Over bergen

Ik heb altijd tegen mijn man gezegd: “Als je in de bergen wilt gaan fietsen, dan moet je iemand anders zoeken om met je mee te gaan. Naar boven is afzien, en naar beneden vind ik eng.” Ik weet niet hoe hij het voor elkaar heeft gekregen, maar twee weken geleden fietsten we zomaar ineens door Lech (waar de koninklijke familie altijd gaat skiën) naar de Flexenpas (1773 m). Lees verder

Hartekreet

Het had mijn hartekreet kunnen zijn, de brochure “Messentrekkers bij de nachtwacht” van Koos van Noppen. Met de brochure wil hij gelovigen oproepen bij milieubewustzijn te komen, want zegt hij: “Zeer regelmatig ontmoet ik oprechte christenen, die een graad van milieubewusteloosheid aan de dag leggen waar ik stil van word.” Lees verder

Fietsen in Denemarken

Schrijf toch over jullie fietsvakanties, wordt er vaak tegen me gezegd. Dát vinden de mensen nou leuk om te lezen. Dus bij deze doe ik dat maar.

Denemarken klifDit jaar zijn we weer naar Denemarken geweest (vanuit Driebergen naar Leer gefietst en van daar met de trein naar Esbjerg). Denemarken is en blijft een heerlijk fietsland: licht glooiend, veel kleine landweggetjes en bewegwijzerde fietsroutes die ook op de kaart staan aangegeven. Karakteristiek voor het landschap zijn de witte kerkjes, al of niet met een rood dak, en de vele windturbines die over land lijken uitgestrooid. Heel eerlijk gezegd kunnen de glooiende, uitgestrekte tarwevelden soms wel wat eentonig worden. Maar langs de westkust van Jutland was er afwisseling genoeg; prachtige uitzichten over de fjorden, weer een stukje bos of een moerasgebied met veel bloeiende bloemen en vogels. Het ene moment fietsten we nog langs de duinen en het volgende moment boven over de kliffen. Dat was echt magnifiek.

Denemarken shelterJa, en dan natuurlijk onze kampeerplekjes. Daar doen we het misschien wel allemaal voor. We hebben een boekje ‘Overnatning i det fri’ (overnachten in het vrije). Plekjes in de natuur, vaak met water en wc en soms zelfs een douche, waar je je tent mag opzetten. Vaak staan er op deze plekjes ook shelters, waar we ook een paar keer in geslapen hebben, en is er een vuurplaats of een zwemplek (als alternatief voor een douche). Kamperen op dit soort plekjes geeft ons het ultieme gevoel van vrijheid. Soms waren ze moeilijk te vinden, maar met behulp van vriendelijke en behulpzame Denen is het toch elke keer weer gelukt.

Denemarken wit kerkjeBij één overnachtingplaats was de wasgelegenheid wel heel minimaal. Een buitenkraantje waarvan je de knop ingedrukt moest houden om het water te laten stromen. Knop los, water stopt. Probeer dan maar eens een kommetje van je handen te vullen met water. We hadden echter al lang ontdekt dat op het kerkhof bij de kerkjes een gebouwtje met meestal een keurige WC en wasbak stond, waarvan de deur altijd open is (helaas in tegenstelling tot de deur van de kerkjes zelf). En laat nu op twee minuten fietsen boven op de heuvel zo’n kerkje staan. Terwijl we daar onze tanden poetsten merkte mijn dochter laconiek op dat als je zwerver zou willen worden je dit in Denemarken zou moeten doen. Je hebt er shelters om te slapen en bij de kerk een WC en een wastafel om je te wassen.

Vreugdevolle soberheid

Gister was het aswoensdag en is de vastentijd begonnen, een periode waarin christenen zich innerlijk voorbereiden op Pasen. Van thuis heb ik het vasten meegekregen. Wij aten bij het ontbijt de eerste boterham met tevredenheid (zonder beleg) en dan ging er een dubbeltje in het spaarpotje voor “Gast aan tafel”.

