Wilgen knotten

wilgenknottenZagen, knippen, takken slepen, lekker buiten bezig zijn. Afgelopen zaterdag mochten we weer los tijdens de nationale natuurwerkdag. Mijn zoon en ik hebben meegedaan met het wilgenknotten op landgoed Den Treek – Henschoten, een familielandgoed op de overgang van de Utrechtse Heuvelrug naar de Gelderse Vallei. Je vindt er bos en heide, maar ook open landbouwgebied dat vrij nat is. En daar staan langs de sloten rijen knotwilgen, die zo om de vijf jaar geknot worden.

Verbinding

Aan heb begin van de ochtend, we stonden al om 9.00 uur paraat, werd de groep van bijna 20 vrijwilligers verwelkomd door de burgermeester van Woudenberg. Ze vertelde hoe blij zij en de gemeenteraad is dat er zoveel vrijwilligers zijn die helpen het natuur- en cultuurlandschap te onderhouden. Dat versterkt bovendien de verbinding met je eigen leefomgeving. En daar heeft ze gelijk in. Als we nu nog eens langs de knotwilgen zullen fietsen of wandelen, dan zijn het niet meer zomaar knotwilgen. Het zijn een beetje jou knotwilgen geworden, bomen met een verhaal.

Bomen met een verhaal

kerkuilDie ene, die helemaal gespleten is en van boven wel vier knotten heeft en waarvan het middenstuk helemaal is vermolmd. Bij het zagen ging de hele boom op en neer. En dan die andere waar opeens een kerkuil uit opvloog, toen Maarten daar de ladder tegen aan zette. De beheerder van het landgoed was helemaal verbaasd dat de uil daar zat. ‘Normaal’ had die zijn plekje wat verderop.

Voldoening

Verder was het natuurlijk heerlijk om op zo’n mooie dag (die paar druppels mochten geen naam hebben) buiten te zijn met een leuke, enthousiaste groep mensen. Werkelijk iedereen was vol goede zin aan het werk en hielp elkaar waar nodig was. Als je arm van het zagen moe werd (alles ging met de hand) maakte je even een praatje tussendoor. We hebben hard gewerkt maar het was ook heel relaxed. En wat een voldoening geeft het als de boom waar je aan begon er haast ondoenlijk leek, omdat die er zo wild en chaotisch uitzag, overwoekerd door een bramenstruik, na anderhalf uur toch keurig gekortwiekt is.

wilgenknotten-2

Gods schoonheid

Onderwijl was het voortdurend genieten van het landschap met de mooie herfstkleuren van de bosrand op de achtergrond. Op het ene moment staken ze af tegen een heldere blauwe zonnige lucht, en het volgende moment tegen een dreigend donkere lucht. In één woord: prachtig. Op zulke dagen ervaar ik wat paus Benedictus XVI ooit heeft gezegd. “De schoonheid van alle schepselen is één van de wegen waarlangs wij Gods schoonheid werkelijk ervaren. Met het geschenk van de schepping openbaart God zijn liefde en goedheid aan ons.”

Gezellig

wilgenknotten-3De werkdag werd bezegeld met een welverdiende kop soep en een broodje worst, met z’n allen zittend om het vuur en voor de volwassenen een glaasje bessen, dat traditie bleek te zijn. De gezelligheid, saamhorigheid en de ontspannen en gemoedelijke sfeer hebben er zeker ook aan bijgedragen dat we een heerlijke ochtend hebben gehad. Wat ons betreft gaan we volgend jaar weer.

 

De natuur erkennen als een boek

kardinaalsmuts

Kardinaalsmuts, het zaad is giftig, maar het oranje vruchtvlees niet. Vogels poepen het zaad onbeschadigd weer uit.

Ik blijf het een mooie uitnodiging van Franciscus van Assisi vinden om ons uit te nodigen de natuur te erkennen als een fantastisch boek, waarin God tot ons spreekt en iets van zijn schoonheid en goedheid laat zien. Voor Franciscus was elke ontmoeting met de dieren en de bloemen van het veld een gods-ontmoeting. Wat zou het mooi zijn als we zoals Franciscus konden kijken naar de natuur, al was het maar een klein beetje.

Het is daarom een grote verdienste van natuurgidsen dat zij mensen zo leren kijken dat de verwondering wordt wakker gemaakt. Verwondering gaat voor mij verder dan alleen maar genieten van de schoonheid van de bloemen en de vlinders. Verwondering heeft voor mij te maken met het samenspel dat tussen de planten en dieren bestaat, met het vormgeven en functioneren van de levensprocessen in een plant en de diversiteit die dat heeft opgeleverd.

Gisteravond was ik mee met een excursie in het van Gimborn Arboretum in Doorn. De wandeling had het aanlokkende thema bomen en alcohol. We leerden dat er voor het maken van alcohol vooral sap en suiker nodig is. Sappige vruchten met de juiste suikers lenen zich hier dus uitstekend voor. Peren zijn echter weer minder geschikt want die bevatten veel sorbitol, een moeilijk fermenteerbare suiker.

pawpaw

Vruchten van de pawpaw. Hier worden ze niet zo groot.

De vruchten zijn dus voor ons aantrekkelijk om eventueel alcoholhoudende dranken van te maken, maar voor de plant maken ze deel uit van de strategie om het zaad te verspreiden. Daar draait het voor de boom of plant immers om. Planten zijn enorm inventief als het om bestuiving en verspreiding gaat. Veel bloemen hebben heldere kleuren als geel en rood en zijn daardoor aantrekkelijk voor bijen, vlinders en hommels, die voor de bestuiving zorgen. Vaak ruiken ze ook nog lekker. De bloemen van de pawpaw echter, een struik die in de vruchtbare valleien van het zuidoosten van Noord Amerika voorkomt, zijn echter bruin en stinken, tenminste voor ons. Ze ruiken naar rottend vlees. Daarmee trekken ze aasvliegen aan die vervolgens de bloemen bestuiven. De aasvliegen moeten wel van de ene boom naar de andere vliegen, want het stuifmeel van bloemen uit een boom kan niet de andere bloemen van dezelfde boom bevruchten. Dat is ook weer zo’n trucje van de natuur om inteelt te voorkomen. De pawpaw is net als de papaya lid van de zuurzakfamilie en wordt ook wel de prairiebanaan genoemd. De vruchten smaken naar, u raadt het al, banaan. Hiermee is het vruchtvlees aantrekkelijk voor dieren die daar lekker van eten, maar de zaden ongemoeid laten en daardoor verspreiden.