Tarwe

Het is alweer een poos geleden dat ik heb geschreven in de serie over bijbelse planten. Deze aflevering is gewijd aan tarwe. Tarwe vormt de basis voor ons dagelijks brood, en is daarmee denk ik het bijbelse gewas dat nu nog het meest gegeten wordt. Tarwe is een gewas dat in de Bijbel veelvuldig wordt genoemd. In het beloofde land van melk en honing, waar het volk op weg naar toe is, groeit de tarwe volop (Deut. 8, 7-8). Tarwe komt niet alleen als voedselgewas in de Bijbel voor, maar figureert ook herhaaldelijk in de parabels die Jezus vertelde.

Oorsprongsgebied

Toen de mensheid, ongeveer 10.000 jaar geleden, geleidelijk overging van het bestaan van jager en verzamelaar naar landbouwer behoorden de granen tot de eerste gewassen die ze ging verbouwen. Tarwe is daarmee een van de oudste gedomesticeerde planten. Het oorsprongsgebied van de tarwe is de zogenaamde Vruchtbare Halve Maan en het Bijbelse land lag daar middenin. De Vruchtbare Halve Maan strekt zich uit van de noordpunt van de Perzische Golf, langs de Eufraat en de Tigris naar het noordwesten, dan west naar de Middellandse Zee en duikt dan naar het zuiden via de Nijl een eind Egypte in. Ik las in een boekje over Bijbelse planten dat Bethlehem broodstad betekent en we kennen natuurlijk de graanschuren van Egypte uit de verhalen over Jozef.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Breken brood

Tarwe is een van de belangrijkste gewassen waarmee heel de mensheid zich voedt. Het is daarmee een heel doodgewoon en geen bijzonder gewas, maar voor christenen wel speciaal. Bij het laatste avondmaal brak Jezus brood (eenvoudig maar voedzaam alledaags voedsel) en deelde dit met zijn leerlingen. “Neem en eet hiervan, gij allen, want dit is mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt.” De leerlingen zullen op dat moment nog niet begrepen hebben wat Jezus met deze woorden bedoelde. Dat mysterie proberen we tijdens de eucharistie, als die woorden weer klinken, nog steeds te bevatten.

Verbondenheid

Zelf vind ik het beeld van verbinding door de graankorrels erg mooi. Ik zal het proberen te schetsen. Het is tweeledig. Ten eerste zie ik een beweging die het meest wegheeft van een zandloper. Vele graankorrels komen samen in dat ene brood (de smalle doorgang in de zandloper). Door het breken van het brood en het delen ervan verspreiden al die korrels zich weer in de mensen, die ieder op hun eigen manier een stukje van het mysterie vertegenwoordigen en daarvan getuigen. Ten tweede is het de verbinding tussen alle christenen op Aarde door het ritueel van het eten van dat ene brood. Overal op Aarde wordt het gedaan. Dat besef ontroert mij op een of andere manier. En dan bidden we allemaal dat ene gebed: Onze Vader, geef ons heden ons dagelijks brood.

Is de eco-elite wel zo groen?

Eco-elite, het nieuwe woord in de politiek en media. Deze term verwijst naar een groep mensen die het zich financieel kunnen veroorloven om zonnepanelen, warmtepompen en elektrische auto’s te kopen. Ik vraag me echter af of die ‘eco-elite’ wel zo groen is, want is duurzaamheid niet veel meer dan alleen het toepassen van ‘schone’ technieken en verder blijven doen wat je gewend bent?

