Super Waar!

superwaar-logo-website-2Mijn boekenplank is weer een boek rijker: ‘Super Waar, je volgende stap in duurzaam boodschappen doen’. Het is eigenlijk niet de goede plaats voor dit boek. Die zou gewoon in de huiskamer moeten slingeren, zodat iedereen het kan zien liggen en in kan kijken, want dit boek vraagt om (re)actie. Het boek is geschreven door de workshopleider van de workshop ‘God in de supermarkt’, Alfred Slomp. Voor de ‘beginner’ op de duurzame weg zal het boek vol met nieuwe inzichten staan. De ‘meer gevorderde’ zal vaker de reactie hebben, maar dat doe ik allang. Toch zal ook hij of zijn nog best verassende nieuwe dingen tegen komen. Lees verder

40 dagen groen

Carnavalplaatje JPEGAfgelopen zondag heeft ons koor gezongen bij de carnavalsmis ter ere van het 4eelvium van de carnavalsvereniging bij ons in het dorp. De kerk zat afgeladen vol. Dat gebeurt anders alleen nog met kerstmis. Het was een mooie viering. De pastoor vertelde dat hem weleens wordt gevraagd of je mag lachen in de kerk. Hij antwoordt dan in de trant van, “als het niet zou mogen dan zou ik mijn werk niet kunnen doen”. We gaan allemaal door het leven met een lach en een traan. Er is in de kerk vaak veel aandacht voor de traan, maar we kunnen niet zonder de lach en ook daar is plaats voor in de kerk. We mogen, misschien wel moeten, het leven vieren. Lees verder

Is de eco-elite wel zo groen?

Eco-elite, het nieuwe woord in de politiek en media. Deze term verwijst naar een groep mensen die het zich financieel kunnen veroorloven om zonnepanelen, warmtepompen en elektrische auto’s te kopen. Ik vraag me echter af of die ‘eco-elite’ wel zo groen is, want is duurzaamheid niet veel meer dan alleen het toepassen van ‘schone’ technieken en verder blijven doen wat je gewend bent?

 

Eco-elite

Het woord eco-elite duikt regelmatig op in de politieke discussie rondom het Klimaatakkoord als het gaat om ‘wie moet dat betalen?’. De SP hecht grote waarde aan ‘klimaatgerechtigheid’ waar ze onder verstaat dat de plannen geen kloof mogen veroorzaken tussen een ‘eco-elite’ en een klasse van achterblijvers. CDA-leider Buma heeft gezegd dat de hardwerkende Nederlander niet het kind van de groene rekening mag worden. Het is mij eerlijk gezegd niet helemaal duidelijk wie hij hier nu mee bedoelt: de hardwerkende Nederlander die ook behoorlijk verdient, of de hardwerkende onderbetaalde Nederlander? De heer Dijkhoff, fractievoorzitter van de VVD wil niet nu ‘als een malle’ geld uitgeven aan klimaatplannen, als toekomstige innovaties dit misschien veel makkelijker maken. Kortom veel gesteggel over geld om, wat het klimaatakkoord betreft, niet te hard van stapel te lopen.

 

Klimaatgerechtigheid

Voor de invulling van ‘klimaatgerechtigheid’ stelt sociaal wetenschapper Shivant Jhagroe voor om subsidies voor zonnepanelen en dergelijke te besteden in de sociale woningbouw. Mensen die behoorlijk verdienen kunnen deze panelen immers zelf wel betalen. Hoogstwaarschijnlijk heeft deze groep mensen ook het meest bijgedragen aan de CO2-uitstoot. Mee(r)betalen aan de oplossingen daarvan lijkt me daarom heel rechtvaardig. Jhagroe stelt ook dat de politiek via belastingen en beloningen een koers kan gaan varen die de kloof niet vergroot, maar via vergroening juist verkleint. Dat lijkt me allemaal prima, gelijk doen, zou ik zeggen. Maar dan nog blijf ik zitten met het gevoel dat de duurzaamheid gelijk wordt gesteld aan het toepassen van innovatieve groene technologie en dat mensen met een kleiner beurs te kort worden gedaan. Namelijk dat zij weleens veel duurzamer zouden kunnen leven, met een kleinere voetafdruk, dan de ‘eco-elite’. Ze worden daarvoor echter niet gewaardeerd, maar weggezet als ‘achterblijvers’. Dat is een fnuikende beeldvorming.

cartoon Trouw sep 2018

Bron: Trouw

Manier van leven

Zo werd ik getroffen door een verhaal dat onze pastoraalwerkster vertelde. Haar buurvrouw, die rond moet zien te komen met een heel klein budget, voelde zich bezwaard omdat ze niks aan duurzaamheid kon doen. Ze heeft heeft geen geld om haar huis te isoleren, om zonnepanelen, warmtepomp of elektrische auto te kopen. De pastoraalwerkster heeft haar juist geprezen om haar duurzaamheid en tegen haar gezegd: “Je hebt geen auto en doet alles op de fiets, je gaat niet met het vliegtuig op vakantie, je eet geen vlees, je stookt zuinig, je gooit geen eten weg, je verspilt niks, je hebt geen onnodige elektrische apparaten, je koopt tweedehands kleding en ik weet niet al wat meer. Als jij niet duurzaam leeft, dan doet niemand dat.”

