Leven zonder afval

Toen ik alweer meer dan een half jaar geleden de workshop ‘bijenwasdoek maken’ bij Emily-Jane volgde vertelde ze al dat ze een boek aan het schrijven was. Een boek waarin ze vertelt hoe zij met haar gezin het aanpakt om zo weinig mogelijk afval te produceren. Ik moet zeggen, ik vind het knap zoals ze dat voor elkaar krijgt.

Nu ligt het boek in de winkel. Natuurlijk heb ik het direct gekocht. En geheel in stijl werd het ingepakt in een oude poster van een aankondiging van een concert. Het boek is erg mooi geworden. De teksten lezen vlot en prettig en de foto’s zijn prachtig. Alleen al daardoor krijg je echt zin om wat uit te gaan proberen.

boek leven zonder afval

Emily-Jane volgt eigenlijk twee lijnen. De ene is dat ze katoenen zakjes, bijenwasdoek en potjes meeneemt naar de winkel of markt en daar de los verkrijgbare producten in doet als brood, groente, fruit, noten rozijnen enzovoort. Of ze koopt de producten in bulk in. De andere lijn is dat ze veel dingen zelf maakt, zowel voedsel, als schoonmaak- en persoonlijke verzorgingsmiddelen. In het boek staan alle recepten hiervoor vermeld.

Zelf ben ik al helemaal op de katoenen zakjes en de bijenwasdoek overgeschakeld. Het was even wennen, maar nu is het een nieuwe routine geworden. Ik geef nu ook workshops bijenwasdoek maken en iedereen is razend enthousiast over wat je allemaal met bijenwasdoek kunt.

Sinds een paar maanden gebruik ik haar recept voor deodorant. Het is eigenlijk een soort crème op basis van kokosolie en natriumbicarbonaat (baking soda) met nog wat andere ingrediënten. Ik vind het ideaal spul, veel fijner dan ‘echte’ deo. Een aanrader wat mij betreft. (Pas op! Baking soda is niet hetzelfde als schoonmaak soda (natriumcarbonaat). Die kun je niet gebruiken om mee te bakken!!).

En nu op naar de verpakkingsvrije winkels. Binnenkort komt er eentje in Utrecht in de Twijnstraat. Daar kunnen we dan bulk inslaan in onze eigen katoenen zakken.

Wil je meer, neem dan minder

boekje Vandana Shiva“Wil je meer, neem dan minder” is een uitspraak van Vandana Shiva die ze doet in het lezenswaardige boekje ‘De armoedige levensvisie van het rijke Westen’ Vandana Shiva is opgeleid als fysicus, maar ontwikkelde zich geleidelijk aan tot natuurwetenschapper en milieuactiviste. Door zich in te zetten voor de milieubeweging ontmoette ze levensgemeenschappen die haar de spiritualiteit van de natuur leerde ervaren.

In het genoemde boekje deelt Shiva haar zorgen over hoe, met name het rijke Westen, met de Aarde omgaat, door haar armoedige levensvisie. “Er zijn twee zaken waarvan we dachten dat ze overbodig waren, maar waarvan we nu moeten toegeven dat ze levensbelang zijn. Het eerste is het erkennen van het heilige. Het tweede het verwerpen van de scheiding tussen lichaam en geest.

Mij gaat het vandaag om dat heilige. Ik worstel altijd met het heilige. Maar Shiva legt het zo uit dat ik er wat mee kan. Het heilige erkennen betekent het erkennen van grenzen en deze niet overschrijden. Het heilige woud is het woud dat zegt: “Eet van mijn vruchten, maar kap mijn bomen niet”. De heilige rivier die zegt: “Vis voor je eigen behoeften, maar vervuil mijn water niet.”

“Grenzen stellen aan onze eigen gulzigheid”, zegt Shiva, “is ongetwijfeld een deel van de spiritualiteit die we nodig hebben”. Feestelijke beleving, het vieren van de overvloed die er is, is het aanvullende deel van spiritualiteit. Dus genieten van de vruchten uit het woud en daar dankbaar voor zijn. En weten, dat als je de boom laat staan, er volgend jaar weer vruchten zullen zijn.

