De zolder geïsoleerd

We zijn dit jaar goed begonnen en hebben ons eerste goede voornemen al waargemaakt. We hebben het dak van de zolder geïsoleerd. We waren er in de zomervakantie al mee begonnen. Helaas hebben we de klus toen niet af gekregen. Sindsdien stonden overal in huis grote pakken isolatiemateriaal. Heerlijk dat die nu weg zijn.

Uiteraard hebben we zoveel mogelijk duurzame materialen gebruikt. Er is tegenwoordig volop keus in ‘groene’ bouw- en isolatiematerialen. En, zoals dat gaat als er veel keus is, dan is het moeilijk om te kiezen. Elk materiaal heeft zo z’n positieve en z’n negatieve kanten. Onze keus is uiteindelijk gevallen op houtwol. Dit heeft een redelijk goed rendement (bij 12 cm dikte), en is makkelijk te verwerken. Je kunt het gewoon met een handzaag op maat zagen. Dit is trouwens wel een stoffige bedoeling. We hebben tussen de balken van de zolder (vakken van ongeveer 110 bij 130 cm) houten latten bevestigd. Daartussen konden we het houtwol klemmen. Met platen van populierenmultiplex hebben we de zaak weer afgetimmerd (geschroefd).

isoleren zolder M en H schroeven                 isoleren zolder M en H boren

Nu maar hopen dat de zolderkamer behaaglijker wordt. Voor alsnog kunnen we dat nog niet beoordelen, want de ramen staan nog veel open om de verflucht te verdrijven. We hebben wellis waar biologisch afbreekbare verf gebruikt, maar toch het ruikt gewoon naar verf.

Dit was onze eerste stap op de duurzame weg van 2015. Onze bijdrage aan, hopelijk, minder energieverbruik en dus een lagere CO2 uitstoot. Alle kleine beetjes helpen om de opwarming van de Aarde zoveel mogelijk tegen te gaan. Een volgende stap zetten we binnenkort. Op de slaapverdieping krijgen we overal dubbel glas. Wat is uw groene stap? Ik wens u een groen en inspirerend 2015 toe, met veel verwondering en verbinding.

Marjolein Tiemens-Hulscher

Bosbeleving

Vorig weekend hebben we ons als gezin in het bos ondergedompeld. We waren daar niet alleen. Ruim 30 mensen, allemaal ouders met kinderen, deden mee aan een weekend ‘overleven in het bos’. Wat te doen als je verdwaald bent, het wordt donker en je hebt vrijwel niks bij je? Het eerste wat ons geleerd werd: ga rustig zitten, haal diep adem en kom tot rust. Ga niet in paniek rondlopen, want dan verspil je alleen maar energie en die heb je juist nodig.

Een dak boven je hoofd

Wil je de nacht goed doorkomen dan is warm blijven een eerste vereiste. Je kunt natuurlijk een vuur maken, maar dat is zonder aansteker of lucifer niet zo makkelijk (zie verderop). Dus hebben wij geleerd hoe je een onderkomen kunt maken van takken en bladeren. Je maakt eerste een tentvormig skelet van takken en die bedek je helemaal met bladeren, heel veel bladeren, zoveel als je kunt vinden. Dan moet je niet vergeten de bodem van het onderkomen van een isolerende laag van bladeren, droog gras, mos of heide te voorzien, want anders is het toch wel koud. Daar kwamen mijn dochter en haar vriendin achter die in het zelf gemaakte bouwsel waren gaan slapen. Zij lagen op de kale grond en kregen het door het optrekkende vocht te koud. De jongetjes, in het tweede onderkomen, hadden het slimmer aangepakt en ‘sliepen’ op een schapenvacht. Ze hebben het niet koud gehad, maar met z’n drietjes was het wel een beetje krap.

onderkomen bouwen

In het klein wordt voorgedaan hoe je een onderkomen kunt bouwen.

onderkomen maarten

Het zelf gebouwde onderkomen waarin de drie jongens geslapen hebben.

Te eten

Direct de eerste ochtend werden we het bos ingestuurd om eetbare planten te verzamelen. Of tenminste, planten of andere dingen waarvan je dacht dat het wel eens eetbaar zou kunnen zijn. En o ja, “zoek ook alvast klein droog materiaal waar je een vuurtje mee kunt beginnen. Nu is het droog, dus dit is je kans”. Overleven is dus ook vooruitdenken. Ik merkte dat ik met heel andere ogen door het bos liep dan normaal. Dan kijk ik meer genietend; soms van het geheel, soms van het detail. Maar als je echt op zoek bent naar iets eetbaars denk je bij alles: “Kan ik het gebruiken?” Bij de bosbessenplanten dacht ik eerst: ‘Jammer dat er geen bosbessen meer aan de struikjes zitten.” Maar direct daarna: ”Misschien kan je met het blad ook wel wat.” En dan zie opeens dat er naast de oude verweerde bladeren ook nog jongere scheuten zijn. Die zijn vast veel lekkerder en gaan dus in de verzameltas. En wat blijkt, je kunt er thee van zetten. Niet alles wat we verzameld hadden bleek eetbaar. De aardappelbovisten en het vingerhoedskruid kun je maar beter laten staan. Van de dennennaalden hebben we echter heerlijke thee gezet. De brandnetels verdwenen gelijk in de soep voor tussen de middag. En wist je dat je van brandnetels ook stevig touw kunt maken?