 

Eco-elite

Het woord eco-elite duikt regelmatig op in de politieke discussie rondom het Klimaatakkoord als het gaat om ‘wie moet dat betalen?’. De SP hecht grote waarde aan ‘klimaatgerechtigheid’ waar ze onder verstaat dat de plannen geen kloof mogen veroorzaken tussen een ‘eco-elite’ en een klasse van achterblijvers. CDA-leider Buma heeft gezegd dat de hardwerkende Nederlander niet het kind van de groene rekening mag worden. Het is mij eerlijk gezegd niet helemaal duidelijk wie hij hier nu mee bedoelt: de hardwerkende Nederlander die ook behoorlijk verdient, of de hardwerkende onderbetaalde Nederlander? De heer Dijkhoff, fractievoorzitter van de VVD wil niet nu ‘als een malle’ geld uitgeven aan klimaatplannen, als toekomstige innovaties dit misschien veel makkelijker maken. Kortom veel gesteggel over geld om, wat het klimaatakkoord betreft, niet te hard van stapel te lopen.

 

Klimaatgerechtigheid

Voor de invulling van ‘klimaatgerechtigheid’ stelt sociaal wetenschapper Shivant Jhagroe voor om subsidies voor zonnepanelen en dergelijke te besteden in de sociale woningbouw. Mensen die behoorlijk verdienen kunnen deze panelen immers zelf wel betalen. Hoogstwaarschijnlijk heeft deze groep mensen ook het meest bijgedragen aan de CO2-uitstoot. Mee(r)betalen aan de oplossingen daarvan lijkt me daarom heel rechtvaardig. Jhagroe stelt ook dat de politiek via belastingen en beloningen een koers kan gaan varen die de kloof niet vergroot, maar via vergroening juist verkleint. Dat lijkt me allemaal prima, gelijk doen, zou ik zeggen. Maar dan nog blijf ik zitten met het gevoel dat de duurzaamheid gelijk wordt gesteld aan het toepassen van innovatieve groene technologie en dat mensen met een kleiner beurs te kort worden gedaan. Namelijk dat zij weleens veel duurzamer zouden kunnen leven, met een kleinere voetafdruk, dan de ‘eco-elite’. Ze worden daarvoor echter niet gewaardeerd, maar weggezet als ‘achterblijvers’. Dat is een fnuikende beeldvorming.

cartoon Trouw sep 2018

Bron: Trouw

Manier van leven

Zo werd ik getroffen door een verhaal dat onze pastoraalwerkster vertelde. Haar buurvrouw, die rond moet zien te komen met een heel klein budget, voelde zich bezwaard omdat ze niks aan duurzaamheid kon doen. Ze heeft heeft geen geld om haar huis te isoleren, om zonnepanelen, warmtepomp of elektrische auto te kopen. De pastoraalwerkster heeft haar juist geprezen om haar duurzaamheid en tegen haar gezegd: “Je hebt geen auto en doet alles op de fiets, je gaat niet met het vliegtuig op vakantie, je eet geen vlees, je stookt zuinig, je gooit geen eten weg, je verspilt niks, je hebt geen onnodige elektrische apparaten, je koopt tweedehands kleding en ik weet niet al wat meer. Als jij niet duurzaam leeft, dan doet niemand dat.”

 

Ecologische voetafdruk

ecologische voetafdrukZo leven zie ik een groot deel, de goede daargelaten, van de ‘eco-elite’ nog niet doen. Als je een elektrische auto hebt wil dat nog helemaal niet zeggen dat je ook minder kilometers gaat maken. Voor al die auto’s blijft asfalt nodig. Er komt nog elk jaar meer bij. Hoe vaak zou de eco-elite met het vliegtuig op vakantie gaan? Hoeveel elektrische apparaten hebben ze, hoe hoog zetten ze de verwarming, hoe groot is hun huis en tuin en bestaat die grotendeels uit tegels of hebben insecten er andere dieren er ook nog plezier aan? Hoe staat het met hun vleesconsumptie? Bankieren ze bij een duurzame bank? Ik heb een sterk vermoeden dat de ecologische voetafdruk van de ‘eco-elite’ groter zal zijn dan die van de ‘achterblijvers’ en de toevoeging ‘eco’ helemaal niet terecht is. Graag zou ik hier eens cijfers over zien.

