Het gaat niet goed met de vergroening van de Nederlandse steden las ik van de week in de krant. De wijken verstenen. Het oppervlak ‘groen’ per huis is in vijf jaar met 25% afgenomen. Twee foto’s van hetzelfde huis, de een met groene tuin, de ander met alleen maar tegels zonder een sprietje groen, laten je het verschil voelen. Van die tegels word ik echt niet blij.
Het artikel, vol met beleidsregels en cijfers oppervlakte groen (die niet gehaald worden) bleef de hele dag in mijn hoofd hangen. Ook tijdens het hardlopen. Ik had gekozen voor een ‘rondje dorp’. Maar halverwege besloot ik toch maar een ommetje bos erbij te pakken, weg van de verharding. Mijn brein bleef maar associëren met de woorden verstening en verharding.
Tijd van stenen
En zoals wel vaker gebeurt zijn het liedteksten die boven komen drijven. Een refrein, nog uit mijn middelbare schooltijd toen ik zong in het jongerenkoor: ‘Mens, waar is je hart gebleven, je bent versteend, je bent verhard, is dat leven?’ Maar ook het lied van Kaïn: ‘Waarom viel je gezicht, verharde je hart, sloeg je hem neer, je broer je beeld je gelijke?’ Ik dacht aan de rellen in Amsterdam, aan het huidige vluchtelingenbeleid van Nederland, aan het woord dat de Dikke van Dalen heeft uitgeroepen tot woord van het jaar: polarisatie. Verder dwaalden mijn gedachten. Ze ontmoetten Prediker: ‘Tijd van vloek en tijd van zegen, tijd van droogte, tijd van regen, dag van oogsten, tijd van nood, tijd van stenen, tijd van brood. Prediker wist het al voor brood, voor levenskracht, heb je ‘groen’ nodig, geen stenen.
Daarna kwamen mijn gedachten aan bij de parabel van het zaad (Matteüs 13). Het zaad op de weg werd opgegeten door vogels. Dat op de rotsbodem viel verschroeide zodra het opgekomen was, omdat het niet kon wortelen. Alleen het zaad dat in vruchtbare aarde viel leverde vrucht op.
‘Mens, waar is je hart gebleven,
je bent versteend, je bent verhard,
is dat leven?’
Mensen gedijen goed in een groene omgeving. Patiënten genezen zelfs sneller in het groen. Zelfs het uitkijken op een tuin heeft een al positief effect. Een groene omgeving oogt vriendelijker en ik ben er van overtuigd dat mensen in zo’n omgeving vriendelijker zijn naar elkaar toe, ook als ze elkaar niet kennen. Groen nodigt uit tot ontmoeting. Minder bomen, struiken, en planten in de woonwijken en meer versteende tuinen betekent dus niet alleen meer warmte, minder schaduw, minder waterbergend vermogen, minder voedsel en schuilplekken voor insecten, vogels en andere kleine dieren, het draagt ook bij aan de verharding van ons hart. Dat geloof ik echt. Met het verdwijnen van het groen in de wijk dreigt de vruchtbare aarde voor een harmonische samenleving te verdwijnen en plaats te maken voor onverschilligheid, belichaamd in die betegelde ‘tuinen’ belichamen.
Tijd van brood
Onverschilligheid ten aanzien van anderen, vooral kwetsbare groepen, is volgens paus Franciscus de grondoorzaak van de huidige sociaal-ecologische crisis (Laudato Si’). Onverschilligheid kunnen we dus missen als kiespijn. Wat we nodig hebben is tijd van brood: betrokkenheid, een besef van verbondenheid. Verbondenheid met andere mensen, ook met hen die we niet kennen, dichtbij of ver weg, verbondenheid met andere schepselen en verbondenheid met toekomstige generaties. Samen bomen planten waar het maar kan, verbindt mensen met elkaar, verbindt mensen met de bodem, water en lucht, verbindt mensen met andere schepselen, verbindt mensen van nu, met mensen van de toekomst.
Komt de kerstboom dan nog de huiskamer binnen? Wij doen het al heel lang met een kunstboom (ook niet echt duurzaam, geef ik toe). Maar ik voel wel de behoefte aan ‘kerstgroen’ in huis. Daarom ga ik kerststukjes maken van het groen dat ik heb meegenomen uit het ‘grof snoeiafval’ dat afgelopen dinsdag werd opgehaald. Dat het groen om ons heen, ons hart mag verzachten, zodat het licht van het kerstkind in en door ons kan schijnen, om de wereld te verlichten.
