Advent, wees waakzaam

Jeremia 33, 14-16

Zo spreekt de Heer: Er komt een tijd dat Ik de belofte vervul die Ik aan Israël en Juda gedaan heb. Dan schenk Ik David een wettige afstammeling, die het land rechtvaardig en eerlijk bestuurt. In die dagen wordt Juda gered en is Jeruzalem vei­lig. En de stad zal heten: Heer, onze gerechtigheid.

1 Tess., 3, 12-4,2

Broeders en zusters, Moge de Heer u overvloedig doen toenemen in liefde voor elkaar en voor alle mensen zoals ook mijn liefde uitgaat naar u. Hij sterke uw hart, zodat gij onberispelijk zijt en heilig voor het aanschijn van God onze Vader bij de komst van onze Heer Jezus met al zijn heiligen. Voor het overige, broeders en zusters, vragen en vermanen wij u in de Heer Jezus, dat gij de overlevering die gij van ons hebt ontvangen, de overlevering namelijk over een levenswandel die God welgevallig is, nog trouwer naleeft dan gij al doet. Gij kent de voorschriften die wij u op gezag van de Heer Jezus gegeven hebben.

Lucas 21, 25-28. 34-36

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Er zullen tekenen zijn aan zon, maan en sterren en op de aarde zullen volkeren in angst verkeren, radeloos door het gebulder van de onstuimige zee. De mensen zullen het besterven van schrik, in spanning om wat de wereld gaat overkomen. Want de hemelse heerscharen zullen in verwarring geraken. Dan zullen zij de Mensenzoon zien komen op een wolk, met macht en grote heer­lijkheid. Wanneer zich dit alles begint te voltrekken, richt u dan op en heft uw hoofden omhoog want uw verlossing komt nabij.” “Zorgt er voor dat uw geest niet afgestompt raakt door een roes van dronkenschap en de zorgen van het leven; laat die dag u niet onverhoeds grijpen als in een strik; want hij zal komen over alle mensen, waar ook ter wereld. Weest daarom altijd waakzaam en bidt dat ge in staat moogt zijn te ontkomen aan al die dingen die zich gaan voltrekken, en dat ge stand moogt houden voor het aangezicht van de Mensenzoon.”

Overweging

crises in golvenAls Jezus 2000 jaar vooruit had kunnen kijken had hij geen raker beeld van onze tijd kunnen schetsen dan hij toen deed. ‘Volkeren zullen in angst verkeren, radeloos door het gebulder van de onstuimige zee. De mensen zullen besterven van schrik, in spanning om wat de wereld gaat overkomen.’ Dergelijke gevoelens van angst, verwarring en wanhoop zijn van alle tijden, en wij kennen ze ook.

Op mijn netvlies verschijnen onmiddellijk beelden van wanhopige en verslagen mensen die familie, huis en land zijn kwijtgeraakt door de zeespiegelstijging, overstromingen, bosbranden of oorlogsgeweld. Ik zie beelden van vluchtelingen, waaronder veel kinderen, bij de hekken van prikkeldraad tussen Wit-Rusland en Polen. Ik zie de corona-epidemie die in golven over ons heen komt en angst, onzekerheid en heel veel dilemma’s met zich mee brengt. Het lijkt uitzichtloos. Helemaal nu er weer nieuwe maatregelen van kracht zijn en er een nieuwe variant is opgedoken die, naar het schijnt, snel om zich heen grijpt.

Kunnen we nog wel verlangen naar een wereld waarin het beter is? Kunnen we daarop blijven hopen, geloven?

Ja, zegt Jeremia, we kunnen erop vertrouwen dat er een betere samenleving mogelijk is, want de Heer zegt dat de tijd komt waarin Hij zijn belofte vervult die Hij Israël en Juda gedaan heeft. Een afstammeling van David zal komen en het land rechtvaardig en eerlijk besturen. Jeruzalem wordt een veilige stad en zal heten ‘onze gerechtigheid’. God belooft dat het goede, een land van recht en vrede, in vervulling zal gaan.

veilige stad open universiteit

Afbeelding: Open Universiteit

Stel je eens voor, een stad, een land, een wereld waarin het veilig wonen is voor iedereen. Waar mensen niet voor stijgend water, geweld, honger of dorst op de vlucht hoeven slaan. Waar zwaarden omgesmeed zijn tot ploegen en je je kunt uitstrekken onder je bomen. Daar kunnen we verlangend naar uitzien. Maar, kunnen we daarop zitten wachten?

