Planten tussen de tegels

Ik genoot zo van de bloeiende slaapmutsjes in het gangetje achter de fietsenschuurtjes. Elke keer als ik wegging en weer thuiskwam lachten ze me toe en hoorde ik het gezoem van de insecten die zich aan de nectar tegoed deden. Tot op een dag ik bij thuiskomst een kaal gangetje aantrof. De slaapmutsjes en al het andere groen waren verdwenen. De tranen schoten me in de ogen bij deze trieste kale aanblik en ik werd erg boos. Lees verder