Eucharistie

Afgelopen zaterdag was ik bij de bruisende vijfde editie van de Groene Kerkendag. In de workshop ‘De Bijbel: bron van groene inspiratie!?’ vertelde een meneer over een mooie ontmoeting die hij had met een vrouw uit, ik dacht, de Filippijnen. Zij spraken over hoe we als mensheid met de Aarde omgaan (niet zo goed dus) en vroeg haar waar zij haar motivatie vandaan haalde om zich te blijven inzetten voor een leefbare aarde, om hierin te blijven geloven. Haar antwoord verbaasde hem. “De eucharistie”, zei zij. Lees verder

Advertenties

De natuur erkennen als een boek

kardinaalsmuts

Kardinaalsmuts, het zaad is giftig, maar het oranje vruchtvlees niet. Vogels poepen het zaad onbeschadigd weer uit.

Ik blijf het een mooie uitnodiging van Franciscus van Assisi vinden om ons uit te nodigen de natuur te erkennen als een fantastisch boek, waarin God tot ons spreekt en iets van zijn schoonheid en goedheid laat zien. Voor Franciscus was elke ontmoeting met de dieren en de bloemen van het veld een gods-ontmoeting. Wat zou het mooi zijn als we zoals Franciscus konden kijken naar de natuur, al was het maar een klein beetje.

Het is daarom een grote verdienste van natuurgidsen dat zij mensen zo leren kijken dat de verwondering wordt wakker gemaakt. Verwondering gaat voor mij verder dan alleen maar genieten van de schoonheid van de bloemen en de vlinders. Verwondering heeft voor mij te maken met het samenspel dat tussen de planten en dieren bestaat, met het vormgeven en functioneren van de levensprocessen in een plant en de diversiteit die dat heeft opgeleverd.

Gisteravond was ik mee met een excursie in het van Gimborn Arboretum in Doorn. De wandeling had het aanlokkende thema bomen en alcohol. We leerden dat er voor het maken van alcohol vooral sap en suiker nodig is. Sappige vruchten met de juiste suikers lenen zich hier dus uitstekend voor. Peren zijn echter weer minder geschikt want die bevatten veel sorbitol, een moeilijk fermenteerbare suiker.

pawpaw

Vruchten van de pawpaw. Hier worden ze niet zo groot.

De vruchten zijn dus voor ons aantrekkelijk om eventueel alcoholhoudende dranken van te maken, maar voor de plant maken ze deel uit van de strategie om het zaad te verspreiden. Daar draait het voor de boom of plant immers om. Planten zijn enorm inventief als het om bestuiving en verspreiding gaat. Veel bloemen hebben heldere kleuren als geel en rood en zijn daardoor aantrekkelijk voor bijen, vlinders en hommels, die voor de bestuiving zorgen. Vaak ruiken ze ook nog lekker. De bloemen van de pawpaw echter, een struik die in de vruchtbare valleien van het zuidoosten van Noord Amerika voorkomt, zijn echter bruin en stinken, tenminste voor ons. Ze ruiken naar rottend vlees. Daarmee trekken ze aasvliegen aan die vervolgens de bloemen bestuiven. De aasvliegen moeten wel van de ene boom naar de andere vliegen, want het stuifmeel van bloemen uit een boom kan niet de andere bloemen van dezelfde boom bevruchten. Dat is ook weer zo’n trucje van de natuur om inteelt te voorkomen. De pawpaw is net als de papaya lid van de zuurzakfamilie en wordt ook wel de prairiebanaan genoemd. De vruchten smaken naar, u raadt het al, banaan. Hiermee is het vruchtvlees aantrekkelijk voor dieren die daar lekker van eten, maar de zaden ongemoeid laten en daardoor verspreiden.