gevonden voedsel

Welke planten zouden wel eetbaar zijn en welke niet?

geroosterde brandnetel

Geen marshmallows boven het vuur, maar brandnetels. Geroosterd met een beetje zout zijn ze best lekker.

 Vuur

Waar haal je droog brandbaar materiaal vandaan in een bos met een vochtige bodem? Speurend loop ik rond. Dan zie ik een omgevallen den met allemaal verdroogde naalden aan hele dunnen takjes. Ideaal. Deze takjes hebben niet op de grond gelegen en zijn daarom best droog. Ook onder bomen, waar minder regen valt, is nog wel droog materiaal te vinden. De losse vellen van de berk zijn net aanmaakblokjes; lekker droog en oliehoudend.

Een vuurtje opbouwen met takjes van klein naar groot in de vorm van een piramide met een opening onderin dat lukt nog wel. Maar ja, hoe steek je dat aan zonder lucifer of aansteker? Hoe maak je vuur? Dat kan met een moederbord, een spil, een vuurboog en een houder op de spil. Ik ga het hier niet allemaal uitleggen. In het filmpje onderaan dit bericht is te zien hoe door het draaien van de spil zoveel wrijvingswarmte ontstaat dat het hout verkoolt. Uiteindelijk krijg je een gloeiend kooltje waarmee je een nestje van droog gras, mos en pluis van distel, lisdodde (rietsigaar) of wilgenroosje, door het voorzichtig aan te blazen, brandend krijgt. Dit brandende nestje doe je dan onderin de klaarstaande piramide van takjes. Dan maar hopen, nog wat blazen of wapperen en het vuurtje blijven voeren met droge takjes.

Wij gebruikten een reuze vuurboog en zijn met ons allen misschien wel een uur bezig geweest om vuur te maken. Maar de euforie was dan ook groot toen alle vuurtjes brandden.

vuurboog

Vuur maken met een reuzen vuurboog vraagt om samenwerking.

vuurnestje aanblazen

Voorzichtig het kooltje aanblazen in het nestje.

vuurtjes branden

De euforie was groot toen alle vuurtjes brandden.

 

 Beleving

Het was een geweldige beleving om met z’n allen zo bezig te zijn in het bos. Iedereen was gelijk. Het was ook prachtig om te zien en te ervaren hoe de kinderen met elkaar omgingen, hoe de ouders en kinderen met elkaar omgingen en hoe de volwassenen met elkaar omgingen. Eén van de opmerkingen tijdens het afsluitende gesprek was dat er helemaal niet was gesproken over wat iedereen in het dagelijkse leven doet. We waren die twee dagen er gewoon als mens, niet als iemand met een functie. Dat was eigenlijk heel bijzonder.

De meest indrukwekkende beleving was toch wel het sluipen door het bos. Zo lopen dat je geen takjes laat kraken, dat je je heel bewust bent van je omgeving en daar helemaal in opgaat. Zo zijn we met de hele groep in de schemering naar de rand van het stuifzand geslopen en hebben we daar stil op de grond gezeten. We hebben ze niet gezien, maar wel gehoord en ‘gevoeld’; de burlende herten, in de bosjes vlak naast ons. Een mooier verjaardagscadeau kun je niet wensen.

Wil je meer weten of zelf zo’n weekend beleven kijk dan eens op bosbeweging.

Mama, halen we het?

De website www.nieuwwij.nl brengt een serie uit waarbij ze mensen uitnodigt om te reageren op de afscheidsbrief van Wubbo Ockels aan de mensheid. Rabbijn Awraham Soetendorp en natuurfilosoof Koo van der Wal gingen me voor. Hier mijn reactie op de brief op verzoek van nieuwwij.

riviertje 2014Verwondering, daar begint het mee. Verwondering voor al wat leeft. Verwondering hoe alles in de natuur is gevormd en in elkaar steekt, op elkaar is afgestemd en samenhangt. Als ik mij laat verwonderen en nadenk over het ontstaan van het leven dan overvalt mij een gevoel van ontzag. Het is eigenlijk niet te bevatten dat zo’n mooie planeet, vol met leven, is ontstaan.