Geen vlees

In ons gezin proberen we ook elk jaar een vorm van vasten te vinden. Al heel lang doen we tijdens de vastentijd geen rozijntjes in de yoghurt. Dat was toen de kinderen klein waren een makkelijke manier om toch iets soberder te leven en voor hun heel begrijpelijk. We doen het nog steeds. Maar we zoeken ook naar andere manieren. Daarbij staat de zorg voor de schepping centraal. Zo zijn we vorig jaar gaan CO2 vasten. Omdat we geen auto hebben kwamen we uit, heel traditioneel, op geen vlees eten. Dit jaar gaan we in het kader van het vastenactie project, ‘Water, bron van alle leven’, watervasten. En wat blijkt, ………dat kun je veel beter doen door geen vlees te eten dan door korter of minder te douchen. We staan er vaak niet zo bij stil, maar de productie van onze kleding en voedsel vraagt heel veel water, met name vlees. 15.000 liter voor een kilo rundvlees is niet niks. Met dat water kun je 300 keer douchen!!

koolmeesegel-hotel-beer

Vasten en bidden

Aanstaande zondag lezen we het bijbelverhaal dat Jezus de woestijn in ging om te vasten en te bidden. Alja Tollefsen, een lid van het theologisch elftal van Trouw, zegt dat alle nadruk op het vasten werd gelegd, maar het ging natuurlijk om het bidden (Trouw 6 feb 2015). Je richten op God en reflecteren op wat je als mens aan het doen bent. Reflectie en bezinning kunnen leiden naar soberheid en dat is iets anders dan alleen maar droog brood en water. Soberheid zou je misschien wel een vreugdevolle deugd kunnen noemen. Paus Franciscus zegt in de encycliek Laudato Si “De christelijke spiritualiteit houdt een groei in soberheid en een vermogen om met weinig te genieten voor. Het is een terugkeer naar de eenvoud die het ons mogelijk maakt stil te staan om te genieten van de kleine dingen, te danken voor de mogelijkheden die het leven biedt, zonder ons te hechten aan wat wij hebben, of treurig te worden om wat wij niet bezitten.”

DSCN0809 lieveheers-001OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Vreugdevolle soberheid

In hetzelfde artikel in Trouw zegt Bisschop de Korte dat hij in de traditie van het vasten nog altijd een belangrijke kritiek op de consumptiemaatschappij ziet: “Bezitten wij de dingen, of worden wij door de dingen bezeten?” Bewust beleefde soberheid werkt bevrijdend, zegt de paus. Dan word je minder vatbaar voor alle prikkels uit de consumptiemaatschappij en hoef je niet zo nodig met alles mee te doen. “Zij die van ieder ogenblik genieten en dit beter beleven, zijn degenen die ophouden hier en daar iets op te pikken en daarbij altijd zoeken wat zij niet hebben. Je ervaart dan wat het betekent iedere persoon en ieder ding te waarderen, je leert vertrouwd te raken met de eenvoudigste dingen en weet er van te genieten.” Ik heb al vaker geschreven dat ik iets hiervan ervaar in onze fietskampeer-vakanties. Maar wat zou het mooi zijn als je dat elke dag mag ervaren. De vastentijd is in ieder geval een mooie periode om te oefenen in vreugdevolle soberheid.

Vakantiegevoel

Wat zou het toch heerlijk zijn als je na thuiskomst het vakantiegevoel nog een tijdje kunt vasthouden. In de krant las ik een artikel met een aantal tips erin. De meeste ben ik weer vergeten, maar ze inspireerden me wel om zelf een aantal te verzinnen en te doen. Ik had de luxe dat ik in de eerste week de dag rustig kon beginnen. De wekker ging wel om 7.00 uur maar ik hoefde er nog niet direct uit. Wat lezen in bed of met een kop thee op de bank. Zo begon de dag tijdens het kamperen ook vaak. Al was de bank dan een kampeerstoeltje. Dat eerste kopje thee in het zonnetje voor de tent terwijl de rest van het gezin nog in de slaapzak ligt, is de lekkerste van de hele dag.

