Vakantiegevoel

Wat zou het toch heerlijk zijn als je na thuiskomst het vakantiegevoel nog een tijdje kunt vasthouden. In de krant las ik een artikel met een aantal tips erin. De meeste ben ik weer vergeten, maar ze inspireerden me wel om zelf een aantal te verzinnen en te doen. Ik had de luxe dat ik in de eerste week de dag rustig kon beginnen. De wekker ging wel om 7.00 uur maar ik hoefde er nog niet direct uit. Wat lezen in bed of met een kop thee op de bank. Zo begon de dag tijdens het kamperen ook vaak. Al was de bank dan een kampeerstoeltje. Dat eerste kopje thee in het zonnetje voor de tent terwijl de rest van het gezin nog in de slaapzak ligt, is de lekkerste van de hele dag.

Soms ging ik juist ’s ochtends vroeg hardlopen. Ik zag dat het veld niet ver van ons huis geel en wit was van het boerenwormkruid en duizendblad. Dat nodigde uit om een paar mooie veldboeketten te plukken. Dat we buiten konden eten hielp natuurlijk ook om het vakantiegevoel nog wat te rekken. Het zijn eigenlijk maar kleine dingen die maken dat je thuis nog kunt nagenieten. Een wandelingetje na het eten of juist aan het begin van de dag, een glaasje wijn met een boek aan het eind van de avond en de televisie nog een paar dagen uit laten.

DSCN1816

Het liefst had ik de krant ook nog genegeerd. Het was heerlijk om drie weken lang niks te weten van wat er in de wereld gebeurde. We lazen geen krant, zelfs niet de koppen van de krant in de supermarkt, we hoorden geen radio en zagen geen televisie. Maar weer thuis is dat toch wel een stuk moeilijker.

En dan last but not least, fietsen. Fietsen naar je werk. En als je dat altijd al doet, fiets dan eens een andere route en kijk met de ogen van een vakantieganger. Zo fiets ik vaak door Amelisweerd naar de lapjesmarkt in Utrecht voor stof voor de bijenwasdoeken. Voor de boerenbont moest ik deze keer naar Veenendaal. Een mooie route op de grens van de Utrechtse Heuvelrug en het Kromme Rijngebied en dan bij Amerongen de berg over. De marktkoopman vond het zo geweldig dat ik was komen fietsen dat hij me 5 euro korting gaf om een kop koffie te gaan drinken. Het werd thee met een aardbeiengebakje op een terrasje. Vakantiegevoel op en top.

Tel je zegeningen

Boem, daar lig je dan opeens op het asfalt. De postbode die met de auto het erf op reed had me gewoon niet gezien. Een botsing was onvermijdelijk. Ik was zo verbaasd. “Hij stopt niet”, dat was wat er door mij heen ging. Liggend op het asfalt had ik al gauw in de gaten dat het met mij OK was. Blauwe plekken en schaafwonden tellen op zo’n moment niet. Maar de fiets zag er met een krom voorwiel minder goed uit. “Einde vakantie?” Dat denk je dan.

Niets minder dan dat. De postbode, die meer geschrokken was dan ik zelf, heeft er alles aan gedaan om er voor te zorgen dat we gewoon verder konden. Eerst is hij de rest van het gezin gaan halen. Zij fietsten voor mij uit en hadden niks gemerkt. Daarna heeft hij mij met fiets naar de fietsenmaker gebracht en bedongen dat de fiets diezelfde middag weer klaar moest zijn. De fietsenmaker was erg aardig en binnen twee uur beschikte ik weer over een berijdbare fiets.

En dan stapt opeens een oom van mij uit de auto terwijl wij in het gras voor de winkel, wachtend op de fiets, aan het picknicken waren. Hij bracht de fiets van zijn vrouw voor een servicebeurt. Het was fijn om het verhaal even kwijt te kunnen. En hij kon mooi het kapotte wiel meenemen, want daar zat nog wel een mooie naafdynamo in. “Welke krachten zijn hier aan het werk?”, zo vroeg ik me af. Ik kreeg er kippenvel van.

AppingedamNatuurlijk moesten we de plannen van die dag een beetje aanpassen. We waren op weg geweest naar de punt van Reide, in de hoop zeehonden te zien. Maar nu hebben we Appingedam bekeken met zijn hangende keukens boven het water; een bezoek gebracht aan de kerk, en een heerlijk ijsje gegeten. Fietsen ging beter dan lopen, dus zijn we toch nog doorgefietst naar een kleine camping bij Termunterzijl, die achteraf door de kinderen tot de mooiste camping van de vakantie werd verkozen (mooi gras, goed sanitair, een picknickbank en zwemmen in de vaart).

