Geprezen zijt Gij

Ik heb er lang naar uit gekeken en nu is het alweer twee weken geleden dat de encycliek ‘Laudato Si’ van paus Franciscus is uitgekomen. In de rondzendbrief roept de paus alle mensen van goede wil op om zich in te zetten voor een rechtvaardige en duurzame wereld, ons gemeenschappelijke huis.

De titel ‘Laudato Si’ (Geprezen zijt Gij) vind ik knap gekozen. Ze verwijst naar het Zonnelied van Franciscus van Assisi (1182-1226), waarin God geprezen zij door de mensen en alle elementen van de schepping die hij broeders en zusters noemt (broeder zon en zuster maan). Met de titel van de encycliek wijst de paus de richting aan die hij ziet als oplossing voor de wereldwijde sociale- en ecologische crisis., namelijk het Evangelie van de schepping. De hele schepping is verbonden in een broeder- en zusterschap. Het is nodig dat wij leven vanuit het bewustzijn van die verbondenheid met alle schepselen en met de Schepper.

De paus noemt dit integrale ecologie. Hierin verbindt de paus de micro-ethiek, de sociale ethiek en het thema van duurzaamheid. Solidariteit en gerechtigheid, de pijlers van de sociale leer van de kerk, zijn hierin onmisbaar. Als kinderen van één Vader zijn we geroepen tot solidariteit, met de armen, met mensen in nood, maar ook met alle andere schepselen op Aarde en de Aarde zelf. Want allen zijn geschapen door Gods Woord en hebben in Zijn ogen een waarde in zichzelf.

laudato si

De paus houdt ons in zijn rondzendbrief een spiegel voor, om vooral naar ons eigen gedrag te kijken en waar nodig te veranderen. Franciscus stelt dat veel mensen een ecologische bekering nodig hebben om los te komen van de consumptieve levensstijl, die door onze wegwerpmaatschappij zo sterk gestimuleerd wordt. Het steeds maar verlangen naar meer, naar wat je niet hebt, maakt echter ongelukkig, zegt hij. Juist mensen die genieten van het kleine en de kunst verstaan te leven volgens het motto: ‘minder is meer’ leven intenser. ‘Soberheid’ is in deze zin de weg naar het vervulde leven.

“Geluk zit in de kleine dingen”

Hierbij moet ik denken aan een pak pannenkoekenmeel van de molen. Is het niet geweldig dat je je kind blij kunt maken met een fietstochtje naar de molen om daar meel voor de pannenkoeken te kopen en bij terugkomst samen pannenkoeken te bakken. Dat pak meel is dan niet meer zomaar een pak meel maar symbool voor een fijne middag met aandacht voor elkaar; ‘meer met minder’. Geluk zit in de kleine dingen.

Wat ik me steeds meer realiseer is dat ‘weten van’ niet genoeg is om gedrag te veranderen. Een duurzame levensstijl moet van binnenuit komen. Zonder innerlijke kracht is het vrijwel onbegonnen werk in deze wereld met zoveel verleidingen. Als christenen geloven we dat we dan mogen vertrouwen op Gods Geest. Hij wil en kan mensen vernieuwen. De Geest doorbreekt passiviteit en moedeloosheid en geeft ons vreugde en vrede.

Daarom wil ik eindigen met een gebed van paus Franciscus, waarin we God vragen om ons ontvankelijk te maken voor zijn Geest.

Heilige Geest,
maak dat mijn hart openstaat voor Gods Woord,
dat mijn hart openstaat voor het goede,
dat mijn hart alle dagen openstaat voor de schoonheid van God.

bijen-vlinders

Een geschenk uit/aan* de hemel

logo studiedag“Wat heeft God met duurzaamheid van doen?” Rondom die vraag kwamen mensen vanuit allerlei christelijke richtingen 12 juni bij elkaar in Ede. Veel mensen binnen de kerk zijn heel actief met duurzaamheid bezig. Maar er is grote behoefte aan theologische onderbouwing hiervan. Daar ontbreekt het in Nederland nog aan, zei dagvoorzitter Martiene Vonk. De dag was dan ook bedoeld om deze theologische discussie op gang te brengen. De studiedag werd georganiseerd door het netwerk theologie en duurzaamheid, waar ik zelf ook deel van uit maak.