Het doet me dan ook letterlijk pijn dat de mensheid heel hard op weg is om al die schoonheid te verwoesten. De noodkreet van Wubbo Ockels in zijn afscheidsbrief om te stoppen met het vernietigen van de Aarde is mij dan ook uit het hart gegrepen.

Welke rol zou religie kunnen spelen om de vernietiging van de Aarde, de schepping een halt toe te roepen? Ockels heeft zijn twijfels bij de huidige godsdiensten, omdat deze nooit alle mensen samenbinden en de mensheid in groepen verdelen. Hij zegt daarom dat het nu tijd is voor een menselijk tijdperk, een nieuwe religie die hij de mensheid noemt.

Ik denk echter dat het tijd is voor een tijdperk van het leven. Naar mijn mening kan religie hierin een heel belangrijke rol spelen. Verschillende godsdiensten mogen de mensen dan wel in groepen verdelen, maar ze delen ook een groot goed, namelijk respect en eerbied voor het leven, voor al het leven op Aarde. Godsdiensten zijn geen eendagsvliegen, het zijn bewegingen die al eeuwenlang bestaan en daarmee hun duurzaamheid hebben bewezen. Hier moeten wij gebruik van blijven maken. Wereldwijd komen er immers dagelijks groepen mensen bij elkaar om hun geloof te belijden; mensen die in principe ontvankelijk zijn voor de duurzame boodschap.

bijen-vlindersAfgelopen zondag in de kerk viel het me weer op. Bijna elk lied dat we zongen was een loflied voor God, die hemel en Aarde gemaakt heeft en alles wat leeft en adem heeft. God wordt geloofd en gedankt om de biodiversiteit van het leven, het water en de lucht, het leven zelf. Hoe kunnen we als gelovigen God beter eren dan door zorgvuldig met de schepping om te gaan? Het probleem is echter dat we dat wel zouden willen, maar vaak niet weten hoe. Of dat we er geen idee van hebben wat de invloed van ons dagelijks stukje vlees is op het leven van anderen, op het tropisch regenwoud en de biodiversiteit, op de beschikbaarheid van schoon water, enzovoort.

OLYMPUS DIGITAL CAMERADe vorige paus, Paus Benedictus XVI, sprak in 2007 zijn bezorgdheid uit over de rol die de mens in de schepping speelt. “We zien tegenwoordig dat de mens de basis van zijn bestaan, de Aarde, kan vernietigen. We kunnen met de aan ons toevertrouwde Aarde niet doen wat we willen en wat ons op korte termijn nuttig lijkt. Als we willen overleven, moeten wij de eigen wetten van de schepping, van deze Aarde respecteren en deze wetten leren kennen en gehoorzamen.”

“Gebruiken niet misbruiken”

In feite heeft de paus het hier over ecologie. Zowel de ecologie als de schepping en de evolutie leren ons dat alles met elkaar verbonden is. De hemel, de Aarde, de mens, de planten en de dieren hebben alle een eigen waarde, maar ze functioneren alleen in relatie tot elkaar. Daarmee zijn ze in zekere zin gelijkwaardig aan elkaar. We leven echter in een antropocentrische cultuur, waarin de mens, of het nut voor de mens centraal staat. Hiermee heeft de mens zich losgemaakt van de ecologische context. De opdracht is om weer te leren denken vanuit het geheel, uit het belang van de Aarde, en niet bij voorbaat het belang van de mens voorop te stellen. Een hulp hierbij kunnen de tien geboden voor het milieu zijn, die Paus Benedictus XVI indertijd heeft opgesteld. Het eerste gebod: ‘Gebruiken, niet misbruiken’ is misschien wel alles omvattend. Het stelt ons steeds voor de uitdaging een goede balans te zoeken tussen ingrijpen in de natuur om aan onze behoeften te voldoen en het respecteren van de natuurlijke orde.

ijsbeer met jong

“Mama, halen we het dan?”

Tot slot sluit ik me bij Ockels aan dat we anders moeten gaan denken en dat dit een zaak is van de gehele mensheid. Mijn zoon van elf keek laatst naar de DVD Earth. Earth is een prachtige film over de Aarde met al haar levensvormen en haar onderlinge relaties. Je valt van de ene verwondering in de andere over zoveel schoonheid. De film geeft echter ook de invloed van de mens op de Aarde en het klimaat weer en eindigt met de boodschap: “Het wankele evenwicht ligt in onze handen. Als de Aarde in dit tempo blijft opwarmen zal de ijsbeer in 2030 uitgestorven zijn”. Mijn zoon was geschokt. Ik heb hem toen uitgelegd dat dit precies de reden is waarom we geen auto hebben, met de fiets op vakantie gaan, weinig vlees eten, een zonneboiler op het dak hebben, het huis isoleren en de verwarming niet zo hoog zetten. Hij vroeg toen: “Mamma, halen we het dan?” Ik antwoordde: “Ik hoop het”. Toen was het even stil. Hij dacht diep na. Zijn conclusie was: “Maar dan moet wel iedereen meedoen.”

