Paassymboliek op je bord

Jezus kwam naar Jeruzalem om daar het Joodse paasfeest te vieren; de uittocht uit Egypte en de reis door de woestijn naar het Beloofde Land. Het bleek Zijn laagste avondmaal te zijn en werd de opmaat voor het Christelijke paasfeest. We gedenken nu dat laatste avondmaal op Witte Donderdag, Zijn lijden en kruisiging op Goede Vrijdag en dan met Pasen de opstanding van Jezus uit de dood. Het leven is sterker dan de dood.

Pasen is het leven vieren en daar hoort lekker eten bij. Het is immers een feest. Genieten van het voedsel dat de Aarde voortbrengt is ook een manier om God te loven. Daarom kies ik vandaag voor een recept met eieren voor de paasbrunch of als voorafje bij de warme maaltijd.

In dit van oorsprong Romeinse eiergerecht (eerste eeuw na Christus) is zowel de symboliek van het Joodse als het Christelijke paasfeest te herkennen.

Wat heb je nodig?

6 eieren, 100 gram pijnboompitten, 2 theelepels water, handvol blaadjes verse lavas (maggiekruid), 1 eetlepel honing, 1 theelepel witte wijnazijn, 1 theelepel zeezout.

Kook de eieren 5 minuten en laat ze in koud water afkoelen. Pel de eieren en snijd ze in kwarten.

Rooster de pijnboompitten in een droge koekenpan op een niet te hoog vuur. De pitten mogen niet bruin worden, want dan worden ze bitter. Doe de pitten in een diep bord en kneus ze met de bolle kant van een lepel. Laat ook wat pitten heel. Voeg het water, de gesneden lavas, honing, azijn en zout toe en meng alles door elkaar. Maak kleine balletjes. Maak de borden op (foto).

Romeinse eieren

Symboliek

De eieren staan voor nieuw leven. Een kuiken breekt door de schaal en kruipt vanuit een besloten omgeving de ruimte in. In de ruimte worden gezet is ook de betekenis van het joodse bevrijden. Christelijke gezegd: van dood naar leven; door de harde schaal van de dood staat nieuw leven op.

Maggiekruid is in de winter vrijwel onzichtbaar in de bodem, maar in het voorjaar schiet het frisgroene blad uit de dorre wintergrond omhoog. Ook een teken van nieuw leven. Je zou maggiekruid eventueel kunnen vervangen door peterselie. Bij het joodse paasmaal staat het bittere kruid symbool voor de tijd van de slavernij in Egypte.

De azijn verwijst naar de zure tijd, het lijden dat vooraf ging. Jezus kreeg het te drinken aan het kruis. Toegepast op het joodse Pesach betekent het: je betreedt nooit zomaar het Beloofde Land er gaat een lange weg van beproeving aan vooraf.

De gekneusde pijnboompitten verwijzen enerzijds naar de ‘kneuzing’, het lijden van Jezus. Aan de andere kant groeien pijnboompitten aan altijd groen bomen, een teken van trouw. De trouw van God zal Jezus er uiteindelijk doorheen halen.

De honing staat voor de toekomst, die dankzij Pasen, zoet en goed zal zijn. Binnen de joodse traditie staat honing symbool voor Het Beloofde Land: ‘Een land overvloeiend van melk en honing.’ De belofte die wacht.

Het zeezout tenslotte staat voor de tranen die gehuild zijn tijdens de ellende in Egypte of voor de tranen van de volgelingen van Jezus, toen zij getuige waren van de kruisdood van hun Heer. Zo vertelt dit heerlijke eiergerecht een heel verhaal.

Het recept en de beschrijving van de symboliek heb ik overgenomen van Han Wilmink, de kookdominee uit OndersteBoven, derde kwartaal 2010.

Bosbeleving

Vorig weekend hebben we ons als gezin in het bos ondergedompeld. We waren daar niet alleen. Ruim 30 mensen, allemaal ouders met kinderen, deden mee aan een weekend ‘overleven in het bos’. Wat te doen als je verdwaald bent, het wordt donker en je hebt vrijwel niks bij je? Het eerste wat ons geleerd werd: ga rustig zitten, haal diep adem en kom tot rust. Ga niet in paniek rondlopen, want dan verspil je alleen maar energie en die heb je juist nodig.