Genieten

Terwijl ik dit schrijf hoor ik de regen op het zolderraam kletteren. Wat een verschil met gister toen we ons konden koesteren in de zon. Ik was in Amsterdam voor een interview met Pater Putman. Als ontmoetingsplaats hadden we afgesproken op het Begijnhof. Ik was daar in de ochtend langs de Singel (vanaf het Centraal Station) naar toe gelopen, want daar liep ik in de zon en was er niet zoveel verkeer. Na afloop van het interview had ik nog een uurtje over voordat ik weer met de trein naar huis wilde. Ik besloot om via de oostkant wat rond te dwalen richting station. Dat bracht me bij het Rembrandtplein. Wat was het heerlijk toeven daar. Het mooie weer bracht iedereen blijkbaar in een goede stemming, want de sfeer was, daar midden in de stad, heel rustgevend. Anders dan op het Begijnhof, maar toch. Een muzikant die klassieke muziek speelde op de contrabas droeg daar zeker aan bij. Ik heb er van genoten en zag dat anderen dat ook deden. Allerlei verschillende mensen zaten daar op het plein van hun lunch te genieten, van jong tot oud, van toerist tot zakenman. De beeldengroep van de nachtwacht droeg zeker ook  bij aan de entourage. Ik was zelf een beetje verbaasd hoe je zo midden in de stad intens kon genieten van wat er op je weg komt en dat helemaal voor niets. Tenminste bijna niets. De muzikant heb ik uiteraard nog wel wat gegeven. Het was tenslotte zijn muziek dat het ‘zijn’ op het plein extra mooi maakte.

Iedereen ontspannen genietend in de zon.

Iedereen ontspannen genietend in de zon.

De beeldengroep uit de nachtwacht.

De beeldengroep uit de nachtwacht.

Marius de Geus (milieufilosoof) zegt in een betoog over versobering als positieve kracht dat het leren genieten van naar verhouding eenvoudige zaken of ervaringen in het leven van cruciaal belang is. ‘Een gematigde consument stelt zich doorgaans open voor die genoegens in het menselijk leven die weinig of niets kosten en die toch veel plezier, ontspanning en gevoelens van geluk verschaffen. Dat kan bijvoorbeeld een lange bos- of strandwandeling zijn, een fijne fietstocht, een goed gesprek, of het verrichten van een goede daad waar anderen mensen baat bij hebben.’

En dat je daarvoor niet eens naar het bos hoeft bewijst bovenstaand verhaal. In de zon een broodje eten op het Rembrandtplein met een glas thee erbij (ik ga haast nooit zonder thermoskan thee op pad, dat is mijn luxe) en mooie achtergrond muziek, dat was puur genieten.

Bron:

M. De Geus, 2013. Versobering als positieve kracht: naar een levenskunst van ‘zijn’ in plaats van ‘hebben’. In: M. Becker en T. Wobbes (red.), Soberheid als ideaal en als noodzaak. Annalen van het Thijmengenootschap, jaargang 101, aflevering 4.

Footprint challenge

The_footprint_Challenge_jpg_72dpi_rgb-150x150Gisteravond ben ik naar de kick-off van de Footprint Challenge in Utrecht geweest. Ongeveer 330 mensen gaan de uitdaging aan om in 40 dagen hun ecologische voetafdruk te verlagen. Ik dus ook.

De ecologische voetafdruk is de ruimte die je nodig hebt om in je levensstijl te voorzien. Dit is inclusief de ruimte die nodig is om de bijbehorende CO2 uitstoot te compenseren.

De co-ontwerper van de voetafdruk Mathis Wackernagel legt het in het filmpje nog eens haarfijn uit. Het is in het Engels, maar goed te volgen. Uiteindelijk is het heel simpel. Het is net als met geld. Als je meer uitgeeft dan je hebt ga je bankroet. Zo is het ook met de aarde. Als we meer gebruiken en vervuilen dan ze te bieden heeft of verwerken kan, dan gaat ze kapot.


Gemiddeld is voor elke wereldburger 1,8 ha beschikbaar, waarvan 0,3 voor de natuur. Wij hebben in Nederland gemiddeld een voetafdruk van 6,3 ha per persoon. Dat betekent dat als iedereen in de wereld zou leven zoals wij er 3,5 aardbollen nodig zijn. Wereldwijd gebruiken we gemiddeld 2,7 ha per persoon. Dat wil zeggen dat we eigenlijk al anderhalve aardbol aan het gebruiken zijn. En we hebben er maar één. We overvragen de aarde dus nu al. Daarmee lenen we in feite van de toekomst; van onze kinderen en kleinkinderen. En dit is een lening die we niet terug kunnen betalen. Daarom doe ik mee aan de footprint challenge, om de lening zo klein mogelijk te maken.

Als iedereen in de wereld leeft als de gemiddelde Nederlander, dan zijn er 3,5 aardbollen nodig. We hebben er maar één. Laten we daar zuinig op zijn!!

Onze kennis over de voetafdruk werd gister aan de hand van een quiz op de proef gesteld. Wist je, dat je een gemiddelde woning een half jaar kunt verwarmen met de energie die je verbruikt bij een retourtje Amsterdam-New York? Of, dat de uitstoot van CO2 voor de consumptie van 2 kg rundvlees evenveel is als de uitstoot bij een ritje met de auto van Utrecht naar Parijs? Onze tafel won de quiz en we kregen allemaal kookboek1het kookboek ‘Voetprint cooking, weet hoe groen je eet’, van Dorien Soons. Het boek staat boordevol weetjes over voedsel en CO2 uitstoot. Bij alle recepten staat met een aantal voetjes weergeven hoe groot de voetafdruk daarvan is. Een gemiddelde maaltijd van de gemiddelde Nederlander heeft ongeveer 20 voetjes. De recepten in het boek hebben gemiddeld 5 voetjes. Dat scheelt toch een slok op een borrel.

