Verbinding

Afgelopen dinsdag (22 april) ben ik naar een lezing van Herman Wijffels geweest. Hij gaf zijn visie op economie en maatschappij. Het was goed om eens een vooraanstaande deskundige te horen zeggen dat de huidige lineaire economie niet meer deugt voor de huidige samenleving. Dat vermoedde ik, en velen met mij, natuurlijk al lang. We moeten toe naar een economie met minder verspilling en vervuiling, een circulaire economie noemt Wijffels dat. Dat een man als Wijffels gelooft dat een dergelijke economie op den duur haalbaar is geeft mij hoop.

Bewustzijn, verbinding en verantwoordelijkheid, dat zijn de drie elementen die elkaar versterken en waarop een nieuwe samenleving wordt gebouwd. Het bewustzijn van de mens verschuift steeds meer van ‘ik’ naar ‘ik in mijn omgeving’. Het besef van verbinding tussen mensen onderling en met de aarde wordt steeds sterker. Wijffels benadrukte een paar keer het belang van verbinding. Dit versterkt ook ons verantwoordelijkheidsgevoel. Steeds meer mensen vragen zich af wat voor hun effect hun handelen heeft op anderen en de aarde.

Om deze verbindingen aan te gaan is het wel fijn om als mens een (spirituele) inspiratiebron te hebben die je voedt. Voor de één is dit het christelijk geloof,  voor de ander is dit het taoïsme, boeddhisme, islam, respect voor moeder aarde  of gewoon de wil de aarde beter achter te laten voor je kleinkinderen dan dat jij deze hebt aangetroffen. Een inspiratiebron geeft ons kracht en energie om te blijven werken aan een betere wereld.

De avond werd besloten met de oproep om eens in te spiegel te kijken en aan jezelf de vraag te stellen: ‘Wat ga jij vandaag hieraan bijdragen?’ We kunnen het alleen samen doen. Of zoals, Wijffels het formuleerde: ‘Het gaat niet om ‘ze’ maar om ‘we’!’

Geluksgevoel

Op de heenweg, fietsend van Driebergen naar Houten, zondagochtend om half 8, zagen we hem al liggen; een dode haas in de berm van de weg. Een buizerd vloog op. We hadden hem gestoord bij zijn maaltijd. Maarten, mijn zoon van 10, en ik waren op weg naar een judo-toernooi. Op de terugweg was hij uiteraard een beetje moe, maar we hadden geen haast. We fietsten naast elkaar en ik duwde hem een beetje. Het was eigenlijk niet meer dan een handje op de schouder voor de gezelligheid. De miezer ging over in druilregen, maar eigenlijk merkten we dat niet. We genoten van ons samenzijn. ‘Ik ben benieuwd of de buizerd de haas al op heeft’, zegt mijn zoon opeens. ‘Anders zou het toch wel zonde zijn van die haas’. Kijk, dacht ik, gewoon fietsend van A naar B een mooie natuurbeleving. Hoe anders was het geweest als we met de auto (die we niet hebben) waren gegaan; ik achter het stuur en hij op de achterbank. Dan hadden we ons zelf deze mooie momenten ontzegd.