 

Ecologische voetafdruk

ecologische voetafdrukZo leven zie ik een groot deel, de goede daargelaten, van de ‘eco-elite’ nog niet doen. Als je een elektrische auto hebt wil dat nog helemaal niet zeggen dat je ook minder kilometers gaat maken. Voor al die auto’s blijft asfalt nodig. Er komt nog elk jaar meer bij. Hoe vaak zou de eco-elite met het vliegtuig op vakantie gaan? Hoeveel elektrische apparaten hebben ze, hoe hoog zetten ze de verwarming, hoe groot is hun huis en tuin en bestaat die grotendeels uit tegels of hebben insecten er andere dieren er ook nog plezier aan? Hoe staat het met hun vleesconsumptie? Bankieren ze bij een duurzame bank? Ik heb een sterk vermoeden dat de ecologische voetafdruk van de ‘eco-elite’ groter zal zijn dan die van de ‘achterblijvers’ en de toevoeging ‘eco’ helemaal niet terecht is. Graag zou ik hier eens cijfers over zien.

 

Van hebben naar zijn

Echte duurzaamheid gaat niet alleen om het toepassen van nieuwe technieken. Het gaat vooral om een manier van leven. Een manier van leven die minder vervuilend en verspillend is, die minder gericht is op hebben, maar meer op zijn. De ‘eco-elite’ kan veel leren van de ‘achterblijvers’ als het gaat om het tegengaan van verspilling. De ‘achterblijvers’ zijn daar immers ‘koploper’ in.

 

Het ene doen en het ander niet laten

Noem het toeval of niet, maar vanmorgen (17 okt 2018) kreeg ik via de dagmeditatie van Berneboek deze bijbeltekst toegestuurd: (Lucas 11,42-44). In die tijd zei Jezus: “Wee u, Farizeeën! Gij betaalt wel tienden van munt en wijnruit en allerlei kruiden, maar bekommert u niet om rechtvaardigheid en liefde tot God. Het ene moet men doen en het andere niet verwaarlozen. Wee u, Farizeeën! Gij zijt belust op de voornaamste zetel in de synagoge en op de begroetingen op de markt. Wee u!”

In de Groene Bijbel is deze tekst niet groen gemarkeerd. Maar ik vind de tekst mooi aansluiten bij de bovenstaande problematiek. Het ene moet men doen (indien mogelijk het toepassen van technologische oplossingen, waarmee je inderdaad wordt gezien) en het andere niet verwaarlozen (minder verspillend en vervuilend leven, daarmee sta je niet in de picture maar geef je wel invulling aan rechtvaardigheid en liefde tot God).

 

Genieten van de kleine dingen

DSCN0809De boeddhistische monnik Thich Nhat Hanh en ook Paus Franciscus stellen dat veel mensen leeg van hart zijn en dat zij die leegte proberen te vullen met het kopen van spullen; consumentisme als compensatie gedrag. De rol van de kerk in het duurzaamheidsdebat zou kunnen zijn om manieren aan te dragen om het lege hart op een andere manier te vullen. Paus Franciscus wijst ons in de encycliek Laudato Si’ op de wijze les ‘minder is meer’. “De christelijke spiritualiteit houdt een groei in soberheid voor en een vermogen om van weinig te genieten”. Het is een kunst die we allemaal kunnen leren. Dan kunnen we ons hart vullen met mooie dingen en ervaren hoe prachtig de wereld is, en dat het de moeite waard is om op deze wereld te leven.

Bag and buy

Twee weken geleden ben ik naar de opening van Bag & Buy in Utrecht geweest. Emily -Jane Lowe, die het boek Leven zonder afval, schreef verrichtte de openingshandeling en zei dat ze zo ontzettend blij is met de realisatie van deze winkel. Het was haar wens om de eerste ‘verpakkingsvrije’ winkel in Nederland te openen. Dat dát niet gelukt is vond ze niet zo erg. Bag & Buy in Utrecht is de tweede. Opgeweckt Noord in Groningen ging ze net een paar maanden voor.

