Onlangs werd ik geïnterviewd voor het kerkblad van de protestantse gemeente bij ons in het dorp. De rode draad van het interview was wat natuur voor mij betekent in relatie tot (mijn) geloof. Een grote vraag, die uiteindelijk ook leidde tot de vraag: “Denk je dat de Aarde beter af is zonder de mens?” Het is een vraag die ik niet zomaar met een “ja” of een “nee” kon of kan beantwoorden. Wat is beter? Wie of wat bepaalt dat? Is het niet vooral de mens die denkt in beter of slechter? Beter voor wie of wat?
Eerlijk gezegd denk ik wel vaak dat als de mensheid in één keer verdwenen zou zijn de Aarde weer helemaal op zou bloeien. De natuur zit zo vernuftig in elkaar. Alles hangt zo wonderlijk met elkaar samen in een levensweb met vele mogelijkheden. Ze heeft ongekend veel veerkracht. Uit die veerkracht put ik hoop. Ook voor nu, nu we er als mensen nog gewoon zijn. Als wij, en dan bedoel ik voornamelijk de rijke (westerse) mensen, ons anders gaan gedragen, anders gaan leven waarbij we minder vervuilen en uitputten, kan de natuur weer opbloeien waar die nu verwoest is. We kunnen zelfs een helpende hand bieden. Kleine heuveltjes door mensenhanden opgeworpen kunnen de woestijn veranderen in een groene zee. En kijk eens wat er gebeurt als rechte sloten met hoge oevers, goed voor de waterafvoer, wat bochten krijgen met glooiende oevers. Het water wordt langer vastgehouden en allerlei planten en dieren komen dan op eigen kracht terug.

Wij zijn deel van de natuur
Steeds meer mensen gaan zich realiseren dat we deel zijn van de natuur. Dat is hoopvol. Maar het betekent helaas niet dat we ons automatisch daarnaar gaan gedragen. Daarvoor zijn we de laatste twee, drie eeuwen in ons denken en doen te ver van de natuur losgeraakt. Het is heel hard werken om werkelijk weer als deel van te natuur te gaan leven, omdat we dan veel dingen anders moeten gaan doen. En in ieder geval zouden we andere prioriteiten moeten stellen. Niet de korte economische belangen voorop stellen, maar juist de lange termijn belangen gericht op het algemeen welzijn van heel de natuur. En die oneindige (economische) groei? Vergeet die maar. De natuur kent geen oneindige groei in de zin van steeds meer en groter. De groei van de natuur zit in de circulariteit, een continue afbraak en opbouw.
Stof zijn wij
Bijbels gezien hoort de mens er echter helemaal bij. Dus dan zou je de vraag “Is de Aarde beter af zonder de mens?” met een “nee” kunnen beantwoorden. De mens is deel van de schepping. Op de zesde dag tezamen met de andere dieren geschapen. Helaas hebben christenen gedurende de laatste paar eeuwen met het idee geleefd dat de mens de kroon op de schepping is, er boven stond, en de natuur voor eigen nut en gewin mocht gebruiken. Maar op welke Bijbelse grond? Zijn we niet geboetseerd uit de aarde en keren we na onze dood niet letterlijk als stof terug in de moederschoot van de Aarde? Is de mens niet net zo broos en kwetsbaar als het andere leven op Aarde? We moeten niet denken dat we beter zijn dan de dieren, lezen we bij Prediker. We zijn, net als zij, stof en keren terug tot stof. Juist deze vergankelijkheid van het leven is de continue bron voor nieuw leven. En wij mensen maken ook deel uit van die levenskringloop. Niet anders dan de andere dieren en de planten.
Priesters van de schepping
Onze plaats mag dan wel midden tussen alle andere schepselen zijn, maar de bijbelse scheppingsverhalen vertellen ons dat we wel een bijzondere verantwoordelijke rol hebben in het geheel van de schepping; om die te behoeden en te bewaren. Dat is geen statisch gebeuren, maar meebewegen om al het leven tot zijn recht en bloei te laten komen. Daarin zijn we echter schromelijk tekort geschoten gezien de verwoesting, vervuiling, en uitputting die we teweeg brengen met onze manier van leven en economie bedrijven. In die zin is de Aarde voor haar herstel van ons afhankelijk. Dat wij stoppen met verwoesten, vervuilen en uitputten. Daarvoor moeten we, volgens de Grieks-orthodoxe theoloog Ioannis Zizioulas, priesters van de schepping zijn. Priesters van de schepping horen met eerbied en respect met de natuur om te gaan, zegt hij. Het leven is een heilig geven-en-ontvangen tussen God, mens en natuur. Geen enkel schepsel heeft immers genoeg aan zichzelf. Zij bestaan slechts in onderlinge afhankelijkheid om elkaar wederzijds aan te vullen, ten dienste van elkaar. (Catechismus van de Katholieke Kerk, 340).
Het boek ‘Priesters van de schepping’ is een uitgave van Skandalon
