Geprezen zijt Gij

Ik heb er lang naar uit gekeken en nu is het alweer twee weken geleden dat de encycliek ‘Laudato Si’ van paus Franciscus is uitgekomen. In de rondzendbrief roept de paus alle mensen van goede wil op om zich in te zetten voor een rechtvaardige en duurzame wereld, ons gemeenschappelijke huis.

De titel ‘Laudato Si’ (Geprezen zijt Gij) vind ik knap gekozen. Ze verwijst naar het Zonnelied van Franciscus van Assisi (1182-1226), waarin God geprezen zij door de mensen en alle elementen van de schepping die hij broeders en zusters noemt (broeder zon en zuster maan). Met de titel van de encycliek wijst de paus de richting aan die hij ziet als oplossing voor de wereldwijde sociale- en ecologische crisis., namelijk het Evangelie van de schepping. De hele schepping is verbonden in een broeder- en zusterschap. Het is nodig dat wij leven vanuit het bewustzijn van die verbondenheid met alle schepselen en met de Schepper.

De paus noemt dit integrale ecologie. Hierin verbindt de paus de micro-ethiek, de sociale ethiek en het thema van duurzaamheid. Solidariteit en gerechtigheid, de pijlers van de sociale leer van de kerk, zijn hierin onmisbaar. Als kinderen van één Vader zijn we geroepen tot solidariteit, met de armen, met mensen in nood, maar ook met alle andere schepselen op Aarde en de Aarde zelf. Want allen zijn geschapen door Gods Woord en hebben in Zijn ogen een waarde in zichzelf.

laudato si

De paus houdt ons in zijn rondzendbrief een spiegel voor, om vooral naar ons eigen gedrag te kijken en waar nodig te veranderen. Franciscus stelt dat veel mensen een ecologische bekering nodig hebben om los te komen van de consumptieve levensstijl, die door onze wegwerpmaatschappij zo sterk gestimuleerd wordt. Het steeds maar verlangen naar meer, naar wat je niet hebt, maakt echter ongelukkig, zegt hij. Juist mensen die genieten van het kleine en de kunst verstaan te leven volgens het motto: ‘minder is meer’ leven intenser. ‘Soberheid’ is in deze zin de weg naar het vervulde leven.

“Geluk zit in de kleine dingen”

Hierbij moet ik denken aan een pak pannenkoekenmeel van de molen. Is het niet geweldig dat je je kind blij kunt maken met een fietstochtje naar de molen om daar meel voor de pannenkoeken te kopen en bij terugkomst samen pannenkoeken te bakken. Dat pak meel is dan niet meer zomaar een pak meel maar symbool voor een fijne middag met aandacht voor elkaar; ‘meer met minder’. Geluk zit in de kleine dingen.

Wat ik me steeds meer realiseer is dat ‘weten van’ niet genoeg is om gedrag te veranderen. Een duurzame levensstijl moet van binnenuit komen. Zonder innerlijke kracht is het vrijwel onbegonnen werk in deze wereld met zoveel verleidingen. Als christenen geloven we dat we dan mogen vertrouwen op Gods Geest. Hij wil en kan mensen vernieuwen. De Geest doorbreekt passiviteit en moedeloosheid en geeft ons vreugde en vrede.

Daarom wil ik eindigen met een gebed van paus Franciscus, waarin we God vragen om ons ontvankelijk te maken voor zijn Geest.

Heilige Geest,
maak dat mijn hart openstaat voor Gods Woord,
dat mijn hart openstaat voor het goede,
dat mijn hart alle dagen openstaat voor de schoonheid van God.

bijen-vlinders

Kantelpunt

Blijdschap, gejuich en tranen van opluchting, dat was wat de rechter hoorde en zag na zijn uitspraak in de klimaatzaak. De rechter heeft vanmorgen waarlijk recht gesproken. Dit kon wel eens een kantelpunt zijn in het klimaatbeleid. De rechtbank is van oordeel dat op de staat tegenover Urgenda in beginsel de rechtsplicht rust om te bewerkstelligen dat in 2020 de uitstoot van CO2 in Nederland zal zijn gereduceerd met tenminste 25% t.o.v. 1990. Het berusten van een geringere reductie is onrechtmatig tegenover Urgenda. De overheid zal nu daadwerkelijke aan de slag moeten want de huidige doelstelling van 17% reductie in 2020 is dus ver beneden de maat. En deze dreigt al niet gehaald te worden. De minimale eis van 25% zou dus in de praktijk nog wel eens een verdubbeling kunnen zijn van de koers die nu gevolgd wordt.

