Wij het dak op zolder aan het isoleren. Je wilt niet weten hoeveel ruimte dat isolatiemateriaal inneemt als je nog niet zover bent om het allemaal in één keer ter verwerken. Maar dat terzijde. Dat isolatiemateriaal (uiteraard biologisch verantwoord) werd aangeleverd op een enorm pallet. En wat bleek: het was een weggooipallet, het hoefde niet terug. Het lag bij ons in de woonkamer op de grond, op de plek waar ooit nog wel eens een salontafel zou kunnen staan. Je voelt hem natuurlijk wel aankomen. Het idee werd geboren om van het pallet een tafel te maken. Het was een kwestie van wat zagen, schroeven en lijmen, schuren en lakken. Het zelf iets maken van ‘afvalmateriaal’ geeft veel plezier en een enorme voldoening. En ik zal eerlijk zeggen dat ik trots ben op het resultaat, want de tafel is nog mooi ook.
genieten
Fietsen voor het milieu
Kijk dat is leuk. ‘Fietsen voor het milieu’ kopte een ingezonden brief in de jeugdkrant 7Days van 4 juli. De interesse was gewekt, want hier vermoed je een geestverwante aan het woord. De brief was geschreven door een meisje uit Soest. Zij verbaasde zich erover dat er in 7Days zoveel ophef werd gemaakt over een groep jongens die voor een goed doel naar Parijs fietst en wel 85 km per dag aflegt op de racefiets. Zij zag hier niks bijzonders in, omdat ze met haar vader, moeder, broertje en zusje dit soort afstanden ook aflegt als ze met op fietsvakantie zijn. En dan heb je het niet over een lichte racefiets, maar over zware fietsen vol met bepakking.
“Natuurlijk heb ik wel respect voor ze, maar eigenlijk zou fietsen heel gewoon moeten zijn.”
En dan volgt een beschrijving van wat ze allemaal op de fiets doen. “Door mijn opvoeding moet ik altijd alles fietsen, wij hebben geen auto. Ik woon in Soest, en heb ik een training in Zeist, dan ga ik op de fiets. Boodschappen voor een hele week worden op de fiets gehaald. Doordat er in de fietstassen niet al te veel kan, wordt er ook niet te veel gehaald. Dus hebben we minder afval, dat is beter voor het milieu. Gaan we op vakantie, dan gaan we op de fiets. Dat doen we niet omdat we ons geen auto kunnen veroorloven, maar omdat mijn ouders nadenken over hun eigen invloed op het milieu. Dat zou iedereen moeten doen.”
Het had over ons gezin kunnen gaan. En ik had het zelf niet beter op kunnen schrijven. Het geeft zo mooi aan, dat fietsen meer is dan de auto laten staan.
Wij gaan dit jaar ook weer op de fiets op vakantie. Richting Basel deze keer en met de trein terug. Want, fietsen is niet alleen goed voor het milieu en je gezondheid, het is ook gewoon leuk. Er gaat niks boven de vrijheid die je voelt als je fietst met de tent achterop.
Fietsen in de meivakantie
We blijken als gezin heel hip te zijn. In een uitzending van het jeugdjournaal op 29 april was fietsen en kamperen in de natuur zonder luxe één van de coolste dingen die je met je ouders kunt doen. Wij doen het al jaren, fietsen en kamperen in de meivakantie, meestal in eigen land. Dit keer begonnen we in het coulissenlandschap van de Achterhoek in de buurt van het Gelderse Hengelo. Vandaar naar het noorden, door Overijssel over alle ‘bergen’ van de Sallandse Heuvelrug, naar het zuiden van Drente (2 dagen). Vlak bij Zuidwolde hebben we op een hele leuke natuurkamping gestaan. We hadden de tent gelukkig op tijd staan voordat een enorme onweersbui losbarstte. Het is altijd wel spannend in een kleine tent met onweer. De regen kletterde zo hard op het tentdoek dat we elkaar niet eens konden verstaan. We moesten de bel water die in de luifel ontstond om de minuut legen. Maar we hebben de bui goed en droog doorstaan.
De volgende dag ging het oostwaarts via Giethoorn richting Kraggenburg. Weer een heel ander landschap. Van bos en hei, naar het open plassen en moerasgebied van de Wieden. In Giethoorn hebben we uitgekeken naar de herkenbare plekken uit de nog zwart-wit film ‘Fanfare’ van Bert Haanstra. Sommige bruggetjes waren wel wat breder geworden, maar het paviljoen van ‘Krijns’ was goed herkenbaar aan de vorm en de ligging aan het water. Hier hebben we voor de veranderring heerlijk op het terras geluncht.
Picknicken is leuk, maar een lunch op een terras in de zon, uit de wind en uitzicht over het water is een echte traktatie. Het café van Geursen was ook nog herkenbaar en heet nu heel toepasselijk ‘Fanfare’; kon niet missen dus. Zowel voor ons als voor de kinderen maken stukjes herkenning het fietsen extra leuk. En als we weer eens met de trein naar opa en oma in Haren gaan is het een sport om vanuit de trein de plekjes te herkennen waar we gefietst hebben.
Via Kampen en de Veluwe ging het weer richting Driebergen. De laatste dag gelukkig met de wind in de rug, want die trok aan en was best fris. Het was een weekje (5 dagen) van volop genieten; van het fietsen, de zeer afwisselende landschappen en het kamperen.
