Het was best wel warm, de afgelopen week. Wat een zegen is het dan om dichtbij het bos te wonen. Daar heb ik nog eindeloos in de schaduw kunnen wandelen, zonder dat het te warm was. Ik heb echt te doen met iedereen die in de stad woont waar schaduw soms ver te zoeken is. Zondagochtend heb ik samen met mijn collega ‘vrouw van de kerk’ een viering verzorgd, waarin de natuur en hoe we daarmee om kunnen gaan centraal stond. s’Middags ging ik een wandeling maken en kreeg het ene na het andere cadeautje. Een muisje dat snel het kleine paadjes overstak, maar daarna doodstil bleef zitten en zich liet bekijken, terwijl het mij wel goed in de gaten hield met zijn (haar?) glimmende kraaloogjes. Even later zat er een grote bonte specht heel laag in de boom verwoed naar insecten te zoeken. Pas na een tijdje vloog die wat verder. Wat is het toch een mooie vogel. Maar het leukste was iets wat ik nog nooit eerder had gezien.
Mijn blik viel op een groepje best wel hoge orchideeën. Toen ik ze van dichterbij ging bekijken zag ik een wesp die bloem in, bloem uit kroop en op naar de volgende bloem. Dit zal dan wel een wespenorchis zijn, dacht ik. Obsidentify bevestigde dat, met een vraagteken of het de breed bladige wespenorchis zou zijn. Maar wat ik nu zo leuk vond was dat de wesp op zijn (haar?) kop een grote klodder stuifmeel had. Stuifmeel aan de poten van bijen en hommels ken ik wel. Maar stuifmeel op de kop, dan had ik nog nooit eerder gezien. Zo wordt een wespenorchis dus bestoven. Door de wesp die bij elk bloembezoekje wat stuifmeel meeneemt en tegelijk ook stuifmeel van een andere bloem op de stempel achterlaat. De natuur zit toch maar vernuftig in elkaar. Zo is er elke keer wel iets waarover je kunt verwonderen.
Voor de geïnteresseerden: lees hier de overweging van zondagochtend 12 juli.