Bag&BuyAls je bij de winkel in de Twijnstraat boodschappen gaat doen moet je je eigen zakjes, potjes of flesjes meenemen. Alle waren van pasta’s, noten en zaden, bonen, thee en koffie, kruiden en oliën worden los aangeboden. Je bent dus niet meer afhankelijk van voorverpakte hoeveelheden. Je kunt helemaal vrij zelf bepalen hoeveel je waarvan wilt hebben.

De winkel vergt wel een grote zelfredzaamheid en veel tijd van de klanten. Je moet niet denken dat je even naar binnen glipt, snel wat uit het schap pakt, betaalt en weer buiten staat. Eerst moet je je lege potten, flessen, of zakken wegen en hierop een sticker met barcode en gewicht plakken. Vervolgens ga je ze vullen. Het is dan veel lezen geblazen. Op elke dispenser staat nauwkeurig wat erin zit, of het bio of eko is (of niet, dan staat er niks bij) en de prijs per 100gr of per kilo. Het lastigste is dat je precies moet onthouden wat in welke pot of zak zit (Bij een glazen pot kun je dit nog zien, maar bij een katoenen zak niet). Eenmaal gevuld weeg je de pot of zak opnieuw en dan moet je op de display van de weegschaal het juiste product selecteren.

Bag&buy 2Ik moet zeggen dat laatste viel niet mee. Via een keuzemenu op de weegschaal moet je je product zien te vinden. Maar had ik nu milde muesli, of gemengde muesli? Mijn muesli was bio, maar die kon ik op het scherm van de weegschaal niet terugvinden. Als het druk is in de winkel voel je de druk van al die wachtenden die ook hun product willen wegen. Dat werkt natuurlijk niet mee als je het allemaal even niet kunt vinden.

Ik juich het concept van harte toe. Maar de winkel beperkt zich tot droge levensmiddelen en oliën. En natuurlijk scheelt dit al in de afvalberg die je anders in huis haalt. Bij ons komt het meeste plastic echter in huis via de vegetarische producten die vaak ‘vochtig’ zijn en de zuivel. Die zou ik graag zonder plastic verpakking willen kopen. Emily gaat dan zover dat ze ook zelf haar vegetarische burgers maakt. Voor mij is dat eerlijk gezegd nog een stap te ver. Al hoewel, de notenburgers maak ik al helemaal zelf van noten uit de Bag & Buy.

Leven zonder afval

Toen ik alweer meer dan een half jaar geleden de workshop ‘bijenwasdoek maken’ bij Emily-Jane volgde vertelde ze al dat ze een boek aan het schrijven was. Een boek waarin ze vertelt hoe zij met haar gezin het aanpakt om zo weinig mogelijk afval te produceren. Ik moet zeggen, ik vind het knap zoals ze dat voor elkaar krijgt.

Nu ligt het boek in de winkel. Natuurlijk heb ik het direct gekocht. En geheel in stijl werd het ingepakt in een oude poster van een aankondiging van een concert. Het boek is erg mooi geworden. De teksten lezen vlot en prettig en de foto’s zijn prachtig. Alleen al daardoor krijg je echt zin om wat uit te gaan proberen.

boek leven zonder afval

Emily-Jane volgt eigenlijk twee lijnen. De ene is dat ze katoenen zakjes, bijenwasdoek en potjes meeneemt naar de winkel of markt en daar de los verkrijgbare producten in doet als brood, groente, fruit, noten rozijnen enzovoort. Of ze koopt de producten in bulk in. De andere lijn is dat ze veel dingen zelf maakt, zowel voedsel, als schoonmaak- en persoonlijke verzorgingsmiddelen. In het boek staan alle recepten hiervoor vermeld.

Zelf ben ik al helemaal op de katoenen zakjes en de bijenwasdoek overgeschakeld. Het was even wennen, maar nu is het een nieuwe routine geworden. Ik geef nu ook workshops bijenwasdoek maken en iedereen is razend enthousiast over wat je allemaal met bijenwasdoek kunt.

Sinds een paar maanden gebruik ik haar recept voor deodorant. Het is eigenlijk een soort crème op basis van kokosolie en natriumbicarbonaat (baking soda) met nog wat andere ingrediënten. Ik vind het ideaal spul, veel fijner dan ‘echte’ deo. Een aanrader wat mij betreft. (Pas op! Baking soda is niet hetzelfde als schoonmaak soda (natriumcarbonaat). Die kun je niet gebruiken om mee te bakken!!).

En nu op naar de verpakkingsvrije winkels. Binnenkort komt er eentje in Utrecht in de Twijnstraat. Daar kunnen we dan bulk inslaan in onze eigen katoenen zakken.