De volgende ochtend zijn we relatief vroeg opgebroken (we hadden kaartjes voor de trein van Leer naar Hannover) en gaan ontbijten op de punt van Reide. De postbode had ons op het hart gedrukt dat we de punt ondanks alles niet mochten overslaan. Het was het mooiste ontbijt van de hele vakantie. Bovenop de dijk, met uitzicht op meer dan 50 rustende zeehonden, de glinstering van de zon op het water, foeragerende vogels, schapen en stilte. Wat een zegen, een prachtig geschenk, na een toch wat enerverende dag.

Punt van Reide 2  Punt van Reide 1

Water en ons gebruik

In de aanloop naar het nieuwe project Oeganda van de Vastenactie schrijf ik een serie met het thema water. (Gebrek aan) water speelt een cruciale rol in het dagelijks leven van de gemeenschap in Oeganda die de actie zal gaan steunen. Dit is de tweede aflevering in deze serie.

Levend water

kqmy_Samaritaansevrouw3Jezus verliet Judea en ging weer naar Galilea. Daarvoor moest hij door Samaria heen. Zo kwam hij bij de Samaritaanse stad Sichar, dicht bij het stuk grond dat Jakob aan zijn zoon Jozef gegeven had, waar de Jakobsbron is. Jezus was vermoeid van de reis en ging bij de bron zitten; het was rond het middaguur. Toen kwam er een Samaritaanse vrouw water putten. Jezus zei tegen haar: ‘Geef mij wat te drinken.’ Zijn leerlingen waren namelijk naar de stad gegaan om eten te kopen. De vrouw antwoordde: ‘Hoe kunt u, als Jood, mij om drinken vragen? Ik ben immers een Samaritaanse!’ Joden gaan namelijk niet met Samaritanen om. Jezus zei tegen haar: ‘Als u wist wat God wil geven, en wie het is die u om water vraagt, zou u hém erom vragen en dan zou hij u levend water geven.’ ‘Maar heer,’ zei de vrouw, ‘u hebt geen emmer, en de put is diep – waar wilt u dan levend water vandaan halen? U kunt toch niet meer dan Jakob, onze voorvader? Hij heeft ons die put gegeven en er zelf nog uit gedronken, en ook zijn zonen en zijn vee.’ ‘Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen,’ zei Jezus, ‘maar wie het water drinkt dat ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.’ ‘Geef mij dat water, heer,’ zei de vrouw, ‘dan zal ik geen dorst meer hebben en hoef ik ook niet meer hierheen te komen om water te putten.’

Dit verhaal uit Johannes 4 is een bijzonder verhaal. Er gebeurt van alles dat ‘niet past’ in het gewone leven, de dagelijkse gang van zaken in die tijd. Een vrouw, een Samaritaanse vrouw wordt aangesproken door een Joodse man. Hij, Jezus, begint zelfs een gesprek met haar. Ondenkbaar in die tijd. Dan zegt Jezus dat Hij levend water geeft, zodat je geen dorst meer zult hebben. De vrouw begrijpt wat Hij bedoelt en vraagt om dit water. Ook dit vindt ik al bijzonder.

Fysiek water

meisje waterdragenMaar in deze tweede aflevering over de serie water, gaat het mij toch om het fysieke water. De vrouw moet een eind lopen van huis naar de put om water te halen. Het water in de put is haar levensbron en die van de hele stad. En het is niet zomaar een put, maar een put gegeven door hun voorvader Jakob. Generatie op generatie put uit deze bron. De bewoners in de stad zijn afhankelijk van deze bron.

In ontwikkelingslanden is het voor veel vrouwen het halen van water in kruiken bij de put nog steeds een dagelijkse bezigheid. Soms moeten ze er kilometers voor lopen. Dat maakt natuurlijk wel dat ze zuinig omspringen met het water.

Hoe anders is dat bij ons. Wij draaien de kraan open, gewoon thuis, en het stroomt in overvloed. We denken er vaak niet bij na, hoeveel water we gebruiken en waarvoor allemaal. Toch zouden we dat wat vaker moeten doen, want water wordt schaars. Zoet, drinkbaar water bedoel ik dan. Het is haast niet voor te stellen omdat er zoveel water is op de Aarde. Maar hiervan is slechts 1% bruikbaar als drinkwater of water voor de landbouw. Het meeste water is zout oceaanwater of ijs.