In de ochtend kwamen vier sprekers aan het woord.

Symbolische waarde

Kerk-den-ham-300x194Het plaatsen van zonnepanelen op een kerkdag lost het energieprobleem natuurlijk niet op. Het heeft vooral een symbolische waarde. Bert Altena, predikant te Assen en omstreken, vertelde dat het project ‘zonnepanelen’ verbindend werkt zowel binnen de Gemeente als naar de ‘buitenwereld’. Verbinding is voor Bert Altena een belangrijk thema. Dat blijkt ook uit de bouwstenen die hij aandraagt voor een theologie van duurzaamheid. De eerste bouwsteen is gerechtigheid, vooral richting de mensen in de ontwikkelingslanden die het minst bijdragen aan vervuiling en uitputting, maar wel de meeste gevolgen ondervinden. Een tweede notie is de actuele scheppingstheologie. De derde bouwsteen is een eucharistische leefwijze, een leefwijze die zich meer door communie dan door consumptie laat leiden.

Bidden

bidden voor het etenDe maaltijd is één en al ritueel en bidden is daar een onderdeel van. Liturgiste Marian Geurtsen vertelde over het gemeenschappelijke in de gebeden rondom voedsel en de maaltijd binnen verschillende religies: de zegen en de dankzegging. Het gebed kan ons bewust maken van wat we eten en wanneer. Het laat ons zien dat voedsel een gave is van God en geen vanzelfsprekendheid. Even stilstaan bij wat je eet, waar het vandaan komt en wie en wat er allemaal nodig is geweest om het op je bord te krijgen helpt misschien wel bij het bewuster omgaan met voedsel. Je zou verwachten dat mensen dan toch minder snel voedsel weggooien. Marian Geurtsen vertelde verder dat uit onderzoek is gebleken dat bidden voor het voedsel steeds meer verschuift naar bidden (danken) voor het samen delen van de maaltijd. Ze verbond dit niet met dankbaarheid voor sociale duurzaamheid, maar dat zit er natuurlijk wel in.

Leven van genade

Erik Borgman, hoogleraar publieke theologie aan de Universiteit van Tilburg, liet me eerst even steigeren. Hij zei dat als we, uit oogpunt van duurzaamheid, onze ecologische voetprint zo klein mogelijk maken dit zoiets is als een poging is om er voor te zorgen dat het lijkt alsof wij er nooit geweest zijn. Duurzaamheid die gebaseerd is op reductie van de ecologische voetafdruk heeft volgens hem weinig met geloof en theologie te maken. Ik ben het hier niet mee eens. We leven nu met zoveel mensen op deze Aarde dat het Bijbelse delen neerkomt op het verkleinen van je ecologische voetafdruk. Dat is niet net doen of we er niet geweest zijn. Ik hoop toch dat we belangrijkere dingen op Aarde nalaten dan alleen CO2. Maar daarna begon ik te begrijpen wat hij bedoelde.

mosterdzaadje boomHet koninkrijk van God lijkt onkruid. Maar het is dankzij dit onkruid dat er te wonen valt. Zo legt Erik Borgman, hoogleraar publieke theologie aan de Universiteit van Tilburg de parabel van het mosterdzaadje uit. “Het wonder van Gods schepping is, dat wij er een thuis vinden, dat wij er deel van uitmaken en ons zo ingebed weten.” We moeten af van het idee dat de wereld maakbaar is en met die gedachte het klimaatprobleem zouden kunnen oplossen, stelt Borgman. Hij pleit er voor dat kerken God niet als instrument gebruiken om mensen tot duurzaam gedrag te bewegen, maar dat zij verlangen naar duurzaamheid beschouwen als uitdrukking van het verlangen naar God. Dan komt duurzaamheid niet meer voort uit zorgelijkheid om het voortbestaan van de wereld, maar uit de wonderbaarlijke verbondenheid voor alles met alles. Het betekent leven van genade en de herhaaldelijke vreugdevolle ontdekking dat dit mogelijk is. En als we zo leven gaat onze voetprint dus ‘vanzelf’ omlaag.