Soms ging ik juist ’s ochtends vroeg hardlopen. Ik zag dat het veld niet ver van ons huis geel en wit was van het boerenwormkruid en duizendblad. Dat nodigde uit om een paar mooie veldboeketten te plukken. Dat we buiten konden eten hielp natuurlijk ook om het vakantiegevoel nog wat te rekken. Het zijn eigenlijk maar kleine dingen die maken dat je thuis nog kunt nagenieten. Een wandelingetje na het eten of juist aan het begin van de dag, een glaasje wijn met een boek aan het eind van de avond en de televisie nog een paar dagen uit laten.

DSCN1816

Het liefst had ik de krant ook nog genegeerd. Het was heerlijk om drie weken lang niks te weten van wat er in de wereld gebeurde. We lazen geen krant, zelfs niet de koppen van de krant in de supermarkt, we hoorden geen radio en zagen geen televisie. Maar weer thuis is dat toch wel een stuk moeilijker.

En dan last but not least, fietsen. Fietsen naar je werk. En als je dat altijd al doet, fiets dan eens een andere route en kijk met de ogen van een vakantieganger. Zo fiets ik vaak door Amelisweerd naar de lapjesmarkt in Utrecht voor stof voor de bijenwasdoeken. Voor de boerenbont moest ik deze keer naar Veenendaal. Een mooie route op de grens van de Utrechtse Heuvelrug en het Kromme Rijngebied en dan bij Amerongen de berg over. De marktkoopman vond het zo geweldig dat ik was komen fietsen dat hij me 5 euro korting gaf om een kop koffie te gaan drinken. Het werd thee met een aardbeiengebakje op een terrasje. Vakantiegevoel op en top.

Tel je zegeningen

Boem, daar lig je dan opeens op het asfalt. De postbode die met de auto het erf op reed had me gewoon niet gezien. Een botsing was onvermijdelijk. Ik was zo verbaasd. “Hij stopt niet”, dat was wat er door mij heen ging. Liggend op het asfalt had ik al gauw in de gaten dat het met mij OK was. Blauwe plekken en schaafwonden tellen op zo’n moment niet. Maar de fiets zag er met een krom voorwiel minder goed uit. “Einde vakantie?” Dat denk je dan.

Niets minder dan dat. De postbode, die meer geschrokken was dan ik zelf, heeft er alles aan gedaan om er voor te zorgen dat we gewoon verder konden. Eerst is hij de rest van het gezin gaan halen. Zij fietsten voor mij uit en hadden niks gemerkt. Daarna heeft hij mij met fiets naar de fietsenmaker gebracht en bedongen dat de fiets diezelfde middag weer klaar moest zijn. De fietsenmaker was erg aardig en binnen twee uur beschikte ik weer over een berijdbare fiets.

En dan stapt opeens een oom van mij uit de auto terwijl wij in het gras voor de winkel, wachtend op de fiets, aan het picknicken waren. Hij bracht de fiets van zijn vrouw voor een servicebeurt. Het was fijn om het verhaal even kwijt te kunnen. En hij kon mooi het kapotte wiel meenemen, want daar zat nog wel een mooie naafdynamo in. “Welke krachten zijn hier aan het werk?”, zo vroeg ik me af. Ik kreeg er kippenvel van.

AppingedamNatuurlijk moesten we de plannen van die dag een beetje aanpassen. We waren op weg geweest naar de punt van Reide, in de hoop zeehonden te zien. Maar nu hebben we Appingedam bekeken met zijn hangende keukens boven het water; een bezoek gebracht aan de kerk, en een heerlijk ijsje gegeten. Fietsen ging beter dan lopen, dus zijn we toch nog doorgefietst naar een kleine camping bij Termunterzijl, die achteraf door de kinderen tot de mooiste camping van de vakantie werd verkozen (mooi gras, goed sanitair, een picknickbank en zwemmen in de vaart).

