Eerste lezing
Exodus 17, 3-7
In die dagen leed het volk Israël hevige dorst. Zij bleven tegen Mozes morren en zeiden: “Waarom hebt gij ons weggevoerd uit Egypte, als wij toch met kinderen en vee van dorst moeten sterven?” Mozes klaagde zijn nood bij de Heer: “Wat moet ik toch aan met dit volk? Ze staan op het punt mij te stenigen.”
De Heer gaf Mozes ten antwoord: “Ga met enkelen van Israëls oudsten voor het volk uit, neem in uw hand de staf waarmee ge de rivier geslagen hebt en begeef u op weg. Ik zal ginds, voor uw ogen, op een rots staan, op de Horeb. Sla op die rots: er zal water uitstromen, zodat het volk kan drinken.” Mozes deed dat in het bijzijn van Israëls oudsten. Hij noemde de plaats Massa en Meríba vanwege de verwijten van de kinderen van Israël en omdat zij de Heer op de proef hadden gesteld door zich af te vragen: “Is de Heer nu bij ons of niet?”
Evangelie
Johannes 4, 5-30, 39-42
In die tijd kwam Jezus bij een stad in Samaria, Sichar genaamd, dichtbij het stuk grond dat Jakob aan zijn zoon Jozef had gegeven. Daar bevond zich de bron van Jakob. Vermoeid van de tocht ging Jezus bij de bron zitten. Het was ongeveer he zesde uur. Er kwam een vrouw uit Samaria water putten. Jezus zei haar: “Geef Mij te drinken.” Zijn leerlingen waren namelijk naar de stad gegaan om eten te kopen. De Samaritaanse vrouw zei tot Hem: “Hoe kunt gij als Jood nu te drinken vragen aan mij, een Samaritaanse vrouw?” – Joden gaan namelijk niet om met Samaritanen. Jezus gaf ten antwoord: “Als ge de gave Gods kende en wist wie het is, die u zegt: Geef Mij te drinken, zoudt gij het aan Hem hebben gevraagd en Hij zou u levend water hebben gegeven.” De vrouw zei Hem: “Heer, Ge hebt niet eens een emmer en de put is diep; waar haalt Ge dan het levend water vandaan? Of zijt Ge soms groter dan onze vader Jakob die ons de put gaf en er zelf uit dronk met zijn zonen en zijn vee?”
Jezus antwoordde haar: “ieder die van dit water drinkt, krijgt weer dorst, maar wie van het water drinkt dat Ik hem zal geven, krijgt in eeuwigheid geen dorst meer; integendeel, het water dat Ik hem zal geven, zal in hem een waterbron worden, opborrelend tot eeuwig leven.” De vrouw zei Hem: “Heer, geef mij van dat water, zodat ik geen dorst meer krijg en hier niet meer moet komen om te putten.” Hij zei haar: “Ga uw man roepen en kom dan hier terug.” De vrouw antwoordde Hem: “Ik heb geen man.” Jezus zei haar: “Dat zegt ge terecht: ik heb geen man; want vijf mannen hebt ge gehad, en die ge nu hebt is uw man niet. Dat hebt ge naar waarheid gezegd.” De vrouw zei tot Hem: “Heer, ik zie dat Gij een profeet zijt. Onze vaderen aanbaden op deze berg, en bij u zegt men dat in Jeruzalem de plaats is waar men aanbidden moet.” Jezus zei haar: “Geloof Mij, vrouw, er komt een uur dat gij noch op deze berg noch in Jeruzalem de Vader zult aanbidden. Gij aanbidt wat gij niet kent; wij aanbidden wat wij kennen, omdat het heil uit de Joden is. Maar het uur komt, ja het is er al, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid.
De Vader immers zoekt zulke aanbidders. God is geest, en wie Hem aanbidden, moeten Hem in geest en waarheid aanbidden.” De vrouw zei Hem: “Ik weet dat de Messias komt, die Christus genoemd wordt; wanneer Die komt, zal Hij ons alles verkondigen.” Jezus zei haar: “Ik ben het, die met u spreekt.” Op dat moment kwamen zijn leerlingen terug en zij stonden verwonderd dat Hij in gesprek was met een vrouw. Geen van hen echter vroeg: “Wat wilt Ge van haar?” of “Waarom praat Ge met haar?” De vrouw liet haar waterkruik achter, ging naar de stad en zei tot de mensen: “Komt, ziet een mens, die mij alles heeft verteld wat ik gedaan heb! “Zou Hij soms de Christus zijn?” Zij gingen de stad uit en gingen naar Hem toe.
