Dit jaar liep ik met Agro Natura voor de vijfde keer de Cuthbert’s Way. Het is en blijft een hele mooie en zeer afwisselende pelgrimsroute van Melrose in Schotland naar Holy Island aan de kust met de Noordzee. Het was een feest van herkenning.
Het embleem wees ons trouw de weg.De Cuthbert’s way begint bij de ruïne van de Abbey in Melrose waar Cutberth rond het jaar 650 monnik was.Direct buiten Melrose lopen we door de naar kokos ruikende gaspeldoorn de Eidon Hills op. We hoeven niet naar de top, maar passeren ze via het zadel.Daarna dalen we af door het bos en komen we uit bij de rivier de Tweed, die we volgen tot aan St. Boswells.Daar drinken we ons eerste glas cider of wat anders in de gezellige pub.De volgende dag blijven we nog even langs de Tweed lopen en komen door met daslook en armbloemiglook bedekte hellingen. Een lust voor het oog.(Iets minder voor de neus)We genieten van het open cultuurlandschap met zijn heggen van onder andere meidoorn, en gele velden met raapzaad onder de voortdurend veranderende luchten die het landschap een spectaculair karakter geven.Aan het eind van de dag zien we het eindpunt in de verte liggen, Cessford Castle. Een herinnering aan de tijd dat de Schotten en de Engelsen nog wel eens slaags raakten met elkaar.Door de wind was het ijzig koud bij Cessford Castle. Gelukkig konden we ons weldra opwarmen in de pub van Morebattle.Dag drie brengt ons op het hoogste punt van de Cuthberts’s Way. Hiervoor moeten we ruim 250 meter klimmen naar Wide Open Hill (368 m), maardan hebben je ook een geweldig uitzicht.Langs de typische engelse/schotse muurtjes dalen we af naar (foto: Henriëtte van der Noord) een lieflijk valleitje. Langs de oevers van het riviertje lopen we naar Kirk Yetholm. Op een mooie plek voor het Borderhotel (waar de Pennineway eindigt) heeft de kok/chauffeur de koffie en thee al klaar staan voor de picknick. (Foto: Henriëtte van der Noord)Vanuit Kirk Yetholm is het een stukje asfalt lopen naar de volgende heuvels, waar we de onverharde paden weer oppikken die ons naarnaar de grens van Schotland en Engeland leiden.De volgende dag lopen we eerst door de bluebells, gaspeldoorn en groene velden licht glooiend omhoog richting de hoger liggende heide.Dwars over de met heide begroeide heuvels lopen we richting Wooler. We houden onze oren en ogen open voor het Schotse sneeuwhoen (van de famous grouse wiskey). Hij liet zich wel horen, maar niet echt zien. Zo nu en dan werd ons een glimp gegund als die opvloog of heel in de verte bleef zitten, zodat die alleen met de kijker te zien was. De wulpen kwamen wel laag overgevlogen. Wat een heerlijk geluid is het toch dat ze maken. (Foto Henriëtte van der Noord)Het eenarig wollegras groeit op de natte plekken. Toch heb ik het idee dat het in de afgelopen vijf jaar wel minder is geworden. In mijn herinnering waren hier ‘witte velden’ te zien. Voorbij Wooler kwamen we een nieuw ‘sign’ tegen.En ook in Hazelrigg zijn ze creatief bezig geweest. Tot vorig jaar stond dit beeld van Cuthbert aan het einde van de wandeling.Dat is nu vervangen door een soort van totempaal waarop de hele Cuthbert’s Way is afgebeeld.Op de laatste dag van de pelgrimsroute komen we langs de Cutberth’s cave. Het verhaal gaat dat het lichaam van St. Cutberth hier verstopt is geweest in de tijd dat de Vikingen onder andere de Abbey op Lindesfarne aanvielen. Hier lag St. Cutbherth begraven. Monniken hebben door heel het gebied gezworven met de grafkist op hun schouders om het lichaam een veilige plek te geven. Uiteindelijk heeft St. Cutberth zijn laatste rustplaatst gevonden in de Cathedraal van Durham. (Foto: Henriëtte van der Noord)De laatste kilometers gaan over het wad. Als de zee voor een paar uur teruggetrokken heeft is het mogelijk om lopend Holy Island, een andere naam voor Lindesfarne, te bereiken.The Priory op Holy Island, waar Cutberth bisschop is geweest, en ook begraven is geweest, is het eindpunt van de mooie pelgrimsroute ‘in Cutbert’s voetsporen’. Hij zal niet deze route gelopen hebben. Maar hij heeft wel in het gebied dat wij doorkruist hebben zelf veel rondgelopen om ook de mensen in de afgelegen dorpjes te bereiken. Hij was zeer geliefd, bij de mensen, zijn parochianen, maar ook bij zijn mede monniken. Het is zeker de moeite waard om nogthe St. Mary’s Parish Church te bezoeken. De deur is gewoon open. En daar vind je, een beetje verstopt,een houten groep figuren van zes monniken die de grafkist met St. Cutberth op hun schouders dragen. Heel indrukwekkend. De liefde voor Cutberth, die zelf ook veel liefde gaf aan mens en dier, straalt er vanaf.
Foto’s Marjolein Tiemens-Hulscher (onbenoemd) en Henriëtte van der Noord.
Naast de Cutberth’s way maken we tijdens deze reis nog andere mooie wandelingen. Die foto’s houden jullie nog even tegoed.