Een dak boven je hoofd

Wil je de nacht goed doorkomen dan is warm blijven een eerste vereiste. Je kunt natuurlijk een vuur maken, maar dat is zonder aansteker of lucifer niet zo makkelijk (zie verderop). Dus hebben wij geleerd hoe je een onderkomen kunt maken van takken en bladeren. Je maakt eerste een tentvormig skelet van takken en die bedek je helemaal met bladeren, heel veel bladeren, zoveel als je kunt vinden. Dan moet je niet vergeten de bodem van het onderkomen van een isolerende laag van bladeren, droog gras, mos of heide te voorzien, want anders is het toch wel koud. Daar kwamen mijn dochter en haar vriendin achter die in het zelf gemaakte bouwsel waren gaan slapen. Zij lagen op de kale grond en kregen het door het optrekkende vocht te koud. De jongetjes, in het tweede onderkomen, hadden het slimmer aangepakt en ‘sliepen’ op een schapenvacht. Ze hebben het niet koud gehad, maar met z’n drietjes was het wel een beetje krap.

onderkomen bouwen

In het klein wordt voorgedaan hoe je een onderkomen kunt bouwen.

onderkomen maarten

Het zelf gebouwde onderkomen waarin de drie jongens geslapen hebben.

Te eten

Direct de eerste ochtend werden we het bos ingestuurd om eetbare planten te verzamelen. Of tenminste, planten of andere dingen waarvan je dacht dat het wel eens eetbaar zou kunnen zijn. En o ja, “zoek ook alvast klein droog materiaal waar je een vuurtje mee kunt beginnen. Nu is het droog, dus dit is je kans”. Overleven is dus ook vooruitdenken. Ik merkte dat ik met heel andere ogen door het bos liep dan normaal. Dan kijk ik meer genietend; soms van het geheel, soms van het detail. Maar als je echt op zoek bent naar iets eetbaars denk je bij alles: “Kan ik het gebruiken?” Bij de bosbessenplanten dacht ik eerst: ‘Jammer dat er geen bosbessen meer aan de struikjes zitten.” Maar direct daarna: ”Misschien kan je met het blad ook wel wat.” En dan zie opeens dat er naast de oude verweerde bladeren ook nog jongere scheuten zijn. Die zijn vast veel lekkerder en gaan dus in de verzameltas. En wat blijkt, je kunt er thee van zetten. Niet alles wat we verzameld hadden bleek eetbaar. De aardappelbovisten en het vingerhoedskruid kun je maar beter laten staan. Van de dennennaalden hebben we echter heerlijke thee gezet. De brandnetels verdwenen gelijk in de soep voor tussen de middag. En wist je dat je van brandnetels ook stevig touw kunt maken?

gevonden voedsel

Welke planten zouden wel eetbaar zijn en welke niet?

geroosterde brandnetel

Geen marshmallows boven het vuur, maar brandnetels. Geroosterd met een beetje zout zijn ze best lekker.

 Vuur

Waar haal je droog brandbaar materiaal vandaan in een bos met een vochtige bodem? Speurend loop ik rond. Dan zie ik een omgevallen den met allemaal verdroogde naalden aan hele dunnen takjes. Ideaal. Deze takjes hebben niet op de grond gelegen en zijn daarom best droog. Ook onder bomen, waar minder regen valt, is nog wel droog materiaal te vinden. De losse vellen van de berk zijn net aanmaakblokjes; lekker droog en oliehoudend.

Een vuurtje opbouwen met takjes van klein naar groot in de vorm van een piramide met een opening onderin dat lukt nog wel. Maar ja, hoe steek je dat aan zonder lucifer of aansteker? Hoe maak je vuur? Dat kan met een moederbord, een spil, een vuurboog en een houder op de spil. Ik ga het hier niet allemaal uitleggen. In het filmpje onderaan dit bericht is te zien hoe door het draaien van de spil zoveel wrijvingswarmte ontstaat dat het hout verkoolt. Uiteindelijk krijg je een gloeiend kooltje waarmee je een nestje van droog gras, mos en pluis van distel, lisdodde (rietsigaar) of wilgenroosje, door het voorzichtig aan te blazen, brandend krijgt. Dit brandende nestje doe je dan onderin de klaarstaande piramide van takjes. Dan maar hopen, nog wat blazen of wapperen en het vuurtje blijven voeren met droge takjes.