Een God van alles

permacultuurcubaHoe kun je theologie zo bedrijven dat je recht doet aan God, aan de gelijkheid van mensen en aan de hele Aarde? Dat is de vraag die theologe Trees van Montfoort zichzelf stelt. Ze komt uit op een ecologische theologie waarin God een God van alles is en niet alleen van mensen, allen, zoals zo vaak gezegd wordt. Om hier recht aan te doen is er een perspectiefverandering nodig, zegt ze. Van Monfoort vindt hiervoor aanzetten in de ecofeministische theologie zoals: naastenliefde voor de hele schepping, de schepping als de gave van Gods eigen leven aan ons en ascese, vrijwillige zelfbeperking, als oefening in liefhebben zonder bezitsdrang. Ik weet nu door studie dat dit in de hedendaagse theologie nog best nieuwe inzichten zijn. Ik verbaas me daar elke keer weer over. Ik weet niet beter dan dat God een God voor alles, voor/van de hele schepping is. Dat zal deels door mijn opvoeding door twee biologen komen of misschien door mijn naïviteit.

Nog meer vragen

De verhalen en ook de workshops van de middag brachten een levendige discussie op gang. Hierin klonken ideeën en opvattingen vanuit allerlei invalshoeken; van kosmisch evolutionair tot christelijk belijdend, van diep theologisch tot meer praktisch. Dit schetste ook de verschillende soorten betrokkenheid bij het thema van de deelnemers. Zoals het de bedoeling was van de dag gingen we met meer vragen naar huis dan we gekomen waren. Hoe ver reikt onze verantwoordelijkheid in de relatie tot God? Wat is de verhouding tussen Gods hand en onze handen, die ook de handen van God zijn. Welke hand doet wat en hoeveel? Genoeg om mee aan de slag te gaan zou ik zeggen.

Paassymboliek op je bord

Jezus kwam naar Jeruzalem om daar het Joodse paasfeest te vieren; de uittocht uit Egypte en de reis door de woestijn naar het Beloofde Land. Het bleek Zijn laagste avondmaal te zijn en werd de opmaat voor het Christelijke paasfeest. We gedenken nu dat laatste avondmaal op Witte Donderdag, Zijn lijden en kruisiging op Goede Vrijdag en dan met Pasen de opstanding van Jezus uit de dood. Het leven is sterker dan de dood.

Pasen is het leven vieren en daar hoort lekker eten bij. Het is immers een feest. Genieten van het voedsel dat de Aarde voortbrengt is ook een manier om God te loven. Daarom kies ik vandaag voor een recept met eieren voor de paasbrunch of als voorafje bij de warme maaltijd.

In dit van oorsprong Romeinse eiergerecht (eerste eeuw na Christus) is zowel de symboliek van het Joodse als het Christelijke paasfeest te herkennen.

Wat heb je nodig?

6 eieren, 100 gram pijnboompitten, 2 theelepels water, handvol blaadjes verse lavas (maggiekruid), 1 eetlepel honing, 1 theelepel witte wijnazijn, 1 theelepel zeezout.

Kook de eieren 5 minuten en laat ze in koud water afkoelen. Pel de eieren en snijd ze in kwarten.

Rooster de pijnboompitten in een droge koekenpan op een niet te hoog vuur. De pitten mogen niet bruin worden, want dan worden ze bitter. Doe de pitten in een diep bord en kneus ze met de bolle kant van een lepel. Laat ook wat pitten heel. Voeg het water, de gesneden lavas, honing, azijn en zout toe en meng alles door elkaar. Maak kleine balletjes. Maak de borden op (foto).

Romeinse eieren

Symboliek

De eieren staan voor nieuw leven. Een kuiken breekt door de schaal en kruipt vanuit een besloten omgeving de ruimte in. In de ruimte worden gezet is ook de betekenis van het joodse bevrijden. Christelijke gezegd: van dood naar leven; door de harde schaal van de dood staat nieuw leven op.