Vele Samaritanen uit de stad geloofden in Hem om het woord van de vrouw die getuigde: “Hij heeft mij alles verteld wat ik gedaan heb.” Toen dus de Samaritanen bij Hem gekomen waren, verzochten zij Hem bij hen te blijven; en Hij bleef daar twee dagen. En door zijn woord kwamen er nog veel meer tot geloof. Tegen de vrouw zeiden ze: “Niet langer geloven wij om wat gij gezegd hebt, want wij hebben Hem zelf gehoord en wij weten: Hij is waarlijk de Redder van de wereld.”
Overweging
Wie is Jezus? Het is dé vraag die door het hele evangelie klinkt. In het Johannes evangelie zijn het opvallend vaak vrouwen aan wie geopenbaard wordt wie Jezus is. De bekendste is misschien wel Maria Magdalena die als eerste getuigt van de verrijzenis van Jezus. En dat hij tegen haar had gezegd: “Mijn Vader is nu ook jullie Vader, Mijn God is ook jullie God.” Voor Maria een nieuw inzicht.
Vandaag hoorden we het verhaal waarin Jezus, nog voor zijn proces, zijn ware identiteit openbaart. Ook nu aan vrouw, een Samaritaanse vrouw nogwel. En ook zij getuigt daarvan. Een bijzonder verhaal. Een Samaritaanse vrouw getuigt als eerste van Jezus als Messias.
Voortschrijdend inzicht
Als ze hem ontmoet bij de bron om water te halen, een dagelijks terugkerend klusje, heeft ze er nog geen idee van wie hij is. Ze had wel in de gaten dat hij een Jood was. Ze was dan ook hoogst verbaasd dat hij haar aansprak en om wat te drinken vroeg. Dat was in die tijd en cultuur ‘not done’. Mannen hoorden niet met vrouwen te praten. Zeker niet op een openbare plaats zoals de bron, waar vooral vrouwen komen om water te halen. Bovendien was de verhouding tussen de Joden en de Samaritanen in die tijd niet bepaald vriendschappelijk.
Toch ontspint zich een gesprek waarin Jezus en de vrouw gelijkwaardige gesprekspartners zijn. Jezus heeft goed in de gaten dat de vrouw in staat is om de diepere betekenislaag te begrijpen in wat hij zegt. Johannes geeft haar toenemende inzicht weer in de manier waarop ze Jezus aanspreekt. In eerste instantie noemt ze hem Jood en heer, in de betekenis van meneer. Dan vraagt ze zich af “Of bent u soms groter dan onze vader Jacob? Even later komt ze tot het inzicht dat hij een profeet moet zijn.
Maar, als ze dan hebben gesproken over waar en hoe te bidden, gaan haar ogen echt open. Ze hoort Jezus zeggen dat het niet uitmaakt wáár je bidt, maar dat het gaat om hoe. je bidt. Namelijk in Geest en waarheid. En dan zinspeelt ze op de komst van de Messias, en vraagt ze zich aarzelend af of hij dat kan zijn. Jezus beloont haar door zich als zodanig bekend te maken: “Ik ben het die met u spreekt.” En zij begrijpt: Jezus is dé Waarheid, de openbaring van God in persoon. De vrouw haast zich vervolgens naar de stad om daar te getuigen van de komst van de Messias. De vrouw was in het gesprek met Jezus tot een nieuw inzicht gekomen en dat zette haar in beweging.
Een onverwachte ontmoeting of gebeurtenis openen soms onze ogen voor een andere werkelijkheid. De vraag is dan wat je ermee doet. Kom je in beweging, zoals die Samaritaanse vrouw, of niet?