Wij gebruikten een reuze vuurboog en zijn met ons allen misschien wel een uur bezig geweest om vuur te maken. Maar de euforie was dan ook groot toen alle vuurtjes brandden.

vuurboog

Vuur maken met een reuzen vuurboog vraagt om samenwerking.

vuurnestje aanblazen

Voorzichtig het kooltje aanblazen in het nestje.

vuurtjes branden

De euforie was groot toen alle vuurtjes brandden.

 

 Beleving

Het was een geweldige beleving om met z’n allen zo bezig te zijn in het bos. Iedereen was gelijk. Het was ook prachtig om te zien en te ervaren hoe de kinderen met elkaar omgingen, hoe de ouders en kinderen met elkaar omgingen en hoe de volwassenen met elkaar omgingen. Eén van de opmerkingen tijdens het afsluitende gesprek was dat er helemaal niet was gesproken over wat iedereen in het dagelijkse leven doet. We waren die twee dagen er gewoon als mens, niet als iemand met een functie. Dat was eigenlijk heel bijzonder.

De meest indrukwekkende beleving was toch wel het sluipen door het bos. Zo lopen dat je geen takjes laat kraken, dat je je heel bewust bent van je omgeving en daar helemaal in opgaat. Zo zijn we met de hele groep in de schemering naar de rand van het stuifzand geslopen en hebben we daar stil op de grond gezeten. We hebben ze niet gezien, maar wel gehoord en ‘gevoeld’; de burlende herten, in de bosjes vlak naast ons. Een mooier verjaardagscadeau kun je niet wensen.

Wil je meer weten of zelf zo’n weekend beleven kijk dan eens op bosbeweging.

Vasten

Gisteravond (aswoensdag) zijn we naar de kerk geweest om, naar goede katholieke traditie, het askruisje te halen.

‘Mens, gij zijt stof en stof zult gij worden’.

Deze woorden maken je enigszins nederig. Ze maken je weer bewust van je eigen vergankelijkheid. Het brengt mij in de gemoedstoestand die past bij het begin van de veertigdagentijd. De veertigdagentijd, in de katholieke kerk een tijd voor bezinning, inkeer en zelfreflectie als voorbereiding op het paasfeest. Van oudsher gaat deze periode gepaard met een vorm van vasten, bijvoorbeeld afzien van vlees of alcohol.

geen twitter

 

Ik zie, en lees in de krant, dat er nu steeds meer niet katholieken en zelfs niet gelovigen een behoefte hebben om te vasten. Je ziet dan ook allerlei nieuwe vormen van vasten ontstaan. Mensen zoeken naar manieren om even afstand te kunnen nemen van de drukke jachtige wereld waarin we leven. Afstand nemen van de verleidingen van de reclame, afstand nemen van dat alles moet, afstand nemen van overmatig consumptie, afstand nemen van sociale media.

 

40 dagen om te leren

Een andere reden om te gaan vasten is de zorg om het milieu en de klimaatverandering. De Aarde en de mensheid is er zeer bij gebaat als we een wat sobere, duurzame levensstijl ontwikkelen. De vastenperiode is een mooie gelegenheid om daarin weer een nieuwe stap te zetten. Hoe vaak gebeurt het niet dat je besluit om iets helemaal anders te gaan doen? En dat je dan na vijf dagen weer in het oude patroon vervalt. Dat is eigenlijk helemaal niet vreemd. Nieuwe gewoontes laten zich niet van de een op andere dag vastzetten in ons brein. Uit ervaring blijken onze hersenen 40 dagen nodig te hebben om nieuwe voorkeurspatronen aan te leren en te verankeren. De veertigdagentijd is dus een uitermate geschikte oefenperiode.

DagenZonderVleesLogo

Autovasten Volledig (lever je sleutels in) Deels (specificeer welke ritten je niet meer met de auto gaat doen)

Autovasten
Volledig (lever je sleutels in)
Deels (specificeer welke ritten je niet meer met de auto gaat doen)

Wij hebben als gezin ons voorgenomen om geen vlees te eten (behalve op de zondag, dat is de compromis). Andere ideeën voor ‘klimaatvasten’ zijn bijvoorbeeld autovasten (volledig (sleutels inleveren) of specifieke ritten met OV of fiets (boodschappen)), geen drinken kopen in pakjes, blikjes of flesjes zonder statiegeld, alleen lokaal geproduceerd voedsel eten, etensrestjes verwerken in andere maaltijden (of een restjesdag invoeren), minder en/of korter douchen, geen nieuwe kleding kopen.