Wat me opviel was dat er gister relatief veel enthousiaste jonge mensen waren, die er echt voor willen gaan. Dat biedt hoop voor de toekomst, want zij hebben de nieuwe ideeën en daarvan moeten we het hebben.

Marjolein Tiemens-Hulscher

Over de crisis niets dan goeds

Dinsdag 8 oktober ben ik naar de boekpresentatie Over de crisis niets dan goeds van Sjef Staps geweest. Hij is een oud collega van mij bij het Louis Bolk Instituut, dus de reden om te gaan was dubbel. Het was een hartverwarmende bijeenkomst. Natuurlijk klinkt ook daar de somberheid door over de klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit en de urgentie om er wat aan te doen. Maar ook was de kracht voelbaar van mensen die echt willen, die hopen dat het tij nog te keren is door nu daadwerkelijk de kop uit het zand te halen en met elkaar in actie te komen.

3D-OverDeCrisisNietsDanGoeds

Daarvoor is echter nog veel nodig; bewustwording en educatie bijvoorbeeld. Sjef Staps schetste dit met een anekdote over de plasticsoep in de oceanen. Een jongen uit drie gymnasium had hierover gezegd: “Als er niks aan gebeurt (opruimen van de soep) dan zal die soep ook wel niet bestaan.” Wat je niet ziet, in dit geval omdat het ver weg is, buiten zicht midden op de oceaan, bestaat het niet. En de link tussen al die plastic flesjes in de berm en het plastic in de oceanen en in de magen van de vissen en andere zeedieren wordt al helemaal niet gelegd. Maar misschien nog erger is dat we, als maatschappij, willens en wetens ons kop in het zand blijven steken, omdat we het niet willen zien.

We stonden nog even stil bij het begrip duurzaamheid, omdat dit zo’n containerbegrip is geworden. Iemand vertelde dat een Afrikaan het eens zo omschreef:

“Duurzaamheid is iets wat je zou doen als je het eeuwig leven had.”

Ik vind deze omschrijving mooi. Het heeft iets van actie en van de lange termijn in zich, waarbij je ervan uit mag gaan dat je je eigen leefomgeving graag leefbaar houdt.

Uit het voorwoord van Herman Wijffels in het boek blijkt hoe goed dit boek aansluit bij ‘groen geloven is duurzaam doen’ het motto van GroenGeloven.

Met onze huidige manier van leven verslechteren we de toekomstige leefomgeving van onze kinderen. We zijn op het punt gekomen waarop we dat onder ogen moeten zien. Er is een omslag nodig naar een hoger bewustzijnsniveau. Daarin zou respect voor het leven centraal moeten staan – respect voor het leven van onszelf, van onze naasten, van toekomstige generaties en respect voor al het andere leven op deze planeet. Natuurlijke principes vormen daarbij de basis voor een gezonde en duurzame samenleving.

Voor het boek heeft Sjef Staps 24 mensen geïnterviewd, waaronder Jane Goodall, Marjan Minnesma en Jan Terlouw. De interviews zijn erg inspirerend omdat ze laten zien dat ook thema’s als bewustzijn, spiritualiteit, zingeving, sociale cohesie, economie en politiek verband houden met de klimaatproblematiek en de crisis. Van daaruit wordt duidelijk hoe noodzakelijk het is om ook de oplossing in die samenhang te vinden.

Ik heb nu alleen nog maar het interview met Marjan Minnesma (drie keer op rij nummer 1 van de Duurzame 100 van Trouw) gelezen en ben al helemaal geraakt. Mede door haar motivatie om zich met hart en ziel in te zetten voor een volhoudbare wereld:

“Het komt puur van binnenuit. Ik vind het gewoon heel erg jammer dat we die prachtige aardbol, met heel veel biodiversiteit, naar de klote helpen.”

OLYMPUS DIGITAL CAMERADit komt helemaal overeen met mijn eigen motivatie en met het antwoord op de vraag waarom ik mede eiser ben geworden van de aanklacht tegen de staat. Ik hoop echt dat dit boek bijdraagt aan de transitie die we als individu, als ondernemer, als maatschappij en als overheid samen moeten maken, om het leven op aarde volhoudbaar te maken. Het zou toch mooi zijn als onze kinderen of kleinkinderen kunnen zeggen:

“ Wauw! Dat was echt de grootste slag die de mensheid ooit heeft gedaan.” (M. Minnesma)

We kunnen allemaal, elke dag het verschil maken, door onze kinderen voor te leven, door bij de keuzes die we maken rekening te houden met de leefwereld van jezelf en van je naaste, dichtbij of ver weg, nu of in de toekomst.

10 oktober 2013

Marjolein Tiemens-Hulscher