Alle nachten hebben we op een camping uit het groene boekje gestaan. Dat vinden wij toch de leukste terreinen. Lekker terug naar basic, zal ik maar zeggen. Een dak boven je hoofd, te eten, broodje bakken aan een stok boven het vuur en elkaars gezelschap; verder geen soesa. Deze manier van vakantie vieren geeft een heerlijk gevoel van vrijheid en het is nog duurzaam ook; een vakantie met een kleine voetafdruk. We zouden niet meer anders willen.
Meebewegen met het leven
Het voorjaar is toch eigenlijk de mooiste tijd van het jaar om te fietsen. Je wordt dan helemaal ondergedompeld in de explosie van het nieuwe leven. De bomen lopen uit en leveren allerlei scharkeringen licht groen. Ik vind dat prachtig. Verder kleurt het landschap wit en geel. Wit van enkele nog net bloeiende appel- en perenbomen, van het fluitenkruid, de witte dovenetel, het look zonder look en de grote muur. Paardenbloemen, gele dovenetel, zwarte mosterd en hier en daar al een boterbloem zorgen voor het geel. En als je met je neus op de berm gericht fietst, dan ervaar je hier en daar een accent blauwpaars van de ereprijs.
En dan natuurlijk nog alle (jonge) dieren in de wei. Van het zien van lammetjes, jonge geitjes en kalfjes word je toch altijd blij. Eerste paasdag hebben we met het hele gezin een rondje gefietst van Driebergen, via Werkhoven achterlangs naar Wijk bij Duurstede. We wonen al 15 jaar in Driebergen, maar toch kwamen over een voor mij nieuw weggetje. Dat alleen al was verrassend. Van de week fietste ik naar Veld en Beek, een landbouwbedrijf tussen Renkum en Doorwerth om daar Geert Jan van der Burgt te interviewen over zijn motto dat ‘meebewegen met het leven’ de kernkwaliteit is van het werk op een biologisch landbouwbedrijf. Het interview zal binnenkort ook op deze website te lezen zijn.
Ook deze fietstocht over de Utrechtse Heuvelrug en over de dijk langs de Rijn en door de uiterwaarden was weer volop genieten. Dan bedenk ik hoe bevoorrecht ik ben dat we in zo’n mooie omgeving wonen en dat ik gewoon gelukkig kan zijn door daarvan te kunnen genieten. Een beetje wind, een beetje zonnewarmte, wat peddelen op de pedalen, het leven is mooi.
Genieten
Terwijl ik dit schrijf hoor ik de regen op het zolderraam kletteren. Wat een verschil met gister toen we ons konden koesteren in de zon. Ik was in Amsterdam voor een interview met Pater Putman. Als ontmoetingsplaats hadden we afgesproken op het Begijnhof. Ik was daar in de ochtend langs de Singel (vanaf het Centraal Station) naar toe gelopen, want daar liep ik in de zon en was er niet zoveel verkeer. Na afloop van het interview had ik nog een uurtje over voordat ik weer met de trein naar huis wilde. Ik besloot om via de oostkant wat rond te dwalen richting station. Dat bracht me bij het Rembrandtplein. Wat was het heerlijk toeven daar. Het mooie weer bracht iedereen blijkbaar in een goede stemming, want de sfeer was, daar midden in de stad, heel rustgevend. Anders dan op het Begijnhof, maar toch. Een muzikant die klassieke muziek speelde op de contrabas droeg daar zeker aan bij. Ik heb er van genoten en zag dat anderen dat ook deden. Allerlei verschillende mensen zaten daar op het plein van hun lunch te genieten, van jong tot oud, van toerist tot zakenman. De beeldengroep van de nachtwacht droeg zeker ook bij aan de entourage. Ik was zelf een beetje verbaasd hoe je zo midden in de stad intens kon genieten van wat er op je weg komt en dat helemaal voor niets. Tenminste bijna niets. De muzikant heb ik uiteraard nog wel wat gegeven. Het was tenslotte zijn muziek dat het ‘zijn’ op het plein extra mooi maakte.
Marius de Geus (milieufilosoof) zegt in een betoog over versobering als positieve kracht dat het leren genieten van naar verhouding eenvoudige zaken of ervaringen in het leven van cruciaal belang is. ‘Een gematigde consument stelt zich doorgaans open voor die genoegens in het menselijk leven die weinig of niets kosten en die toch veel plezier, ontspanning en gevoelens van geluk verschaffen. Dat kan bijvoorbeeld een lange bos- of strandwandeling zijn, een fijne fietstocht, een goed gesprek, of het verrichten van een goede daad waar anderen mensen baat bij hebben.’
En dat je daarvoor niet eens naar het bos hoeft bewijst bovenstaand verhaal. In de zon een broodje eten op het Rembrandtplein met een glas thee erbij (ik ga haast nooit zonder thermoskan thee op pad, dat is mijn luxe) en mooie achtergrond muziek, dat was puur genieten.
Bron:
M. De Geus, 2013. Versobering als positieve kracht: naar een levenskunst van ‘zijn’ in plaats van ‘hebben’. In: M. Becker en T. Wobbes (red.), Soberheid als ideaal en als noodzaak. Annalen van het Thijmengenootschap, jaargang 101, aflevering 4.
