Restjes

Om aandacht voor voedselverspilling te vragen hebben drie Amsterdamse studenten een week lang van restjes geleefd. Ze ‘bedelden’ hun kostje bij elkaar door iedereen om restjes te vragen. Een restje werd hierbij gedefinieerd als ‘voedsel dat anders in de vuilnisbak zou verdwijnen’. Hoe het hun verging is te lezen op hun blog. En als je de uitdaging ook aan wil gaan kan je meedoen met de Weekend-Waste-Challenge die start op vrijdag 21 februari.

Lien stelt de hamvraag: “Hoe kan het dat voedselverspilling te vaak als ‘normaal’ wordt ervaren en voedsel delen als ‘gek’.” Chiel komt er achter dat hij eten voortaan niet zomaar voor lief moet nemen. “Is het niet bijzonder dat wij in dit landje zomaar en zonder veel na te denken al het eten kunnen krijgen wat we willen? Ivo had zich afgevraagd of bedelen om eten (restjes) wel wat op zou leveren. Ja dus, een volle buik, contacten, gesprekken (Maar dan gooit u dus iets weg dat nog goed gegeten kan worden), gezelligheid en meer waardering voor voedsel.

Er wordt zoveel verspild.

Er wordt zoveel verspild.

Ik vind dit een heel waardevol initiatief om voedselverspilling op de kaart te zetten. In Nederland gooien we gemiddeld per persoon elk jaar 47 kilo voedsel weg. Voor een gemiddeld gezin van vier personen betekent dit dat er jaarlijks 533 euro in de vuilnisbak verdwijnt. Dat is toch doodzonde!!

 

 

“Zonder voedselverspilling hoeft er geen honger te zijn in de wereld.”

De studenten geven op hun blog ook al het dilemma van de actie aan. Aan de ene kant willen ze natuurlijk zoveel mogelijk eten ophalen om hun honger te stillen. Lukt dat, dan betekent dat dus wel dat er inderdaad veel mensen zijn die nog goed eetbaar voedsel weggooien. Er is dus nog wel wat zendingswerk te verrichten. Een daar draagt dit studenteninitiatief aan bij.

Met de restjes uit de koelkast kun je een heerlijke couscoussalade maken.

Met de restjes uit de koelkast kun je een heerlijke couscoussalade maken.

Als ze bij ons aan de deur zouden komen krijgen ze waarschijnlijk niks als ik me strikt aan de definitie hou ‘dat het anders weggegooid zou worden’. Er staan wel ‘restjes’ in de koelkast maar die worden opgewarmd als lekker warm hapje tussen de middag of gebruikt in een salade, ovenschotel of soep. De kunst is echter om zo min mogelijk restjes te creëren (kook niet te veel) en, als je ze toch hebt, ze goed te bewaren en niet te vergeten.

 

Het voorkomen van voedselverspilling begint al bij het maken van het boodschappenlijstje. Laat je vervolgens in de winkel niet verleiden door de reclames en aanbiedingen (2 voor de prijs van 1), maar koop alleen dat waarvan je zeker weet dat je het binnen afzienbare tijd zult gebruiken.

Als je een gewas hebt zien groeien krijg je meer waardering voor je voedsel.

Als je een gewas hebt zien groeien krijg je meer waardering voor je voedsel.

Als we ons voedsel niet verspillen heeft ook dit kind voldoende te eten.

Als we ons voedsel niet verspillen heeft ook dit kind voldoende te eten.

 

 

 

 

 

 

 

Goed beschouwd begint het terugdringen van voedselverspilling nog eerder, namelijk bij de waardering van onze dagelijkse maaltijden en bij het besef dat we ons voedsel met meer dan zeven miljard mensen moeten delen. We hoeven vrijwel geen moeite meer te doen om aan ons eten te komen. We gaan gewoon naar de supermarkt. Hierdoor zijn we de verbinding met ons voedsel, en daarmee ook de waardering daarvoor, kwijtgeraakt.  We zien niet meer hoe de gewassen groeien, hoe de boer moet ploeteren om een mooi product te verkrijgen. Maar ik heb goede hoop. Er zijn steeds meer mensen die de verbinding met hun dagelijks brood weer opzoeken op wat voor manier dan ook. Ik ben ervan overtuigd dat deze trend ook zal leiden tot minder voedselverspilling.