Maggiekruid is in de winter vrijwel onzichtbaar in de bodem, maar in het voorjaar schiet het frisgroene blad uit de dorre wintergrond omhoog. Ook een teken van nieuw leven. Je zou maggiekruid eventueel kunnen vervangen door peterselie. Bij het joodse paasmaal staat het bittere kruid symbool voor de tijd van de slavernij in Egypte.

De azijn verwijst naar de zure tijd, het lijden dat vooraf ging. Jezus kreeg het te drinken aan het kruis. Toegepast op het joodse Pesach betekent het: je betreedt nooit zomaar het Beloofde Land er gaat een lange weg van beproeving aan vooraf.

De gekneusde pijnboompitten verwijzen enerzijds naar de ‘kneuzing’, het lijden van Jezus. Aan de andere kant groeien pijnboompitten aan altijd groen bomen, een teken van trouw. De trouw van God zal Jezus er uiteindelijk doorheen halen.

De honing staat voor de toekomst, die dankzij Pasen, zoet en goed zal zijn. Binnen de joodse traditie staat honing symbool voor Het Beloofde Land: ‘Een land overvloeiend van melk en honing.’ De belofte die wacht.

Het zeezout tenslotte staat voor de tranen die gehuild zijn tijdens de ellende in Egypte of voor de tranen van de volgelingen van Jezus, toen zij getuige waren van de kruisdood van hun Heer. Zo vertelt dit heerlijke eiergerecht een heel verhaal.

Het recept en de beschrijving van de symboliek heb ik overgenomen van Han Wilmink, de kookdominee uit OndersteBoven, derde kwartaal 2010.

Is het rentmeesterschap nog toereikend? (6)

Natuurmysticus

Om de serie compleet te maken noem ik ook nog de zesde grondhouding; die van de (natuur)mysticus. Bij deze grondhouding is er geen scheiding meer tussen mens en natuur. Ze zijn samen één. De mens zal niet meer van de natuur nemen dan kan, omdat hij aanvoelt hoeveel hij kan nemen en wat hij moet laten. De Westerse mens is dit bewustzijn grotendeels verloren. We zien het nog bij de Indianen, Aboriginals, andere natuurvolken en niet-Westerse culturen. Zo vertelde Vandana Shiva dat ze in de Hindi-klas als eerste les leerde dat mensen lid zijn van de familie Aarde. De meeste niet-Westerse culturen, zegt ze, zijn gebaseerd op de democratie van-al-het-leven. Rabindranath Tagore, een Indiase dichter schreef dat de Indiase cultuur zich onderscheidt van andere culturen door de levensprincipes van de natuur te definiëren als de hoogste vorm van culturele evolutie. “De cultuur van het bos is als een krachtige brandstof voor de Indiase maatschappij. Haar cultuur, die uit het bos opbloeide, is beïnvloed door de diverse processen van vernieuwing van het leven die altijd spelen in het bos, variërend van soort tot soort, van seizoen tot seizoen, wisselend in aanblik, geluid en geur. Het éénmakende principe van leven in diversiteit, van democratisch pluralisme, is zo het principe van de Indiase beschaving geworden.” Door actief te zijn in de natuur groeit het contact met de natuurlijke biodiversiteit en de sociale diversiteit. Dat intense contact is niet alleen noodzakelijk om te overleven, maar het is ook bijzonder bevredigend. Het vertelt ons iets van de essentie van het leven, van ons eigen leven.