Vrouwen op de bres voor schoon water
Rachel Carson is voor mij een lichtend voorbeeld van een vrouw die in beweging kwam. Zij was bioloog en schreef het liefst over haar liefde voor de natuur, over de schoonheid, de samenhangen en haar verwondering. Maar toen ze merkte dat in de lente de vogels steeds minder te horen waren en ze door onderzoek had ontdekt dat dit kwam door bestrijdingsmiddelen zoals DDT die in de voedselketen terecht kwamen, schreef ze het nu beroemde boek Silent Spring, Stille Lente. Zelf zegt ze over dit boek: “De schoonheid van de levende wereld die ik probeerde te redden stond in mijn gedachten altijd voorop – dát, én de boosheid over de zinloze, domme dingen die werden gedaan. Ik voelde mij geroepen door een plechtig op mij genomen verplichting om te doen wat ik kon – als ik het niet op z’n minst geprobeerd had zou ik nooit meer gelukkig kunnen zijn in de natuur.”
Zij hoopte met haar boek iets te weeg te brengen. Dat is gelukt. Terugkijkend heeft haar boek de loop van de geschiedenis veranderd. De milieubeweging was geboren.
Over de hele wereld zijn er vrouwen die strijden voor schoon water. In landen waar het drinkwater niet zomaar uit de kraan komt is water halen vrouwenwerk. Maar het wordt voor hen steeds moeilijker om aan schoon drinkwater te komen, door vervuiling, verdroging en privatisering.
“Hebben jullie het water wel eens bedankt?”
Afgelopen dinsdag (3 maart 2026) stond er nog een mooi artikel in Trouw over de Stichting drinkbare rivieren, waarmee ecoloog Li An Phoa mensen hoopt te verbinden met het water en de rivieren weer drinkbaar te maken. Ook een vrouw die zich inzet om met andere ogen te kijken: “Hebben jullie het water wel eens bedankt?”, vraagt ze aan scholieren met wie ze een dagje optrekt.
Bron van levend water
Water, schoon water, is van levensbelang. Bij Johannes is water een gelaagd symbool. In het Oude Testament is opborrelend stromend water een beeld voor de leven schenkende openbaring van God. En in dit verhaal zit Jezus, die de leven gevende openbaring van Gods is in persoon, op de rand van de bron, waarin het water opborrelt. Is dat niet een prachtig beeld?
Als Jezus de Samaritaanse vrouw vertelt wat de kwaliteit van het levende water is dat hij haar kan geven, namelijk dat ze nooit meer dorst zal hebben als ze van dit water dringt, dan vraagt ze om dat water. Ze smacht, net als wij, naar het levende water dat echt leven voortbrengt, eeuwig leven, waarachtig leven waarin het stroomt.
Als we Jezus woorden in ons opnemen, worden ze tot genezend en verfrissend water. Hij brengt ons in contact met de innerlijke bron van levend water, die in onze ziel opborrelt, maar waar we vaak van afgesneden zijn. Als we uit deze goddelijke bron drinken, zullen we nooit uitgeput raken, maar zelf bron zijn. Net als de Samaritaanse die haar kruik bij de rand van de bron liet staan. Ze was zelf tot een bron van levende sprankelend water geworden voor anderen. Ze was uitgegroeid tot een apostel. Met succes, de mensen gingen met haar mee om Jezus te ontmoeten die gekomen was om niet alleen de mensen te redden, maar heel de wereld.
Zij vormt een duo met Maria Magdalena, die de paasboodschap aan de leerlingen mocht overbrengen. Ook zij was een apostel. Paus Franciscus heeft haar zelfs de titel ‘apostel der apostelen’ verleend. Mogen we dat zien als opmaat voor het openstellen van meer functies voor vrouwen binnen de katholieke kerk? Waarom mogen vrouwen in de katholieke kerk niet gewijd worden tot diaken of priester als Jezus zich juist aan vrouwen heeft geopenbaard als zoon van God, als de Messias. Hij zag in vrouwen ware apostelen.
Maar ik ben blij dat hier in onze geloofsgemeenschap er grote waardering is voor alles wat de vrouwen doen, van voorgaan tot koffieschenken, om de gemeenschap te laten bloeien. En natuurlijk zijn de mannen daarbij onmisbaar. We hebben elkaar allemaal nodig om er iets moois van te maken.
En dat lukt ons als we blijven drinken van die onuitputtelijke goddelijke bron. De Bron van eeuwig leven waaruit de liefde vloeit. Gods liefde voor de hele wereld.
Marjolein Tiemens-Hulscher
8 maart 2026

