Is de eco-elite wel zo groen?

Eco-elite, het nieuwe woord in de politiek en media. Deze term verwijst naar een groep mensen die het zich financieel kunnen veroorloven om zonnepanelen, warmtepompen en elektrische auto’s te kopen. Ik vraag me echter af of die ‘eco-elite’ wel zo groen is, want is duurzaamheid niet veel meer dan alleen het toepassen van ‘schone’ technieken en verder blijven doen wat je gewend bent?

 

Eco-elite

Het woord eco-elite duikt regelmatig op in de politieke discussie rondom het Klimaatakkoord als het gaat om ‘wie moet dat betalen?’. De SP hecht grote waarde aan ‘klimaatgerechtigheid’ waar ze onder verstaat dat de plannen geen kloof mogen veroorzaken tussen een ‘eco-elite’ en een klasse van achterblijvers. CDA-leider Buma heeft gezegd dat de hardwerkende Nederlander niet het kind van de groene rekening mag worden. Het is mij eerlijk gezegd niet helemaal duidelijk wie hij hier nu mee bedoelt: de hardwerkende Nederlander die ook behoorlijk verdient, of de hardwerkende onderbetaalde Nederlander? De heer Dijkhoff, fractievoorzitter van de VVD wil niet nu ‘als een malle’ geld uitgeven aan klimaatplannen, als toekomstige innovaties dit misschien veel makkelijker maken. Kortom veel gesteggel over geld om, wat het klimaatakkoord betreft, niet te hard van stapel te lopen.

 

Klimaatgerechtigheid

Voor de invulling van ‘klimaatgerechtigheid’ stelt sociaal wetenschapper Shivant Jhagroe voor om subsidies voor zonnepanelen en dergelijke te besteden in de sociale woningbouw. Mensen die behoorlijk verdienen kunnen deze panelen immers zelf wel betalen. Hoogstwaarschijnlijk heeft deze groep mensen ook het meest bijgedragen aan de CO2-uitstoot. Mee(r)betalen aan de oplossingen daarvan lijkt me daarom heel rechtvaardig. Jhagroe stelt ook dat de politiek via belastingen en beloningen een koers kan gaan varen die de kloof niet vergroot, maar via vergroening juist verkleint. Dat lijkt me allemaal prima, gelijk doen, zou ik zeggen. Maar dan nog blijf ik zitten met het gevoel dat de duurzaamheid gelijk wordt gesteld aan het toepassen van innovatieve groene technologie en dat mensen met een kleiner beurs te kort worden gedaan. Namelijk dat zij weleens veel duurzamer zouden kunnen leven, met een kleinere voetafdruk, dan de ‘eco-elite’. Ze worden daarvoor echter niet gewaardeerd, maar weggezet als ‘achterblijvers’. Dat is een fnuikende beeldvorming.

cartoon Trouw sep 2018

Bron: Trouw

Manier van leven

Zo werd ik getroffen door een verhaal dat onze pastoraalwerkster vertelde. Haar buurvrouw, die rond moet zien te komen met een heel klein budget, voelde zich bezwaard omdat ze niks aan duurzaamheid kon doen. Ze heeft heeft geen geld om haar huis te isoleren, om zonnepanelen, warmtepomp of elektrische auto te kopen. De pastoraalwerkster heeft haar juist geprezen om haar duurzaamheid en tegen haar gezegd: “Je hebt geen auto en doet alles op de fiets, je gaat niet met het vliegtuig op vakantie, je eet geen vlees, je stookt zuinig, je gooit geen eten weg, je verspilt niks, je hebt geen onnodige elektrische apparaten, je koopt tweedehands kleding en ik weet niet al wat meer. Als jij niet duurzaam leeft, dan doet niemand dat.”

 

Ecologische voetafdruk

ecologische voetafdrukZo leven zie ik een groot deel, de goede daargelaten, van de ‘eco-elite’ nog niet doen. Als je een elektrische auto hebt wil dat nog helemaal niet zeggen dat je ook minder kilometers gaat maken. Voor al die auto’s blijft asfalt nodig. Er komt nog elk jaar meer bij. Hoe vaak zou de eco-elite met het vliegtuig op vakantie gaan? Hoeveel elektrische apparaten hebben ze, hoe hoog zetten ze de verwarming, hoe groot is hun huis en tuin en bestaat die grotendeels uit tegels of hebben insecten er andere dieren er ook nog plezier aan? Hoe staat het met hun vleesconsumptie? Bankieren ze bij een duurzame bank? Ik heb een sterk vermoeden dat de ecologische voetafdruk van de ‘eco-elite’ groter zal zijn dan die van de ‘achterblijvers’ en de toevoeging ‘eco’ helemaal niet terecht is. Graag zou ik hier eens cijfers over zien.

