De natuur zit zo wonderlijk mooi in elkaar. Neem de gerande schijnspurrie, een plantje met wit-paarse bloemetjes. Het groeit langs de randen van slenken bijvoorbeeld op Schiermonnikoog. En twee keer per dag worden ze overspoeld door de vloed, die diep in de slenken doordringt. Maar de plant wil het stuifmeel natuurlijk wel droog houden. Zodra het bloempje wordt overspoeld sluiten de bloemblaadjes zich bliksemsnel waardoor ze een luchtbelletje invangen dat het stuifmeel beschermt. Als het water dan weer zakt gaat de bloem open en kunnen de bijen weer voor de bestuiving zorgen. Ik vind dat soort oplossingen in de natuur eindeloos fascinerend.
Omdat het proces van sluiten van de bloemblaadjes zo snel gaat kun je dit zelf meebeleven. Als je een bloemetje plukt en dat onder water trekt zie je het gebeuren. Je ziet ook het luchtbelletje in het bloemetje zitten. Zodra je het bloemetje weer boven water haalt, gaat dat weer open. Je kunt je wel voorstellen wat er gebeurt als je dit met kinderen doet. Mijn ouders hebben mij op deze manier de wonderen van de natuur laten zien en daarmee ook de liefde voor de natuur meegegeven. En die geef ik ook graag weer door. Eigenlijk op dezelfde manier, door mensen zelf weer de verwondering te laten ontdekken, tijdens stilte-, scheppings- of verwonderwandelingen. Kijk maar eens door een loepje naar een korstmosje of het bloemetjes van de ereprijs; een garantie voor een verwondermoment.

Waarom vind ik verwondering zo belangrijk? Wat schiet je er mee op? Kun je niet beter weten hoe alles in de natuur in elkaar steekt en daar gebruik van maken? Wetenschap is mooi en meten is vaak weten. Maar daar zit nu, denk ik, juist het gevaar dat we ons als mens daarmee teveel buiten de natuur zetten. En denken dat wij haar naar onze hand kunnen zetten. Maar we maken deel uit van het geheel van die natuur. Geen onderdeel, dat lijkt muggenziften, maar onderdelen doen me teveel denken aan een machine. En zo zijn we de natuur helaas teveel gaan zien en benaderen sinds Descartes[1]. Verwondering kan ons behoeden voor dat afstandelijk en mechanische denken over de natuur.
Als ik buiten loop dan groet ik, en dat hoeft niet hardop, de vogels en de bloemen. Zweverig? Nee, voor mij niet. Zo geef ik uitdrukking aan de dankbaarheid en vreugde voor het samen leven met al mijn zusters en broeders. Ik ben er van overtuigd dat verwondering cruciaal is om in ons hart geraakt te worden door de schoonheid en kwetsbaarheid van het leven en de schepping. Mijn hoop is dat als we ons laten raken ons verstand zal volgen en we andere keuzes gaan maken. Alles is een keuze, we hebben allemaal de keuze als het gaat om wat we eten, hoe we reizen, hoe we wonen, welke kleren we dragen. En onze keuzes hebben gevolgen voor het leven van mensen, planten en dieren, hier en nu, ver weg en in de toekomst. Die gevolgen moeten we veel meer onder ogen gaan zien en laten meewegen in onze keuzes. En dat gaat denk ik makkelijker als je je hart laat meespreken.
[1] Filosoof Reneé Descartes stelde: er zijn twee werelden — de wereld van het denken, en de wereld van de dingen. Die dingen, inclusief de natuur, zijn in feite grote machines. Een boom groeit zoals een klok tikt: puur mechanisch, zonder bedoeling, zonder gevoel. De mens staat buiten de natuur, als toeschouwer en beheerser. Natuur is grondstof om door de mens te gebruiken. Dat idee zit nog steeds diep in ons denken.