Augustus 2014, Marjolein Tiemens-Hulscher

Klik hier voor het verhaal op de website van nieuwwij. Daar zijn ook de verhalen van Rabbijn Soetendorp en natuurfilosoof van der Wal te vinden, alsmede de brief van Ockels.

 

 

Klimaatverandering

Een poosje geleden keek onze zoon Maarten (11 jaar) naar de film Earth (DVD). Voor wie de film niet kent, het is een adembenemend portret van onze planeet Aarde met haar immense schoonheid en diversiteit. Dit wordt zo mooi in beeld gebracht dat verwondering en bewondering voor de wondermooie natuur je tot in je binnenste raken. De film laat ook de strijd om het bestaan zien en eindigt met de boodschap: Als we het tempo waarmee de aarde nu opwarmt, door de uitstoot van broeikasgassen, niet weten te vertragen de ijsbeer in 2030 uitgestorven zal zijn. Bij Maarten stroomden de tranen over de wangen, en wie zou niet huilen. Ik legde hem uit dat we (ons gezin) juist daarom geen auto hebben, niet met het vliegtuig op vakantie gaan, weinig vlees eten, de verwarming niet zo hoog zetten en gebruik maken van zonne-energie (collector voor warm water) en windenergie (winddelen). Hij vroeg: “Redden we het dan, mam?” Ik knikte maar, want je moet toch altijd blijven geloven en hopen. Hij dacht even na en zei: “Maar dan moet wel iedereen meedoen.” Ik dacht: “Ja, lieverd. Zo is het. Jij hebt het begrepen. Nu de rest van de wereld nog.”

koraal-83

En dan verschijnt deze week de kop in Trouw ‘Klimaatrampen onafwendbaar’. Voor de koraalriffen en het Noordpoolgebied is het waarschijnlijk al te laat. Ook al zouden we nu de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen weten te verminderen, dan nog gaan deze unieke ecosystemen hoogst waarschijnlijk verloren, met alle gevolgen van dien. Het is niet alleen het verdwijnen van een ecosysteem, het is ook het verdwijnen van voedsel (vissen) voor vele bevolkingsgroepen. En wat zeg ik als moeder tegen Maarten? Dat het jammer, maar helaas is van de ijsbeer?

ijsbeer springt

Het nieuwe rapport van het IPCC, het klimaatbureau van de VN, is somber gestemd. In het meest florissante scenario warmt de aarde ‘slechts’ één graad op, vergeleken met nu. En dat lukt alleen als we de fossiele brandstoffen in de bodem laten zitten. We moeten dan zonder dralen overstappen op schone en hernieuwbare energie. Elke graad meer kan een kwestie zijn van leven of dood. Waarschijnlijk nog niet binnen afzienbare tijd hier in Nederland. Het zijn vooral de mensen en ecosystemen in kwetsbare gebieden die te maken krijgen met meer droogte of juist meer overstromingen en orkaanstormen, waardoor oogsten vaker zullen mislukken of mensen hun huis kwijtraken.

droogte in Egypte

Gister was ik bij een college van Studium Generale Utrecht waar wetenschapsfilosoof Herman Philipse naar aanleiding van het IPCC rapport vertelde over klimaatverandering. Hij heeft er een hard hoofd in of de mensheid in staat zal zijn het klimaatprobleem op te lossen. In een volgend college zal hij hier meer vertellen over het waarom hiervan. Klimaatverandering is natuurlijk een mondiaal probleem. Wat wij hier aan CO2 uitstoten heeft direct invloed op de voedselvoorziening van andere mensen elders op de wereld. Dat schept, mijns inziens, een verantwoordelijkheid van ieder mens ten opzicht van de mensheid, natuur en milieu. En daarom moet iedereen meedoen, zoals Maarten zegt. Niemand kan in zijn eentje het verschil maken. Maar wij allemaal samen wel. Alle kleine beetjes van iedereen samen kunnen een enorm verschil maken; het verschil tussen leven en dood.

“Maar dan moet wel iedereen meedoen.”

Radio Maria

Een paar weken geleden kreeg ik een mail van Radio Maria. De radio redacteur Vincent Wibier had in de nieuwsbrief van de Bisschoppelijke Adventsactie gelezen over Groen Geloven. Zijn interesse was gewekt en hij wilde graag een interview met mij over Groen Geloven. Tegen zo’n aanbod kun je natuurlijk geen nee zeggen. Afgelopen woensdag 6 november is het interview uitgezonden in het programma ‘Leven met God’. Hebt u het gemist? Hier is een kans om het nog eens rustig te beluisteren.