Is het rentmeesterschap nog toereikend? (5)

Participant

De participant voegt aan de erkenning van intrinsieke waarde, die we ook zagen bij de partner, nog de ervaring van verbondenheid en verwevenheid toe. Deze grondhouding sluit dus eigenlijk nog beter aan bij de gedachte dat de mens en zijn natuurlijke leefomgeving in een web van leven in kwetsbaarheid zijn verbonden en op elkaar aangewezen. De participant is zich ervan bewust deel uit te maken van een groter geheel. Dit, zowel op biologisch niveau als ook op wereldbeschouwelijke en spiritueel niveau. De participant staat niet meer naast de natuur, zoals de partner, maar maakt er deel van uit, staat er midden in. Hij vervult ten opzichte van de natuur een dienstbare rol. Het behoeden van de natuur is dan ook een belangrijke doelstelling, ook in de landbouw. De natuur vormt met al haar wijsheid dan ook het voorbeeld voor de landbouw van de participant. De biologisch dynamische landbouw en permacultuur zijn vormen van landbouw die bij de grondhouding van de participant passen. Het boerenbedrijf wordt dan als een organisme in zijn omgeving beschouwd en vanuit die blik gerund. Zo’n bedrijf kan uiteraard alleen een gemengd bedrijf zijn met een ruime vruchtwisseling, mengteelten, het bedekt houden van de bodem (groenbemesters), het gebruik van organische mest, gesloten kringlopen.

bd schoffelen

Met de hand schoffelen helpt om de verbinding met het gewas te versterken. In de landbouw van de participant draait alles om verbondenheid tussen bodem, plant, dier en mens.

In biologisch dynamische landbouw lopen de kippen lekker buiten en kunnen ze hun natuurlijk gedrag vertonen. De snavels worden niet gekapt.

In biologisch dynamische landbouw lopen de kippen lekker buiten en kunnen ze hun natuurlijk gedrag vertonen. De snavels worden niet gekapt.

 

 

 

De participant erkent de waarden en grenzen van de natuur en legt daarom zichzelf beperkingen op. Echter, in het moderne wetenschappelijke tijdperk waarin we nu leven is het besef van participeren, deelhebben aan de natuur, volledig vreemd is geworden. We nemen er aan deel, want ongeacht onze grondhouding, zijn we onderdeel van de natuur. Maar dat beseffen we vaak niet meer, waardoor we geen rekening houden met de natuur en deze ondermijnen. Onze verre voorouders hadden dit besef nog wel. Ook volkeren als de Indianen leven nog vanuit dit besef, maar kunnen wij het ook nog? Zouden we het weer kunnen leren?

De milieufilosoof Wim Zweers, die veel over grondhoudingen heeft geschreven (Zie zijn boek: Participeren aan de natuur; ontwerp voor een ecologisering van het wereldbeeld), stelt dat deelhebben aan de natuur – als essentieel aspect van menselijke zingeving – een bij uitstek hedendaags en westers perspectief kan zijn. De rol die de kerk speelt met betrekking tot zingeving wordt immers steeds kleiner. Maar veel mensen komen erachter dat ze toch niet zonder een vorm van zingeving kunnen. Daarom zou er hoop zijn voor participeren aan de natuur, en daarmee ook hoop om uit de natuur- en milieucrisis te geraken. Willen we deze crisis bij haar wortels aanpakken dan is een nieuw cultuurconcept nodig, schrijft Zweers. Eén waarin de houding van de mens boven of tegenover de natuur plaats maakt voor de verbondenheid van mens en natuur. Dan heeft Zweers het over spiritualiteit en zingeving, over het verbinden van reflectie en waarneming of ervaring. Ik weet niet of ik het hier helemaal verwoord zoals hij dat bedoeld heeft, maar ik zie het zo: Als je wandelt en je geniet van wat je ziet, voelt, ruikt, hoort en proeft (wie kan er nu een dikke rijpe braam laten hangen?), dan kun je je afvragen wat dat allemaal voor jou betekent. Word je er blij of gelukkig van? Voel je de verbondenheid van jou met je omgeving. Dat noem ik spiritualiteit. Een stukje reflectie zou dan zijn: “Wat is mijn rol in het geheel? Wat is hier goed voor de natuur? Wat is goed voor ons, voor mij? Is dit in balans?