De rechtbank erkende het dreigende gevaar van de gevolgen van klimaatveranderingen en de urgentie om hiertegen maatregelen te nemen. Dat de staat niet mede de veroorzaker is van de uitstoot van CO2 achtte de rechter niet beslissend. De zorg van de staat moet gericht zijn op de zorg en bescherming van het leefmilieu. Elke uitstoot van CO2 draagt bij aan de CO2 concentratie in de atmosfeer. Landen, groot of klein, kunnen zich daarom niet verschuilen achter het argument dat het niet alleen van hun inspanning afhangt of een klimaatverandering wordt voorkomen. Bovendien zou Nederland, als Annex 1 land, vanuit het billijkheidsbeginsel voorop moeten lopen in het klimaatbeleid.

De rechtbank stelt dat een reductiedoelstelling van tenminste 25% financieel mogelijk en aanvaardbaar is. De ernst en de omvang van het klimaatprobleem maken het noodzakelijk om op korte termijn maatregelen te nemen en niet te wachten op maatregelen die pas later werking zullen hebben.

“Het is een zaak van het hart”

Vreugde alom, vanwege deze uitspraak. Een positief kantelpunt wellicht in het klimaatbeleid. Dit moet toch mensen de ogen openen. Dit zal ook zijn effect hebben in andere landen, zoals België, waar een dergelijke rechtszaak wordt voorbereidt. De emotionele reacties achteraf tonen, denk ik, hoe diep de zorg om klimaatverandering bij mensen zit. Het is niet alleen een zaak van de rede, maar vooral van het hart; de liefde voor de planeet Aarde met al haar (toekomstige) bewoners. Deze uitspraak schept hoop en geloof dat het goed kan komen met heel de Aarde. Een geloof dat nog versterkt wordt door de positieve reacties op de encycliek “Laudato Si” van paus Franciscus, waar ik de volgende keer over zal schrijven.

Je kunt direct actie ondernemen door deze petitie van Milieudefensie te ondertekenen.

Een geschenk uit/aan* de hemel

logo studiedag“Wat heeft God met duurzaamheid van doen?” Rondom die vraag kwamen mensen vanuit allerlei christelijke richtingen 12 juni bij elkaar in Ede. Veel mensen binnen de kerk zijn heel actief met duurzaamheid bezig. Maar er is grote behoefte aan theologische onderbouwing hiervan. Daar ontbreekt het in Nederland nog aan, zei dagvoorzitter Martiene Vonk. De dag was dan ook bedoeld om deze theologische discussie op gang te brengen. De studiedag werd georganiseerd door het netwerk theologie en duurzaamheid, waar ik zelf ook deel van uit maak.

In de ochtend kwamen vier sprekers aan het woord.

Symbolische waarde

Kerk-den-ham-300x194Het plaatsen van zonnepanelen op een kerkdag lost het energieprobleem natuurlijk niet op. Het heeft vooral een symbolische waarde. Bert Altena, predikant te Assen en omstreken, vertelde dat het project ‘zonnepanelen’ verbindend werkt zowel binnen de Gemeente als naar de ‘buitenwereld’. Verbinding is voor Bert Altena een belangrijk thema. Dat blijkt ook uit de bouwstenen die hij aandraagt voor een theologie van duurzaamheid. De eerste bouwsteen is gerechtigheid, vooral richting de mensen in de ontwikkelingslanden die het minst bijdragen aan vervuiling en uitputting, maar wel de meeste gevolgen ondervinden. Een tweede notie is de actuele scheppingstheologie. De derde bouwsteen is een eucharistische leefwijze, een leefwijze die zich meer door communie dan door consumptie laat leiden.

Bidden

bidden voor het etenDe maaltijd is één en al ritueel en bidden is daar een onderdeel van. Liturgiste Marian Geurtsen vertelde over het gemeenschappelijke in de gebeden rondom voedsel en de maaltijd binnen verschillende religies: de zegen en de dankzegging. Het gebed kan ons bewust maken van wat we eten en wanneer. Het laat ons zien dat voedsel een gave is van God en geen vanzelfsprekendheid. Even stilstaan bij wat je eet, waar het vandaan komt en wie en wat er allemaal nodig is geweest om het op je bord te krijgen helpt misschien wel bij het bewuster omgaan met voedsel. Je zou verwachten dat mensen dan toch minder snel voedsel weggooien. Marian Geurtsen vertelde verder dat uit onderzoek is gebleken dat bidden voor het voedsel steeds meer verschuift naar bidden (danken) voor het samen delen van de maaltijd. Ze verbond dit niet met dankbaarheid voor sociale duurzaamheid, maar dat zit er natuurlijk wel in.