 

Van hebben naar zijn

Echte duurzaamheid gaat niet alleen om het toepassen van nieuwe technieken. Het gaat vooral om een manier van leven. Een manier van leven die minder vervuilend en verspillend is, die minder gericht is op hebben, maar meer op zijn. De ‘eco-elite’ kan veel leren van de ‘achterblijvers’ als het gaat om het tegengaan van verspilling. De ‘achterblijvers’ zijn daar immers ‘koploper’ in.

 

Het ene doen en het ander niet laten

Noem het toeval of niet, maar vanmorgen (17 okt 2018) kreeg ik via de dagmeditatie van Berneboek deze bijbeltekst toegestuurd: (Lucas 11,42-44). In die tijd zei Jezus: “Wee u, Farizeeën! Gij betaalt wel tienden van munt en wijnruit en allerlei kruiden, maar bekommert u niet om rechtvaardigheid en liefde tot God. Het ene moet men doen en het andere niet verwaarlozen. Wee u, Farizeeën! Gij zijt belust op de voornaamste zetel in de synagoge en op de begroetingen op de markt. Wee u!”

In de Groene Bijbel is deze tekst niet groen gemarkeerd. Maar ik vind de tekst mooi aansluiten bij de bovenstaande problematiek. Het ene moet men doen (indien mogelijk het toepassen van technologische oplossingen, waarmee je inderdaad wordt gezien) en het andere niet verwaarlozen (minder verspillend en vervuilend leven, daarmee sta je niet in de picture maar geef je wel invulling aan rechtvaardigheid en liefde tot God).

 

Genieten van de kleine dingen

DSCN0809De boeddhistische monnik Thich Nhat Hanh en ook Paus Franciscus stellen dat veel mensen leeg van hart zijn en dat zij die leegte proberen te vullen met het kopen van spullen; consumentisme als compensatie gedrag. De rol van de kerk in het duurzaamheidsdebat zou kunnen zijn om manieren aan te dragen om het lege hart op een andere manier te vullen. Paus Franciscus wijst ons in de encycliek Laudato Si’ op de wijze les ‘minder is meer’. “De christelijke spiritualiteit houdt een groei in soberheid voor en een vermogen om van weinig te genieten”. Het is een kunst die we allemaal kunnen leren. Dan kunnen we ons hart vullen met mooie dingen en ervaren hoe prachtig de wereld is, en dat het de moeite waard is om op deze wereld te leven.

Gaia is God niet, maar

De ecologische crisis heeft direct te maken met hoe wij denken over de relatie tussen mens en natuur. Hoe wordt er vanuit religieuze, spirituele en filosofische tradities gereageerd op het klimaatvraagstuk? En bieden zij ook inspiratie voor een duurzame manier van leven? Nieuw Wij interviewt mensen die zich vanuit hun levensbeschouwelijke overtuiging inzetten voor een duurzame wereld. Ik had de eer om de spits af te bijten. Lees verder

Hartekreet

Het had mijn hartekreet kunnen zijn, de brochure “Messentrekkers bij de nachtwacht” van Koos van Noppen. Met de brochure wil hij gelovigen oproepen bij milieubewustzijn te komen, want zegt hij: “Zeer regelmatig ontmoet ik oprechte christenen, die een graad van milieubewusteloosheid aan de dag leggen waar ik stil van word.” Lees verder

Is een kwal gelijk aan een kopje koffie? (2)

“Wij mogen alles met dieren doen, zolang ze niet lijden. Als kwallen niet kunnen lijden, zie ik niet wat het verschil is tussen een kwal en het kopje koffie dat ik nu aan het drinken ben,” zei filosoof Bas Haring ruim een maand geleden in Trouw. In mijn vorige blog heb ik hier al op gereageerd, maar ik wilde er nog veel meer over zeggen. Lees verder

Is een kwal gelijk aan een kopje koffie?