De volgende ochtend zijn we relatief vroeg opgebroken (we hadden kaartjes voor de trein van Leer naar Hannover) en gaan ontbijten op de punt van Reide. De postbode had ons op het hart gedrukt dat we de punt ondanks alles niet mochten overslaan. Het was het mooiste ontbijt van de hele vakantie. Bovenop de dijk, met uitzicht op meer dan 50 rustende zeehonden, de glinstering van de zon op het water, foeragerende vogels, schapen en stilte. Wat een zegen, een prachtig geschenk, na een toch wat enerverende dag.

Punt van Reide 2  Punt van Reide 1

Fietsen in Zeeland

Daar moet je nu over schrijven. Dat zeggen mensen tegen mij als ik ze over onze fietsvakanties vertel. Bij deze dus. Begin mei hebben we weer een weekje gefietst; richting Zeeland deze keer. Maarten (12) had de route uitgestippeld, met de kampeerterreinen erbij. Daarvoor zat hij dagen achter de computer met de fietsrouteplanner; voorpret alom. Ik moet zeggen hij had een mooie route uitgezocht. We hebben hem, met het oog op de wind, alleen andersom gefietst en daar waren we achteraf erg blij mee. fietsen dijk Zeelandfietsen dijk Breskens
Op zich hadden we mooi weer, zon maar ook veel wind. Natuurlijk hebben wij ook de zware onweersbuien gehad. Eentje zagen we in de verte hangen. Toen zijn we maar gaan schuilen in het bos. Daar stonden we tenminste aardig uit de wind, maar het voorjaarsgroen hield nog niet veel water tegen. Nat werden we wel. Daarna toch maar verder. Met de wind schuin voor, buitendijks richting Breskens. Dat was even heftig. Maarten waaide bijna weg. Maar het was wel prachtig. Ik hou wel van ‘het gevecht’ met de elementen. Bovendien is het dan dubbel genieten als je ’s avonds, onverwacht, op een terrasje in de zon en uit de wind zit te eten. In Veere bleek geen supermarkt meer te zijn (12 jaar geleden nog wel). Tja, wat moet je dan? Veerereiger met spiegelbeeldDe dag daarna zijn we met wind in de rug alle dammen overgestoken tot en met het Haringvliet. Dat was een cadeautje na drie dagen toch wel wat tegenwind. In de verte zagen we nog wel dreigende luchten, maar die waren eigenlijk alleen maar mooi. Soms hielden we wat in, om de bui voor te laten gaan. Een schitterend spel tussen ons en het weer. fietsen Zeeland dijkmaarten route Het was weer een weekje genieten van natuur (fluitenkruid, koolzaad en bloesembomen , weide-, roof- en watervogels), de rust (de Biesbosch schijnt het stilste stukje van Nederland te zijn), niks te hoeven en ons gezin. Als de rest van mijn gezin voor me fietst en ik al het moois om me heen zie en de vogels hoor, dan raak ik altijd vervuld van vreugde, geluk en dankbaarheid. Dan besef ik hoeveel ik heb om dankbaar voor te zijn en dat ons eigen landje toch ook wel heel erg mooi is. De heilige Geest is dan, denk ik, hard aan het werk. Want ik geloof dat die mij ontvankelijk maakt voor al die indrukken. (Het ‘rondje’ dat we gefietst hebben: Met de trein naar Breda, gekampeerd in Wouwse Plantage (Ottermeerhoeve), Vogelwaarde (de Kamperhoek), Veere (Veerse gat), Zuidland (de Kersengaard) en Werkendam (de Knotwilg). De dagetappes waren gemiddeld 70 km.)