Leven van genade

Erik Borgman, hoogleraar publieke theologie aan de Universiteit van Tilburg, liet me eerst even steigeren. Hij zei dat als we, uit oogpunt van duurzaamheid, onze ecologische voetprint zo klein mogelijk maken dit zoiets is als een poging is om er voor te zorgen dat het lijkt alsof wij er nooit geweest zijn. Duurzaamheid die gebaseerd is op reductie van de ecologische voetafdruk heeft volgens hem weinig met geloof en theologie te maken. Ik ben het hier niet mee eens. We leven nu met zoveel mensen op deze Aarde dat het Bijbelse delen neerkomt op het verkleinen van je ecologische voetafdruk. Dat is niet net doen of we er niet geweest zijn. Ik hoop toch dat we belangrijkere dingen op Aarde nalaten dan alleen CO2. Maar daarna begon ik te begrijpen wat hij bedoelde.

mosterdzaadje boomHet koninkrijk van God lijkt onkruid. Maar het is dankzij dit onkruid dat er te wonen valt. Zo legt Erik Borgman, hoogleraar publieke theologie aan de Universiteit van Tilburg de parabel van het mosterdzaadje uit. “Het wonder van Gods schepping is, dat wij er een thuis vinden, dat wij er deel van uitmaken en ons zo ingebed weten.” We moeten af van het idee dat de wereld maakbaar is en met die gedachte het klimaatprobleem zouden kunnen oplossen, stelt Borgman. Hij pleit er voor dat kerken God niet als instrument gebruiken om mensen tot duurzaam gedrag te bewegen, maar dat zij verlangen naar duurzaamheid beschouwen als uitdrukking van het verlangen naar God. Dan komt duurzaamheid niet meer voort uit zorgelijkheid om het voortbestaan van de wereld, maar uit de wonderbaarlijke verbondenheid voor alles met alles. Het betekent leven van genade en de herhaaldelijke vreugdevolle ontdekking dat dit mogelijk is. En als we zo leven gaat onze voetprint dus ‘vanzelf’ omlaag.

Een God van alles

permacultuurcubaHoe kun je theologie zo bedrijven dat je recht doet aan God, aan de gelijkheid van mensen en aan de hele Aarde? Dat is de vraag die theologe Trees van Montfoort zichzelf stelt. Ze komt uit op een ecologische theologie waarin God een God van alles is en niet alleen van mensen, allen, zoals zo vaak gezegd wordt. Om hier recht aan te doen is er een perspectiefverandering nodig, zegt ze. Van Monfoort vindt hiervoor aanzetten in de ecofeministische theologie zoals: naastenliefde voor de hele schepping, de schepping als de gave van Gods eigen leven aan ons en ascese, vrijwillige zelfbeperking, als oefening in liefhebben zonder bezitsdrang. Ik weet nu door studie dat dit in de hedendaagse theologie nog best nieuwe inzichten zijn. Ik verbaas me daar elke keer weer over. Ik weet niet beter dan dat God een God voor alles, voor/van de hele schepping is. Dat zal deels door mijn opvoeding door twee biologen komen of misschien door mijn naïviteit.

Nog meer vragen

De verhalen en ook de workshops van de middag brachten een levendige discussie op gang. Hierin klonken ideeën en opvattingen vanuit allerlei invalshoeken; van kosmisch evolutionair tot christelijk belijdend, van diep theologisch tot meer praktisch. Dit schetste ook de verschillende soorten betrokkenheid bij het thema van de deelnemers. Zoals het de bedoeling was van de dag gingen we met meer vragen naar huis dan we gekomen waren. Hoe ver reikt onze verantwoordelijkheid in de relatie tot God? Wat is de verhouding tussen Gods hand en onze handen, die ook de handen van God zijn. Welke hand doet wat en hoeveel? Genoeg om mee aan de slag te gaan zou ik zeggen.

Leven zonder afval

Toen ik alweer meer dan een half jaar geleden de workshop ‘bijenwasdoek maken’ bij Emily-Jane volgde vertelde ze al dat ze een boek aan het schrijven was. Een boek waarin ze vertelt hoe zij met haar gezin het aanpakt om zo weinig mogelijk afval te produceren. Ik moet zeggen, ik vind het knap zoals ze dat voor elkaar krijgt.

Nu ligt het boek in de winkel. Natuurlijk heb ik het direct gekocht. En geheel in stijl werd het ingepakt in een oude poster van een aankondiging van een concert. Het boek is erg mooi geworden. De teksten lezen vlot en prettig en de foto’s zijn prachtig. Alleen al daardoor krijg je echt zin om wat uit te gaan proberen.

boek leven zonder afval

Emily-Jane volgt eigenlijk twee lijnen. De ene is dat ze katoenen zakjes, bijenwasdoek en potjes meeneemt naar de winkel of markt en daar de los verkrijgbare producten in doet als brood, groente, fruit, noten rozijnen enzovoort. Of ze koopt de producten in bulk in. De andere lijn is dat ze veel dingen zelf maakt, zowel voedsel, als schoonmaak- en persoonlijke verzorgingsmiddelen. In het boek staan alle recepten hiervoor vermeld.