“Wij mogen alles met dieren doen, zolang ze niet lijden. Als kwallen niet kunnen lijden, zie ik niet wat het verschil is tussen een kwal en het kopje koffie dat ik nu aan het drinken ben.”

Wie mij wat beter kent, zal meteen begrijpen dat dit niet mijn woorden zijn, want ik hou helemaal niet van koffie. Niet mijn woorden dus, maar die van filosoof Bas Haring, bijzonder hoogleraar publiek begrip van de wetenschap aan de Universiteit van Leiden. Ik was werkelijk geschokt door zijn woorden en had gehoopt dat we de tijd dat we levende wezens als willoze dingen zien, achter ons gelaten zouden hebben, in ieder geval in het filosofische denken. Haring zegt deze woorden als lid van Trouws filosofisch elftal in een gesprek met Frank Ankersmit, emeritus-hoogleraar intellectuele geschiedenis aan de Rijksuniversiteit van Groningen, over de vraag of er een reden is om de mens in rangorde boven het dier te plaatsen, in relatie tot dierenrechten (Trouw, 19 april 2018).

 

Verweven

OLYMPUS DIGITAL CAMERAAnkersmit geeft gelukkig tegengas: “Er is wel degelijk een verschil: een kwal is een levend dier, een kopje koffie is levenloos.” Ook wijst hij erop dat alles op onze planeet met elkaar verweven is. “Als we woest omspringen met primitieve wezens, roepen we misschien ecologische rampen over onszelf af.” Jammer van die toevoeging ‘onszelf’. Toch weer antropocentrisch gedacht. Die toevoeging geeft mij het idee dat bij Ankersmit het ook allemaal om de mens draait. Haring ziet echter geen probleem in woest omspringen met dieren, zolang dat maar geen lijden veroorzaakt. “Maar als je van tevoren weet of merkt dat de wereld vergaat, is dat wel het geval.” En daar zit ook een deel van het probleem. Het ecosysteem Aarde is zo complex dat wij niet altijd kunnen weten wat de invloed zal zijn van de manier waarop we met dieren en de natuur omgaan. Dat is ook wat ik lees in het woord ‘misschien’ bij Ankersmit. Misschien roepen we ecologische rampen over ons zelf af. Misschien, zeker weten doen we het niet. Maar wat we wel weten is dat ecosystemen zo complex zijn dat als ze verstoord of verdwenen zijn, ze niet zomaar door menselijk ingrijpen weer hersteld kunnen worden. Een goede reden om in onze omgang met de natuur uit te gaan van het voorzorgprincipe.

 

Onderlinge afhankelijkheid

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Paus Franciscus wijst ons in Laudato Si’ steeds op de samenhangen tussen alles wat is. Als alles met alles samenhangt dan betekent dat ook dat alles van elkaar afhankelijk is. Ecologisch gezien heeft ook de kwal een functie in het ecosysteem van de oceaan en we kunnen slechts gissen wat er zou gebeuren als die kwallen uit het ecosysteem zouden verdwijnen. De paus haalt een deel van de Catechismus van de Katholieke Kerk aan waarin op een haast poëtische wijze de onderlinge afhankelijkheid van alle schepselen wordt beschreven. “De onderlinge afhankelijkheid van de schepselen is door God gewild. De zon en de maan, de ceder en het bloempje, de adelaar en de mus; het schouwspel van hun oneindige verscheidenheid en ongelijkheid betekent dat geen enkel schepsel aan zichzelf genoeg heeft. Zij bestaan slechts in onderlinge afhankelijkheid om elkaar wederzijds aan te vullen, ten dienste van elkaar.”

Ook wij mensen bestaan slechts in onderlinge afhankelijkheid van elkaar en van alle andere schepselen. Daarom is er, volgens mij, geen reden om de mens in rangorde boven het dier te plaatsen.

Wordt vervolgd…….