Van zaadje tot tomaatje

Ik ben al jaren donateur van Stichting Zaadgoed. Het doel van Zaadgoed is om de biodiversiteit in biologische zaadvaste rassen te handhaven of te verbreden. Dit doet ze door biologische boeren te ondersteunen zelf een of een aantal groentegewassen veredelen of oude rassen in stand houden of verbeteren. Donateurs ontvangen twee keer een Kiemkracht, de kleurrijke nieuwsbrief boordervol inspirerende verhalen. Afgelopen voorjaar zat er een leuke verassing bij: een vrolijk zakje met 10 tomatenzaadjes. Tien kleine zaadjes, wat zou dat worden? Vol verwachting heb ik ze gezaaid. Lees verder

Maak van je tuin een insectenwalhalla

Maak van je tuin een insectenwahalla. Insecten willen niet alleen een plek om te schuilen of te nestelen, zoals kan in het insectenhotel (zie vorige blog), maar ook eten en een plekje om zich voort te planten. Doe daarom mee met de operatie Steenbreek en vervang de tegels eens voor mooie bloeiende planten; voedsel- en waardplanten voor de insecten. Bij een tuincentrum bij ons in de buurt kreeg je een plant als je een tegel inleverde. Een plant voor een tegel, een mooie deal. Lees verder

Insectenhotel

Geniet u ook zo van de lente, de warmte van de zon, dat alles weer groen wordt en gaat bloeien? Zodra de vorst verdwenen was en de zon haar warmte deed voelen hoorde ik de insecten alweer gonzen.  Insecten zijn nuttige en leuke beestjes die het echter best wel moeilijk hebben. Wat hulp kunnen ze dus wel gebruiken; een insectenhotel bijvoorbeeld. Lees verder

Help, de insecten

Help, de insecten verdwijnen. In 30 jaar zijn hun aantallen met 75% afgenomen. De insecten worden als de hoeksteen van ecosystemen beschouwd. De achteruitgang van weide- en zangvogels kan niet los gezien worden van het teruglopend aantal insecten. Alles hangt met alles samen. Als het slecht gaat met één soort, zal dit een effect op andere soorten hebben. Lees verder

Met de handen in de aarde

Soms heb je van die tijden dat je veel te veel met je hoofd bezig bent. Veel lezen, denken, schrijven, allemaal heel leuk, maar op een gegeven moment lukt het gewoon niet meer. Dan is het hoofd te vol, er kan niks meer bij. Dan moet je er dus gewoon even mee stoppen; even weg van bureau en computer. Wat is het dan heerlijk om lekker in de aarde te kunnen wroeten.

Sinds een paar weken ben ik weer actief als vrijwilliger in de ecotuin van de kinderboerderij in Driebergen. De tuin is niet heel erg groot, maar wel ingericht met verschillende leefgebiedjes. Zo is er een vijver met een moerasgebiedje en een heuvel met een kalkrijk en een kalkarm gedeelte. Door de hele tuin heen zijn er schuilplekken voor insecten, salamanders, muizen en egels. Er springt regelmatig iets voor je voeten of handen weg als je bezig bent. Het is gewoon al fijn om daar te zijn.

ecotuin 2ecotuin 1

Van de week heb ik veel grote rozetten met een enorme penwortel eruit gehaald. Deze plant, en ik moet eerlijke bekennen dat ik de naam niet weet, overwoekerde de rest van de planten nogal. Bij elke rozet die ik weghaalde kwam er een verrassing onder vandaan, zoals kleine anjers, trilgras en last but not least marjolein. Op een of andere manier vind ik het altijd leuk de plant waarnaar ik vernoemd ben tegen te komen; of het nu in de tuin is of op vakantie in de bermen. Zo met de handen in de aarde bezig zijn, dat doet een mens goed.

Stropdasje

stropdasjeWij hebben een eigen merel. Hij komt al een paar jaar bij ons in de tuin. Het is een deftige merel, want hij draagt een witte stropdas. Daar herkennen we hem dan ook aan. Wij hebben hem Stropdasje genoemd. Als we aan het ontbijt zitten, klinkt (klonk) er regelmatig: “Kijk, daar is Stropdasje.” Dan zat hij op de schutting of de schuur en keek of de kust veilig was (we hebben een poes) om in de tuin te komen scharrelen.

Maar de laatste tijd waren we ook ongerust. Sinds ik meedoe met de tuintelling wil ik Stropdasje fotograferen. Dat lukte al vrij snel, maar ik wilde een foto van dichterbij. En vanaf toen zagen we Stropdasje niet meer. Wel twee andere merelparen die elkaar regelmatig in de veren zitten, maar geen Stropdasje. We misten hem echt en werden zelfs een beetje verdrietig bij het idee dat Stropdasje er niet meer zou zijn. Het doet je toch iets. Een dier met een naam lijkt ons nader te staan, dan zomaar een dier.

DSCN1274Ik vind het dan ook zo mooi dat in het boek ‘Otje’ van Annie M.G. Schmidt, Kwark de kraai op een gegeven moment vraagt hoe de muizen ook al weer heten, want muizen met een naam die eet je niet zomaar op.

Gelukkig is Stropdasje er nog. Van de week zagen we hem tot onze vreugde weer. Waarschijnlijk is hij uit zijn territorium verdreven door de twee andere merel mannen en heeft hij nu met zijn vrouwtje een nest wat verderop. Als de andere twee merels even niet in de buurt zijn, komt hij bij ons nog van de broodkruimels snoepen. Ik hoop dat we nog lang van Stropdasje mogen genieten.