DSCN0860

Voor mij een mooie plek om te genieten van de kleuren, de weerspiegeling in het water, de stilte. Voor de dieren een plek om te komen drinken. Voor de planten en bomen een plek om er naar hartelust te groeien in al hun schoonheid.

DSCN0857

En als je je dan omdraait zie je dit op een bordje. “Hier heeft iemand hetzelfde gevoeld als ik”, dacht ik toen ik dit las.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het gaat erom dat het belang van de mens niet meer voorop staat. Daarom zouden we, naar mijn idee, ook in de kerk het beeld van de rentmeester los moeten laten en die van de partner of liever nog die van de participant moeten omarmen. Daarmee zouden we als kerk de Schepper en zijn schepping veel meer recht doen. Want die schepping, de heelheid van de schepping, die was toch bedoeld voor tot in eeuwigheid?

Deze week nieuw op de website: de overweging omzien naar en interviews met Niels de Zwarte, stadsecoloog in Rotterdam en Bisschop de Korte.

Eerder afleveringen in de serie:

1. Despoot/heerser

2. Verlicht heerser

3. Rentmeester

4. Partner

 

In alles diep verscholen

Heeft u ook zo genoten van de mooie herfst. Ik in ieder geval wel. Bovendien heb ik veel ‘gespijbeld’. Het mooie weer trok me gewoon naar buiten. Die mooie kleuren en al die paddenstoelen zijn er toch niet voor niks? Omdat beelden meer zeggen dan woorden, laat ik deze keer de beelden spreken.

DSCN0809 DSCN0828DSCN0852 DSCN0876DSCN0884 DSCN0893

Gij zijt in alles diep verscholen, in al wat leeft en zicht ontvouwt.

Franciscus van Assisi

Vandaag is het Werelddierendag, de dag dat we extra aandacht besteden aan onze (huisdieren). Ze worden eens extra verwend en vertroeteld. Wat we vaak vergeten is dat het ook de naamdag is van Franciscus van Assisi. Hij stierf op 4 oktober 1226. Franciscus had een bijzondere relatie met de natuur en leefde daar ook naar. Hij is een belangrijke inspiratiebron voor mijn eigen levenshouding. Franciscus beschouwde de natuur als schepping. Daarmee is de natuur een uitdrukking van Gods aanwezigheid en integraal onderdeel van de spiritualiteit van Franciscus. En daar herken ik mij in. De natuur is niet alleen iets wat we kunnen gebruiken of waar we bang voor zijn of van kunnen genieten, het is een weg tot Godsontmoeting (W.M. Speelman et al, 2010).

Franciscus preekt voor de vogels.

Franciscus preekt voor de vogels.

Soms heb je het geluk dat je zo’n Godsontmoeting ervaart. Bijna twintig jaar geleden liep ik met een vriendin een stuk van de GR5 in de bergen van Frankrijk met volle bepakking. Het liep tegen het einde van de dag. We waren moe en liepen een beetje naar onze schoenen te staren. Opeens, ik weet niet waarom, keek ik op en zag de zonnestralen in een hoge pol goudkleurig gras. Het was adembenemend mooi. Ik ervoer en aanvaardde dit als de aanwezigheid van God. Het raakte me tot diep in mijn ziel. De vermoeidheid viel van me af. De rugzak was niet meer zwaar en de pijn in mijn voeten was weg. Een intens vredig gevoel kwam over mij. Zo kon ik weer genieten van het prachtige uitzicht en de afdaling naar het pittoreske dorpje waar we gingen kamperen.

Dit is hem niet, maar voor het idee.

Op de foto wordt het nooit zo mooi als in het echt.

Ik denk nog vaak aan het beeld van de goudkleurige graspol. Het is een innerlijk beeld geworden; een bron van kracht en spiritualiteit, maar ook van hoop en troost.

W.M. Speelman, G.P. Freeman en J. van den Eijnden. 2010. Om de hele wereld; inleiding in de franciscaanse spiritualiteit. Franciscaans Studiecentrum.