 

Van hebben naar zijn

Echte duurzaamheid gaat niet alleen om het toepassen van nieuwe technieken. Het gaat vooral om een manier van leven. Een manier van leven die minder vervuilend en verspillend is, die minder gericht is op hebben, maar meer op zijn. De ‘eco-elite’ kan veel leren van de ‘achterblijvers’ als het gaat om het tegengaan van verspilling. De ‘achterblijvers’ zijn daar immers ‘koploper’ in.

 

Het ene doen en het ander niet laten

Noem het toeval of niet, maar vanmorgen (17 okt 2018) kreeg ik via de dagmeditatie van Berneboek deze bijbeltekst toegestuurd: (Lucas 11,42-44). In die tijd zei Jezus: “Wee u, Farizeeën! Gij betaalt wel tienden van munt en wijnruit en allerlei kruiden, maar bekommert u niet om rechtvaardigheid en liefde tot God. Het ene moet men doen en het andere niet verwaarlozen. Wee u, Farizeeën! Gij zijt belust op de voornaamste zetel in de synagoge en op de begroetingen op de markt. Wee u!”

In de Groene Bijbel is deze tekst niet groen gemarkeerd. Maar ik vind de tekst mooi aansluiten bij de bovenstaande problematiek. Het ene moet men doen (indien mogelijk het toepassen van technologische oplossingen, waarmee je inderdaad wordt gezien) en het andere niet verwaarlozen (minder verspillend en vervuilend leven, daarmee sta je niet in de picture maar geef je wel invulling aan rechtvaardigheid en liefde tot God).

 

Genieten van de kleine dingen

DSCN0809De boeddhistische monnik Thich Nhat Hanh en ook Paus Franciscus stellen dat veel mensen leeg van hart zijn en dat zij die leegte proberen te vullen met het kopen van spullen; consumentisme als compensatie gedrag. De rol van de kerk in het duurzaamheidsdebat zou kunnen zijn om manieren aan te dragen om het lege hart op een andere manier te vullen. Paus Franciscus wijst ons in de encycliek Laudato Si’ op de wijze les ‘minder is meer’. “De christelijke spiritualiteit houdt een groei in soberheid voor en een vermogen om van weinig te genieten”. Het is een kunst die we allemaal kunnen leren. Dan kunnen we ons hart vullen met mooie dingen en ervaren hoe prachtig de wereld is, en dat het de moeite waard is om op deze wereld te leven.

Volle oogst

Het roer moet om in de landbouw. Dat zegt minister Schouten in haar landbouwvisie die ze begin september presenteerde. De huidige voedselproductie is onhoudbaar. Dat het roer om moest was voor een heleboel mensen, boeren en consumenten, al lang geleden duidelijk. Zij hebben niet gewacht op de politiek maar zijn zelf begonnen met het ontwerpen en ontwikkelen van nieuwe voedselproductiesystemen. Daardoor kent Nederland nu een grote variabiliteit aan voedselnetwerken, welke staan beschreven in het inspirerende boek ‘Volle oogst’. Lees verder

Tien geboden voor duurzaamheid

Er wordt nog weleens gezegd dat in het kader van duurzaamheid een eco-elite aan het ontstaan is. Duurzaamheid zou voor mensen met een kleine portemonnee niet zijn weggelegd. Dit is misschien wat erg zwart-wit gesteld, maar daar komt de kritiek wel ongeveer op neer. Duurzaamheid zou zo de kloof tussen welgestelden en minder bedeelden nog groter maken. Lees verder

Magic moments

De vorige keer schreef ik al over het boek “Leven in verbinding” van prinses Irene. Daarin schrijft ze dat onderzoek naar de houding van Nederlanders ten opzichte van de natuur heeft uitgewezen dat wij ons steeds meer partner en deelgenoot weten van die natuur. En wat misschien nog belangrijker is: we gaan het soms ook voelen.

Magic moments

boom aan water

Heeft u ze weleens beleefd? Die momenten waarop je je ineens één voelt met al het leven om je heen? Magic moments, noemt prinses Irene ze. Het zijn bijzondere momenten die je zomaar kunnen overkomen; als je kijkt naar de sterrenhemel, geniet van een zonsondergang of als je stil zit midden op de hei. Ik heb zulke momenten een paar keer mogen ervaren. Aan de ene kant zijn ze overweldigend. Aan de andere kant geven ze me een onbeschrijfelijk gevoel van rust en vrede. Een gevoel van thuiskomen.

