Verstening en verharding

Het gaat niet goed met de vergroening van de Nederlandse steden las ik van de week in de krant. De wijken verstenen. Het oppervlak ‘groen’ per huis is in vijf jaar met 25% afgenomen. Twee foto’s van hetzelfde huis, de een met groene tuin, de ander met alleen maar tegels zonder een sprietje groen, laten je het verschil voelen. Van die tegels word ik echt niet blij.

Lees verder

Geworteld in verbinding

In september was ik door ecokerk België uitgenodigd om een lezing te geven over de spiritualiteit van Laudato si’. Daar ontmoette ik de enthousiaste (eco)theoloog Kelly Keasberry. Haar passie voor het verbinden van spiritualiteit en ecologie werd duidelijk in de workshop die ze gaf over eco-theologie. Onze verhalen bleken naadloos op elkaar aan te sluiten. Ze vertelde ook over haar boek dat net was verschenen: Geworteld in verbinding; een ecologische theologie voor de toekomst. Ik ben het nu aan het lezen. Aan de ene kant is het boek een feest van herkenning, aan de andere kant biedt het ook nieuwe inzichten.

Lees verder

Gods grond

Er zijn veel kerken die grond bezitten of verpachten. Op de laatste groene kerkendag (12 oktober 2024) gaf Jan van der Stoep, bijzonder hoogleraar christelijke filosofie aan de WUR, een workshop over voedsel, landgebruik en rentmeesterschap. Wat doen kerken met hun grond? Grond is meer dan economisch kapitaal, stelde hij. Gronden hebben ook ecologische, historische, sociale, ethische en spirituele waarden. Grondbezit en -gebruik scheppen daarom verplichtingen. In deze tijd waarin de natuur door de vele menselijke economische activiteiten erg onder druk staat, bieden kerkelijke gronden ook een kans om de verbinding tussen mens en aarde opnieuw te doorleven. Een mooi en hartverwarmend voorbeeld daarvan stuurde Coen van Loon, oud diaken van de parochie Sint Maarten, mij vorige week toe. Hier word ik echt blij van.

Lees verder

Delf mijn gezicht op

Afgelopen zondag mocht ik weer voorgaan bij ons in de kerk. Als openingslied zongen we: Voor mensen die naamloos, kwetsbaar en weerloos door het leven gaan, ontwaakt hier nieuw leven, wordt kracht gegeven: wij krijgen een naam. Deze woorden sluiten perfect aan bij de hoofdpersoon in het evangelie van Marcus dat we lazen, een blinde bedelaar. Strikt genomen is deze bedelaar niet naamloos. Marcus noemt hem, en dat is uitzonderlijk in genezingsverhalen, bij naam; Bartimeüs, zoon van Timeüs, dat ‘kostbaarheid van God’ betekent. Toch kun je in zekere zin zeggen dat hij wel naamloos was, hij werd niet gezien en niet gehoord. Hij ging kwetsbaar en weerloos door het leven. Gevangen in een kleine wereld. Maar daar komt verandering in. Als Jezus langs komt heeft Bartimeüs de kracht om te roepen. Jezus hoort zijn nood, zijn verlangen, en roept hem bij zich. Dan ontwaakt er voor Bartimeüs nieuw leven en wordt hij een trouwe leerling van Jezus. Daarmee is dit genezingsverhaal ook een roepingsverhaal.

Lees verder