Bij de grondhouding van de mysticus past in strikte zin geen vorm van landbouw, het in cultuur brengen van de natuur is niet nodig. De mens is aangewezen op jagen en verzamelen om in zijn behoefte voor voedsel te voorzien. Een voorwaarde hierbij is dat de bevolkingsdichtheid en de beschikbare ruimte en biodiversiteit op elkaar zijn aangepast. Dat wil zeggen dat de bevolkingsdichtheid laag genoeg moet zijn en blijven. Inheemse volken hebben nog wel een vorm van landbouw waarbij het bos een onmisbare bijdrage levert aan de landbouw zelf en dus aan het levensonderhoud. Het bos houdt de grond en het water vast en het levert veevoer en bladcompost, maar ook vruchten, knollen en andere eetbare producten.

permaculture2

In de dichtbevolkte gebieden op Aarde, zoals bij ons in het Westen, is het niet meer mogelijk om terug te gaan naar een dergelijke bestaanswijze. Maar ik zie in de voedselproductie wel initiatieven die er aan raken. Het wildplukken komt weer steeds meer in (hierbij moeten we wel maat kunnen houden), er worden voedselbossen aangelegd met eetbare planten en struiken en bomen met eetbare vruchten. Misschien kun je permacultuur een vorm van landbouw noemen die aansluit bij de grondhouding van de mysticus. In de permacultuur wordt gewerkt vanuit harmonie met de natuur. Er wordt gedacht vanuit het ecosysteem; diversiteit, natuurlijke processen, kringlopen en multifunctionaliteit zijn een aantal kernbegrippen hierin. Er zijn geen echte akkers meer. De gewassen, inclusief vrucht- en notenbomen staan veel meer door elkaar, maar wel in een doordacht systeem. De dieren hebben naast een producerende rol ook een functionele rol. Je kunt permacultuur op kleine schaal toepassen bijvoorbeeld voor zelfvoorzienende woonvormen, maar er zijn ook al voorbeelden van grotere landbouwbedrijven in Amerika die op deze manier werken. permacultuurcubaVandaag las is in de digitale nieuwsbrief duurzaam nieuws over permacultuur in Cuba. “Er worden duurzame menselijke nederzettingen gecreëerd, waarbij de ethiek van de zorg voor de Aarde, mensen en dieren in harmonie met de natuur gevolgd wordt”, zegt projectcoördinator Para. Inmiddels zijn meer dan duizend mensen op Cuba getraind als promotors van permacultuur. Deze mensen nemen een nieuwe levensstijl aan, dichter bij de natuur en met meer gevoel voor en kennis van die natuur. Op die manier ontstaat er een heilzame relatie met de omgeving.

De grondhouding van de natuurmysticus is denk ik wel een hele belangrijke voor onze samenleving. Voor het heil, heelheid en herstel van de Aarde hoop ik dat er in vele gelovigen en niet gelovigen nog een restje van de natuurmysticus over is of daar naar op zoek gaan. Dat we leren om niet alleen vanuit het nut voor de mens te denken en te doen, maar vanuit het geheel. Het voorbeeld van de opkomst van de permacultuur in Cuba is voor mij dan ook een hoopgevend bericht. Een groen lichtpuntje zal ik maar zeggen.

Bij de vorige aflevering eindigde ik al met mijn overtuiging dat de kerk het beeld van het rentmeesterschap los zou moeten laten en dat van de participant zou moeten omarmen. Vandaag zou ik daar een beetje natuurmysticus aan toe willen voegen. Want, ik heb het hierboven nog niet genoemd, de natuurmysticus ervaart in de natuur ook de aanwezigheid van God. Die ervaring, dat gevoel van verwondering en ontzag, draagt naar mijn idee bij aan een zorgende en helende houding voor de schepping.

Eerdere afleveringen in de serie:

despoot/heerser

verlicht heerser

rentmeester

partner

participant

Is het rentmeesterschap nog toereikend? (5)