Verwondering

zonnedauw

Zulke momenten overkomen je. Ik denk dat je ze niet kunt oproepen. Je kunt er echter wel open voor staan. Dat begint volgens mij met verwondering. Verwondering voor al wat leeft. Verwondering voor het kleine; zoals een insect, de druppeltjes op de zonnedauw. Verwondering voor het grootse; de wijde uitzichten of de sterrenhemel. Verwondering over hoe alles in de natuur is gevormd en in elkaar steekt. Verwondering hoe alles op elkaar is afgestemd en samenhangt.

Vreugdevolle verantwoordelijkheid

Je verbonden weten met de Aarde en al het leven op Aarde heeft natuurlijk ook consequenties. Dan zien we dat niets op zichzelf staat. Dat alles wat we doen invloed heeft op alles om ons heen. We zijn allemaal deel van de gemeenschap van leven. En wij zijn als enige soort, met ons verstand, in staat om de consequenties van ons handelen te overzien. Tenminste, als we daartoe bereid zijn. Dat maakt ons verantwoordelijk voor alles wat we doen én denken. Dat klinkt misschien zwaar, maar het geeft juist ons leven zin. Want wat is er mooier om vol vreugde bij te dragen aan de toekomst van het leven?

Leven in verbinding

Een paar weken geleden ben ik eindelijk eens begonnen met het opruimen van de stapels op mijn bureau. Eén daarvan was een stapel ‘nog te lezen’ tijdschriften, waaronder een flink aantal exemplaren van Volzin, een magazine voor religie en samenleving. Zo nu en dan krijg ik weer een stapel van mijn schoonvader. Ik blader ze door en scheur uit wat me de moeite waard lijkt. De rest gaat bij het oud papier. Daarna ga ik met de uitgescheurde artikelen op de bank zitten om ze te lezen. Zo kwam ik terecht bij een interview met Matthijs Schouten (Volzin maart 2016) over “Natuur is de nieuwe religie”.

Deel van de natuur

Matthijs Schouten is ecoloog, filosoof en noemt zichzelf student in het boeddhisme. Het artikel gaat over het belang van onze houding ten opzichte van de natuur voor hoe we omgaan met de Aarde.  Zijn uitgangspunt is: “Mensen zijn onderdeel van de natuur. Ons welzijn is ermee verbonden”. Hiermee kan ik alleen maar volledig instemmen en is precies wat ik in de cursus ‘Leven in verbondenheid’ wil overdragen en laten ervaren. Want weten is niet genoeg, we moeten het ook voelen.

Boek: Leven in verbinding

boek leven in verbindingIn het artikel werd het boek ‘Leven in verbinding’ (2010) genoemd dat Schouten samen met Irene van Lippe-Biesterfeld heeft geschreven. Het boek bestaat uit 6 lezingen die Irene onder de vlag van het NatuurCollege, heeft gegeven, gevolgd door een gesprek met Matthijs Schouten. Ik heb het boek direct bij de bieb geleend en het in één ruk uitgelezen. De lezingen waren een feest van herkenning. Ook van Lippe-Biesterfeld gaat uit van “Wij zijn natuur”. Ze onderstreept het belang van verbinding met de natuur, het gevoel van één zijn met de natuur, voor de eigen innerlijke groei. “Als we de verbinding tussen mens en natuur en de buiten- en binnenwereld bewust leven, beleven, voelen, wordt het begrip duurzaamheid levend en deel van ons zelf”. “Als we verbonden zijn met al het leven om ons heen en met onszelf, dan manifesteert zich het authentieke Zijn.”

Duurzaamheid en algemeen welzijn

In het nagesprek vraag Schouten aan haar: Realiseer je je dat je bij deze levensvisie het begrip duurzaamheid een veel bredere en diepere invulling geeft dan algemeen gebruikelijk is? Je verbreedt het door duurzaamheid te betrekken op het welzijn van alle levende wezens. Je verdiept het door het te verbinding met wat jij authentiek Zijn noemt. Deze opmerking van Schouten zette mij weer op scherp. Soms vraag ik mezelf wel eens of ik de mensen die naar mijn lezingen komen wel iets nieuws vertel. De mensen die komen zijn meestal al heel bewust bezig met bijvoorbeeld het scheiden van afval, duurzame hernieuwbare energie en de herkomst van hun voedsel. Dit is wat je de buitenkant van duurzaamheid zou kunnen noemen. De verbinding tussen duurzaamheid en het algemeen welzijn van alle schepselen, van heel de natuur en de verbinding met jezelf, dat is dan wat Matthijs Schouten en Irene van Lippe-Biesterfeld de binnenkant van duurzaamheid noemen. Dat is het vernieuwende. Ik noem het de spiritualiteit van duurzaamheid. Dat is waar veel mensen naar op zoek zijn.  En dat authentieke Zijn, dat noem ik God.