Tekenen van hoop

Twee weken was ik bij een bijeenkomst in de leergang van Space and Grace voor kerkvernieuwers. Het thema van de middag was ‘Laudato si’ als bron van hoop’ met de centrale vraag hoe kerkgemeenschappen een bijdrage kunnen leveren om de menselijke aanslag op de aarde te veranderen in een loflied op de schoonheid van de schepping en de grootsheid van haar Schepper. Het bijzondere van de middag was dat kunst werd gebruikt om met elkaar in gesprek te komen.

Hiervoor was er een mini-museum ingericht met onder andere een aantal kunstwerken van Mérie Rijnberk. We kregen ruim de tijd om bij de kunstwerken stil te staan om die op je te laten inwerken. Raakt het jou? Hoe? Zet het je aan het denken? Wat doet het met jou?

De aarde valt uit elkaar. Mérie Rijnberk (De pit is op de foto niet zichtbaar)

In het daarop volgende gesprek bleek er één kunstwerk te zijn dat bij veel mensen, en ook bij mij, erg tot de verbeelding sprak. Dat was de uiteenvallende aarde in de vorm van een appel. De kunstenares was aanwezig en vertelde dat de schil van aardewerk was gemaakt, dus letterlijk uit de aarde genomen. Hier had ze een verknipte wereldkaart opgeplakt. Het klokhuis was van klei. Vanuit de deelnemers kwamen de associaties:

“De wereld valt uit elkaar in duigen.” “We eten de wereld letterlijk op, alleen de schil is nog over”. Maar toen merkte iemand op, zij had echt heel goed gekeken: “Ik zie ook hoop. Ik zie het kleine pitje. Als we dat zaaien zal het weer ontkiemen en er een nieuwe boom uitgroeien.” Zo kreeg het kunstwerk opeens, naast het negatieve beeld van verwoesting, ook een positief perspectief van de veerkracht die de Aarde heeft, haar herstelvermogen. Daar hoeven we haar alleen maar de ruimte en de gelegenheid voor te geven. Zaai het pitje, en laat het daarna met rust.

Citroentje. Foto Marijke van der Giessen

Nu, een paar dagen voor Pasen, bedenk ik mij dat het ook een mooi beeld bij Pasen is. Door het verval, het lijden, heen ontstaat er nieuw leven. Elke lente herinnert ons hieraan wanneer de knoppen van de bomen weer uitlopen en het lichte groen het bos siert. Gister zag ik al pinksterbloemen in de wei. En tijdens een wandeling zag ik speenkruid, paardenbloemen, voorjaarshelmbloem, hoorde een koor van zingende vogels, en genoot van de fladderende citroentjes. De schoonheid van de schepping en de grootsheid van de Schepper laat zich in deze tijd van het jaar volop ervaren. De steppe zal lachen en juichen. Laten met volle overtuiging meezingen in dat loflied.

Plaats een reactie