Onzichtbaar water

De Nederlander gebruikt gemiddeld 2300 m3 per jaar (WNF-2010-WatervoetafdrukNederland). Nu denkt u misschien, wij niet. Onze watermeter geeft toch heel wat minder aan. Maar wist u dat het directe watergebruik thuis, uit de kraan, slechts 2% vormt van ons werkelijke watergebruik? Het meeste water is voor ons onzichtbaar water. Water dat wordt gebruikt in de industrie en landbouw. Nederland importeert veel onzichtbaar water (ook wel indirect water genoemd) uit het buitenland. Ook uit landen waar water schaars is. Bij de agrarische producten komt maar liefst 97% van het water uit het buitenland. Dan moet je denken aan import van koffie, thee, veevoer, katoen, plantaardige olie, fruit, noten, wijn enzovoort.

Wees wijs met water

watervoetjesToen ik op de lagere school zat hadden we een kleurwedstrijd met als thema ‘Wees wijs met water’. We leerden dat je de kraan niet moet laten stromen tijdens het tandenpoetsen en beter kunt douchen in plaats van in bad gaan. Nu weten we dat ‘Wees wijs met water’ veel verder strekt dan alleen het gebruik van het directe water. Wat we eten bijvoorbeeld, heeft veel meer invloed op het watergebruik. Wist u dat er 15.500 liter water nodig is voor 1 kilo rundvlees en 3900 liter water voor een kilo kip, 1300 liter voor een kilo tarwe en 3400 liter voor een kilo rijst. Door ons menu te veranderen, door bijvoorbeeld minder vlees te eten, besparen we veel meer water dan als we korter douchen. Daarmee wil ik natuurlijk niet wil zeggen dat dit een vrijbrief is om lekker lang onder de douche te staan.

De verwachting is dat ‘bruikbaar’ water, onder andere door klimaatverandering, steeds schaarser zal worden. Alleen al uit solidariteit met al die mensen, vaak vrouwen en kinderen, die eindeloos moeten lopen voor hun drinkwater, zouden wij hier ons voedingspatroon en leefstijl kunnen veranderen, zodat we niet alleen minder direct water gebruiken maar ook minder water importeren via ons voedsel en kleding. Het gaat gewoon om eerlijk delen.

 

Geprezen zijt Gij

Ik heb er lang naar uit gekeken en nu is het alweer twee weken geleden dat de encycliek ‘Laudato Si’ van paus Franciscus is uitgekomen. In de rondzendbrief roept de paus alle mensen van goede wil op om zich in te zetten voor een rechtvaardige en duurzame wereld, ons gemeenschappelijke huis.

De titel ‘Laudato Si’ (Geprezen zijt Gij) vind ik knap gekozen. Ze verwijst naar het Zonnelied van Franciscus van Assisi (1182-1226), waarin God geprezen zij door de mensen en alle elementen van de schepping die hij broeders en zusters noemt (broeder zon en zuster maan). Met de titel van de encycliek wijst de paus de richting aan die hij ziet als oplossing voor de wereldwijde sociale- en ecologische crisis., namelijk het Evangelie van de schepping. De hele schepping is verbonden in een broeder- en zusterschap. Het is nodig dat wij leven vanuit het bewustzijn van die verbondenheid met alle schepselen en met de Schepper.

De paus noemt dit integrale ecologie. Hierin verbindt de paus de micro-ethiek, de sociale ethiek en het thema van duurzaamheid. Solidariteit en gerechtigheid, de pijlers van de sociale leer van de kerk, zijn hierin onmisbaar. Als kinderen van één Vader zijn we geroepen tot solidariteit, met de armen, met mensen in nood, maar ook met alle andere schepselen op Aarde en de Aarde zelf. Want allen zijn geschapen door Gods Woord en hebben in Zijn ogen een waarde in zichzelf.

laudato si

De paus houdt ons in zijn rondzendbrief een spiegel voor, om vooral naar ons eigen gedrag te kijken en waar nodig te veranderen. Franciscus stelt dat veel mensen een ecologische bekering nodig hebben om los te komen van de consumptieve levensstijl, die door onze wegwerpmaatschappij zo sterk gestimuleerd wordt. Het steeds maar verlangen naar meer, naar wat je niet hebt, maakt echter ongelukkig, zegt hij. Juist mensen die genieten van het kleine en de kunst verstaan te leven volgens het motto: ‘minder is meer’ leven intenser. ‘Soberheid’ is in deze zin de weg naar het vervulde leven.