De naam van die veilige stad zal zijn ‘onze gerechtigheid’. ‘Onze’ staat er. Onze gerechtigheid. Daar bleef ik even hangen. Onze? Wie is onze? God en wij, mensen? Wij mensen en God? De kerk en de samenleving? Doet God in Zijn belofte tegelijkertijd een oproep aan ons? Aan ons als gemeenschap, aan u en aan mij als lid van de gemeenschap?

Ja, wij worden geroepen om zelf ook de handen uit de mouwen te steken om vrede en gerechtigheid te realiseren. We zongen het net: Ik zal mijn ogen niet dicht doen, ik zal niet rusten geen ogenblik tot ik gevonden heb een plek waar recht wordt gedaan aan de verworpenen der aarde.

Ook in het evangelie wordt een belofte gedaan. We hoeven niet bang te zijn, want de verlossing is nabij als de Mensenzoon wederkomt. En die komt op een wolk, met veel macht en heerlijkheid, staat er geschreven. Voor iedereen duidelijk zichtbaar, zou je zeggen, niet te missen. En toch drukt Lucas ons op het hart om waakzaam te zijn en te bidden om kracht zodat je opgewassen bent tegen wat er nog te gebeuren staat.

Het lijkt erop dat Lucas al vermoedde dat de wederkomst van de Mensenzoon nog langer op zich zou laten wachten, en dat we nog vele crises op ons pad zouden vinden. En dat die wederkomst zeker geen bovennatuurlijk gebeuren zou zijn, iets dat zou gebeuren buiten de mens om.

de-barmhartige-samaritaan-naar-delacroix-vincent-van-gogh-44551-copyright-kroller-muller-museumDe komst van Gods Koninkrijk is niet iets wat kant en klaar uit de hemel neerdaalt, waar we verwachtend naar uit kunnen kijken, vanuit een ‘stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw’ houding. De komst is geen gebeurtenis maar een voortdurend proces; een proces waarin mensen met elkaar, met God en de aarde vanuit liefde samenwerken. Die liefde is onmisbaar. Want liefde is de energiebron en het smeermiddel om het proces gaande te houden. Liefde voor elkaar en voor de schepping. Liefde die we in overvloed van God hebben gekregen en nog overvloedig zal toenemen, lezen we bij Paulus, als we ons daadwerkelijk inzetten voor de zorg van de ander, zorg voor de arme, de hongerige, de naakte en zieke mens en voor de aarde.

Misschien zou je dus kunnen zeggen dat kerstmis symbool staat voor de komst van de Mensenzoon die steeds opnieuw geboren mag worden, dankzij de mensen die Gods Koninkrijk stap voor stap dichterbij brengen.

Daarom is het belangrijk dat we in de Adventsperiode elk jaar weer eraan worden herinnerd om waakzaam te zijn.

Waakzaam in de zin van dat we onszelf een spiegel voorhouden en ons afvragen ‘omarmen we werkelijk een rechtvaardige samenleving’? Draagt ons doen en laten echt bij aan het realiseren daarvan? Zijn we alert genoeg om onrecht te zien en het aan de kaak te stellen, of zijn we al zo afgestompt geraak dat we onrecht als onvermijdelijk zijn gaan beschouwen in onze samenleving.

Vragen we ons af of er voor het eten, de spullen en kleding die we kopen mensen, de natuur of de aarde worden uitgebuit? Passen we ons koopgedrag erop aan? Strekt onze liefde voor de ander zich zover uit dat we uit onze comfortzone durven komen?

boomknop advent

Foto: Marijke van der Giessen, https://scheppingvieren.nl

Maar, juist nu in de donkere dagen, moeten we ook op een andere manier waakzaam zijn. Wees waakzaam, om de lichtpuntjes van de hoop te zien, want ze zijn niet altijd duidelijk zichtbaar. Zien we aan de bomen als ze hun blad hebben laten vallen en zijn hun kleurenpracht kwijt zijn al de nieuwe knoppen die in het voorjaar weer zullen openbarsten?

Als we alert zijn en fier rechtop staan kunnen we overal tekenen zien dat het koninkrijk van God al begonnen is. In mensen die de kleine weg van de liefde bewandelen, zoals de heilige Teresia van Lisieux dat noemt. Zij laten geen gelegenheid voorbij gaan voor een vriendelijk woord, een glimlach, een klein gebaar dat vrede en vriendschap verspreidt.

De tijd van de advent is zo mooi. Een tijd van verwachten en verlangen, maar die kan niet zonder de waakzaamheid. Daarom zien we al wakend verlangend naar hem uit. Moge ons voor waar verschijnen, zoon der mensen, in mensentaal van liefde.