Zelf ben ik al helemaal op de katoenen zakjes en de bijenwasdoek overgeschakeld. Het was even wennen, maar nu is het een nieuwe routine geworden. Ik geef nu ook workshops bijenwasdoek maken en iedereen is razend enthousiast over wat je allemaal met bijenwasdoek kunt.

Sinds een paar maanden gebruik ik haar recept voor deodorant. Het is eigenlijk een soort crème op basis van kokosolie en natriumbicarbonaat (baking soda) met nog wat andere ingrediënten. Ik vind het ideaal spul, veel fijner dan ‘echte’ deo. Een aanrader wat mij betreft. (Pas op! Baking soda is niet hetzelfde als schoonmaak soda (natriumcarbonaat). Die kun je niet gebruiken om mee te bakken!!).

En nu op naar de verpakkingsvrije winkels. Binnenkort komt er eentje in Utrecht in de Twijnstraat. Daar kunnen we dan bulk inslaan in onze eigen katoenen zakken.

Water, een eerste levensbehoefte

Vandaag begin ik met een serie over water. De serie is bedoeld als aanloop naar het vastenactie project van 2016. Dit zal gericht zijn op een bevolkingsgroep in Oeganda die door allerlei omstandigheden onder andere weer moet leren hoe landbouw te bedrijven. Water is schaars in het gebied. Eén van de aandachtspunten in het project zal dan ook zijn hoe je om moet gaan met dat schaarse water. In de waterserie zullen allerlei aspecten van water de revue passeren. De artikelen verschijnen ook op de website van de vastenaktie.

Water is een eerste levensbehoefte voor alles wat leeft op Aarde; voor planten en dieren en dus ook voor ons mensen. Water is letterlijk een levensbron. Zonder water, geen leven. Water is dus een kostbaar goed.

Het eerste scheppingsverhaal (Genesis 1,1-9), vertelt dat God eerst de voorwaarden voor leven schiep en daarna pas het leven zelf.

In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was woest en leeg; duisternis lag over de diepte, en de geest van God zweefde over de wateren (Gen1,1-2). Nu ik deze tekst nog eens goed lees, vraag ik me af: “Heeft God ook het water geschapen? Of was dat er al en heeft God het water in goede banen geleid?” (En God zei: “Er moet een uitspansel zijn tussen de wateren, een afscheiding tussen het ene water en het andere.” God maakte het uitspansel; Hij scheidde het water onder het uitspansel van het water erboven. Zo gebeurde het…….En God zei:” Het water onder de hemel moet naar één plaats samenvloeien, zodat het droge zichtbaar wordt.” Zo gebeurde het.) Hoe dan ook, duidelijk is dat water en maar ook licht (“Er moet licht zijn!”) nodig zijn voor leven.

reiger rechtopWie de afleveringen van de documentaire Earth Flight heeft gezien, heeft kunnen zien dat de enorme wetlands van levensbelang zijn voor onder andere trekvogels. Daar komen ze op krachten om aan het volgende deel van hun trek te beginnen. Wetlands, zoals moerassen, meren, rivieren, mangrovebossen, gebieden als de Biesbosch, de Oostvaardersplassen en de Waddenzee, bieden leven aan een enorme rijkdom aan dier- en plantensoorten. Deze waterrijke gebieden vormen ecosystemen met een onschatbare waarde aan biodiversiteit. Alleen daarom al zijn ze het beschermen waard. De film ‘De nieuwe wildernis’ laat mooi zien hoe al het leven in het natte ecosysteem van de Oostvaardersplassen met elkaar verweven is.

Maar, met name de zoetwater gebieden, zijn ook van levensbelang voor de mens. Ze leveren voedsel (o.a. vis), drinkwater en water voor onze gewassen, vee en industrie. Ze fungeren vaak als buffer. Bij regenval nemen ze water op, dat in een drogere periode weer gebruikt kan worden. Bovendien spelen wetlands een grote rol in het klimaat. Ze temperen de temperatuur en windsnelheden tijdens tyfoons.

wetlandschip in zand

Als er teveel water aan een ecosysteem wordt ontrokken, dat wil zeggen meer dan er wordt aangevoerd, verdrogen de gebieden. Dit kan enorm desastreuze gevolgen hebben. In extreme mate hebben we dit kunnen zien bij het Aral meer. Er werd voor de productie van katoen zoveel water aan de rivieren, die uitkomen in het Aralmeer, ontrokken dat het meer steeds kleiner werd, tot 10% van de oorspronkelijke grootte. De omgeving veranderde in een woestijn en de lokale bevolking verloor haar bron van leven.

Water wordt ons door de natuur gegeven. Het is een kostbaar, maar ook een schaars goed. Daarover meer in de volgende aflevering.