“Geluk zit in de kleine dingen”

Hierbij moet ik denken aan een pak pannenkoekenmeel van de molen. Is het niet geweldig dat je je kind blij kunt maken met een fietstochtje naar de molen om daar meel voor de pannenkoeken te kopen en bij terugkomst samen pannenkoeken te bakken. Dat pak meel is dan niet meer zomaar een pak meel maar symbool voor een fijne middag met aandacht voor elkaar; ‘meer met minder’. Geluk zit in de kleine dingen.

Wat ik me steeds meer realiseer is dat ‘weten van’ niet genoeg is om gedrag te veranderen. Een duurzame levensstijl moet van binnenuit komen. Zonder innerlijke kracht is het vrijwel onbegonnen werk in deze wereld met zoveel verleidingen. Als christenen geloven we dat we dan mogen vertrouwen op Gods Geest. Hij wil en kan mensen vernieuwen. De Geest doorbreekt passiviteit en moedeloosheid en geeft ons vreugde en vrede.

Daarom wil ik eindigen met een gebed van paus Franciscus, waarin we God vragen om ons ontvankelijk te maken voor zijn Geest.

Heilige Geest,
maak dat mijn hart openstaat voor Gods Woord,
dat mijn hart openstaat voor het goede,
dat mijn hart alle dagen openstaat voor de schoonheid van God.

bijen-vlinders

Kantelpunt

Blijdschap, gejuich en tranen van opluchting, dat was wat de rechter hoorde en zag na zijn uitspraak in de klimaatzaak. De rechter heeft vanmorgen waarlijk recht gesproken. Dit kon wel eens een kantelpunt zijn in het klimaatbeleid. De rechtbank is van oordeel dat op de staat tegenover Urgenda in beginsel de rechtsplicht rust om te bewerkstelligen dat in 2020 de uitstoot van CO2 in Nederland zal zijn gereduceerd met tenminste 25% t.o.v. 1990. Het berusten van een geringere reductie is onrechtmatig tegenover Urgenda. De overheid zal nu daadwerkelijke aan de slag moeten want de huidige doelstelling van 17% reductie in 2020 is dus ver beneden de maat. En deze dreigt al niet gehaald te worden. De minimale eis van 25% zou dus in de praktijk nog wel eens een verdubbeling kunnen zijn van de koers die nu gevolgd wordt.

De rechtbank erkende het dreigende gevaar van de gevolgen van klimaatveranderingen en de urgentie om hiertegen maatregelen te nemen. Dat de staat niet mede de veroorzaker is van de uitstoot van CO2 achtte de rechter niet beslissend. De zorg van de staat moet gericht zijn op de zorg en bescherming van het leefmilieu. Elke uitstoot van CO2 draagt bij aan de CO2 concentratie in de atmosfeer. Landen, groot of klein, kunnen zich daarom niet verschuilen achter het argument dat het niet alleen van hun inspanning afhangt of een klimaatverandering wordt voorkomen. Bovendien zou Nederland, als Annex 1 land, vanuit het billijkheidsbeginsel voorop moeten lopen in het klimaatbeleid.

De rechtbank stelt dat een reductiedoelstelling van tenminste 25% financieel mogelijk en aanvaardbaar is. De ernst en de omvang van het klimaatprobleem maken het noodzakelijk om op korte termijn maatregelen te nemen en niet te wachten op maatregelen die pas later werking zullen hebben.

“Het is een zaak van het hart”

Vreugde alom, vanwege deze uitspraak. Een positief kantelpunt wellicht in het klimaatbeleid. Dit moet toch mensen de ogen openen. Dit zal ook zijn effect hebben in andere landen, zoals België, waar een dergelijke rechtszaak wordt voorbereidt. De emotionele reacties achteraf tonen, denk ik, hoe diep de zorg om klimaatverandering bij mensen zit. Het is niet alleen een zaak van de rede, maar vooral van het hart; de liefde voor de planeet Aarde met al haar (toekomstige) bewoners. Deze uitspraak schept hoop en geloof dat het goed kan komen met heel de Aarde. Een geloof dat nog versterkt wordt door de positieve reacties op de encycliek “Laudato Si” van paus Franciscus, waar ik de volgende keer over zal schrijven.

Je kunt direct actie ondernemen door deze petitie van Milieudefensie te ondertekenen.