, een vriend of vriendin. Ik denk aan mensen die gewond geraakt zijn door een ongeluk, maar ook aan de ongemakken die ziekte of ouderdom met zich mee brengen, steeds weer iets dat je niet meer kunt. Je wereld wordt steeds kleiner. Ik denk aan de jongeren en hun ouders die angst hebben voor de toekomst door de vele crises waar we mee te maken hebben.
Op Goede Vrijdag werd ik geraakt door de world press foto van dit jaar in de krant, een verstild verpletterend portret uit Gaza. Een jongetje zonder armen, slechts stompjes zaten nog aan de schouders, een blik van berusting. Dat is wat oorlog met kinderen doet, maar ook met de vaders, moeders, opa’s, oma’s.
Getekend voor het leven
Een paar weken eerder trof mij nog een foto uit Gaza. Je ziet allemaal kapot gebombardeerde huizen. Maar het lijkt wel of het puin met man en macht aan de kant is geschoven, en tussen de bergen puin stond een onafzienbare lange tafel met stoelen, waaraan, na zonsondergang, de iftar maaltijd genuttigd zou worden. Die tafel was voor mij een getuigenis van mensen die getekend dóór het leven, zelfs te midden van de puinhopen van de oorlog, tekenen vóór het leven, door elkaar vast te houden en nabij te blijven. Het jongetje heeft hopelijk ook meegegeten, met iemand naast hem om hem te helpen.
Tekenen voor het leven, juist als het moeilijk is, dat is waar het verhaal van de verrijzenis ons toe aanmoedigt. Verrijzenis betekent dat de liefde sterker is dan de dood. Jezus is niet dood gebleven. Zijn liefde heeft de dood overwonnen. Het verhaal van de verrijzenis nodigt ons uit om niet te blijven dolen in de duisternis, maar ons open te stellen voor het licht. Verrijzenis betekent: niet in het verleden blijven hangen, maar leven in het hier en nu, gericht op de toekomst zoals een pelgrim die altijd maar blijft doorlopen en vooruitkijkt, moeilijkheden overwint en vooruitgaat terwijl hij wel dicht bij zichzelf blijft. Verrijzenis is geen herstel van de oude toestand, maar een spiritueel ontwaken en een nieuwe manier van leven.
Hoop begint bij jou
Jezus kwam naar de leerlingen toe toen zij zich, door angst gedreven, hadden opgesloten. “Vrede zij u” zei Jezus tegen hen. “Zoals de Vader mij gezonden heeft, zend ik jullie.” En na dit gezegd te hebben, blies hij op hen en zei: “Ontvang de Geest”. Jezus wilde hen hiermee doen opstaan uit hun lethargie. Ze zaten daar maar in die opgesloten kamer. Kom op, zegt hij. Ga naar buiten en doe wat met je leven. Wees er voor de ander. Maar pas als Thomas zijn handen teder op de wonden van Jezus heeft gelegd, verandert er daadwerkelijk iets. Die handeling, die aanraking, het echte contact maken haalt hun uit hun moedeloosheid en brengt hen in beweging. Ze trekken er op uit. Door de handen van de apostelen geschiedden er vele wondertekenen onder het volk en genazen zieke mensen. Contact maken, er zijn voor de ander, daar gaat het om in een gemeenschap. Paus Franciscus bracht dit in relatie tot hoop. Aan het eind van zijn autobiografie Hoop schrijft hij: Hoop begint bij jou, als jij, je hand uit strekt naar iemand die het nodig heeft. En dan komt er nog een ‘jij’, en nog een ‘jij’, en uiteindelijk worden we ‘wij’. Dan begint de revolutie, een revolutie van tederheid, van liefde die concreet is en nabij komt. Het is je ogen opendoen om de ander te zien, je oren gebruiken om de ander te horen, te luisteren naar de roep van de kleinen, de armen, de mensen die bang zijn voor de toekomst. Het is ook luisteren naar de onhoorbare schreeuw van ons gemeenschappelijk huis, de aarde, die ziek en vervuild is. En na het kijken en het luisteren moeten we niet praten, dan moeten we in actie komen.

