Leve de hooikist!!

Als hekkensluiter zit ook voor ons (midden van het land) de vakantie er weer op. De eerste school- en werkweek, met de bijbehorende hectiek hebben we al weer achter de rug. Het oude vertrouwde gevoel van het moeder zijn kwam gelijk weer terug, namelijk het op meerdere plaatsen tegelijk nodig zijn. Maar gelukkig, de hooikist biedt uitkomst. Hiermee kan je koken terwijl je niet thuis bent!! ’s Middags rond half vier even de rijst aan de kook brengen (zilvervliesrijst) en dan de hooikist in. De groente vast snijden. Na thuiskomst (17.15 uur) de groente roerbakken en de rijst, die ondertussen gaar is geworden, erbij. De maaltijd bereid van verse producten, staat zo binnen een kwartier op tafel. Handig voor als je een halfuur later (18.05 uur) weer in de trein moet zitten.

Hoe maak je een hooikist?

Mijn hooikist is simpel een grote stevige kartonnen doos. Op de bodem heb ik twee kussentjes gelegd met daaroverheen een opgevouwen theedoek. Die kan je als het nodig is makkelijk wassen. De wand is panhoog ‘bekleed’ met een stukje oude slaapzak. Dit is gewoon los. Als de pan in de kist is gezet vul ik deze op met kussentjes en klaar is kees.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA OLYMPUS DIGITAL CAMERA OLYMPUS DIGITAL CAMERA OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Hoe werkt een hooikist?

Je brengt de zilvervliesrijst (ik heb het nog nooit met witte rijst gedaan), pasta bonen, aardappels et cetera met voldoende water aan de kook (moet onder staan); pasta en rijst volgens de aanwijzingen op de verpakking. Als het kookt doe je het gas uit en zet je de pan met deksel in de hooikist. Hierin wordt de rijst ed dan vanzelf gaar. Voor zilvervliesrijst en aardappelen reken ik 2 uur, maar nieuwe aardappelen moeten vaak wat langer. Pasta gaat sneller zeg 1,5 tot 2 keer de kooktijd die op de verpakking staat aangegeven. Als je pasta te lang in de kist laat staan wordt het papperig. Bonen hebben een hele dag nodig; dus direct bij het ontbijt de kist in. Afhankelijk van hoe goed je kist geïsoleerd is zal je bij bonen deze misschien halverwege de dag nog een keer aan de kook moeten brengen. Groente kan ook, maar meestal is de kooktijd hiervan zo kort dat de kist geen winst oplevert. Bovendien is het zonde om groente helemaal onder water te zetten. Het is gewoon een kwestie van proberen en experimenteren.

De winst van een hooikist

Het mes snijdt aan twee kanten. Aan de ene kant bespaar je energie, doordat de pannen minder lang op het vuur staan. Aan de andere kant  ben je veel flexibeler wat de tijd betreft. En daar heb ik veel plezier van. Daar zit voor mij de grootste winst.

En hoe leuk is het dat bijna tien jaar later dit bericht inspiratie was voor: kook met een zelfgemaakte hooikist

Contact met de natuur

Eind juni was het ‘Nationale Modderdag’. Een dag waarop kinderen weer voeling kunnen krijgen voor de natuur (Trouw, 29 juni). Er zijn heel veel initiatieven om kinderen meer in contact te brengen met de natuur. Kinderprogramma’s op televisie hebben steeds vaker een groen thema. Diverse organisaties organiseren excursies, werkdagen of natuurkampen voor de jeugd. Voor veel kinderen zijn dit de enige momenten waarop ze nog echt met de natuur in aanraking komen. Kinderen moeten zien dat de natuur dichtbij is, zegt Arjen Wals, hoogleraar sociaal leren en duurzame ontwikkeling aan de universiteit van Wageningen (Trouw 8 juli). Een middag met de boswachter op pad, die van alles laat zien en er leuk over vertelt, blijft veel beter hangen dan een natuurfilmpje in de klas, hoe leuk en educatie zo’n filmpje ook kan zijn. Zelf doen, ervaren en voelen, daar moeten de kinderen het van hebben. Dat ze dan ‘vanzelf’ gaan nadenken over natuur en milieu blijkt uit het volgende.

Zelf doen, ervaren en voelen

Zelf doen en ervaren.

Zelf doen en ervaren.

Eén van de kinderen die in Trouw (8 juli) werden aangehaald zei: “Ik houd nu nog meer van de natuur. Het is belangrijk, want als mensen alle bomen gaan kappen, dan gaan wij er zelf ook aan. Buiten voel ik me gewoon heel fijn.” Deze jongen had deelgenomen aan één van de groene kinderprogramma’s en was daardoor veel te weten gekomen. “Vooral gekke dingetjes. Wist je dat een uil zijn ogen niet kan bewegen? En dat in de nacht zijn ogen oranje zijn?”

Deze weetjes maakten dat bij deze jongen de verwondering voor de natuur werd aangewakkerd. Van die verwondering moeten we het denk ik hebben. Dat is misschien wel een voorwaarde om duurzaam met de natuur, met de schepping om te gaan. In het tiende en tevens laatste gebod voor het milieu kan je hier meer over lezen.