Participant

De participant voegt aan de erkenning van intrinsieke waarde, die we ook zagen bij de partner, nog de ervaring van verbondenheid en verwevenheid toe. Deze grondhouding sluit dus eigenlijk nog beter aan bij de gedachte dat de mens en zijn natuurlijke leefomgeving in een web van leven in kwetsbaarheid zijn verbonden en op elkaar aangewezen. De participant is zich ervan bewust deel uit te maken van een groter geheel. Dit, zowel op biologisch niveau als ook op wereldbeschouwelijke en spiritueel niveau. De participant staat niet meer naast de natuur, zoals de partner, maar maakt er deel van uit, staat er midden in. Hij vervult ten opzichte van de natuur een dienstbare rol. Het behoeden van de natuur is dan ook een belangrijke doelstelling, ook in de landbouw. De natuur vormt met al haar wijsheid dan ook het voorbeeld voor de landbouw van de participant. De biologisch dynamische landbouw en permacultuur zijn vormen van landbouw die bij de grondhouding van de participant passen. Het boerenbedrijf wordt dan als een organisme in zijn omgeving beschouwd en vanuit die blik gerund. Zo’n bedrijf kan uiteraard alleen een gemengd bedrijf zijn met een ruime vruchtwisseling, mengteelten, het bedekt houden van de bodem (groenbemesters), het gebruik van organische mest, gesloten kringlopen.

bd schoffelen

Met de hand schoffelen helpt om de verbinding met het gewas te versterken. In de landbouw van de participant draait alles om verbondenheid tussen bodem, plant, dier en mens.

In biologisch dynamische landbouw lopen de kippen lekker buiten en kunnen ze hun natuurlijk gedrag vertonen. De snavels worden niet gekapt.

In biologisch dynamische landbouw lopen de kippen lekker buiten en kunnen ze hun natuurlijk gedrag vertonen. De snavels worden niet gekapt.

 

 

 

De participant erkent de waarden en grenzen van de natuur en legt daarom zichzelf beperkingen op. Echter, in het moderne wetenschappelijke tijdperk waarin we nu leven is het besef van participeren, deelhebben aan de natuur, volledig vreemd is geworden. We nemen er aan deel, want ongeacht onze grondhouding, zijn we onderdeel van de natuur. Maar dat beseffen we vaak niet meer, waardoor we geen rekening houden met de natuur en deze ondermijnen. Onze verre voorouders hadden dit besef nog wel. Ook volkeren als de Indianen leven nog vanuit dit besef, maar kunnen wij het ook nog? Zouden we het weer kunnen leren?

De milieufilosoof Wim Zweers, die veel over grondhoudingen heeft geschreven (Zie zijn boek: Participeren aan de natuur; ontwerp voor een ecologisering van het wereldbeeld), stelt dat deelhebben aan de natuur – als essentieel aspect van menselijke zingeving – een bij uitstek hedendaags en westers perspectief kan zijn. De rol die de kerk speelt met betrekking tot zingeving wordt immers steeds kleiner. Maar veel mensen komen erachter dat ze toch niet zonder een vorm van zingeving kunnen. Daarom zou er hoop zijn voor participeren aan de natuur, en daarmee ook hoop om uit de natuur- en milieucrisis te geraken. Willen we deze crisis bij haar wortels aanpakken dan is een nieuw cultuurconcept nodig, schrijft Zweers. Eén waarin de houding van de mens boven of tegenover de natuur plaats maakt voor de verbondenheid van mens en natuur. Dan heeft Zweers het over spiritualiteit en zingeving, over het verbinden van reflectie en waarneming of ervaring. Ik weet niet of ik het hier helemaal verwoord zoals hij dat bedoeld heeft, maar ik zie het zo: Als je wandelt en je geniet van wat je ziet, voelt, ruikt, hoort en proeft (wie kan er nu een dikke rijpe braam laten hangen?), dan kun je je afvragen wat dat allemaal voor jou betekent. Word je er blij of gelukkig van? Voel je de verbondenheid van jou met je omgeving. Dat noem ik spiritualiteit. Een stukje reflectie zou dan zijn: “Wat is mijn rol in het geheel? Wat is hier goed voor de natuur? Wat is goed voor ons, voor mij? Is dit in balans?

DSCN0860

Voor mij een mooie plek om te genieten van de kleuren, de weerspiegeling in het water, de stilte. Voor de dieren een plek om te komen drinken. Voor de planten en bomen een plek om er naar hartelust te groeien in al hun schoonheid.

DSCN0857

En als je je dan omdraait zie je dit op een bordje. “Hier heeft iemand hetzelfde gevoeld als ik”, dacht ik toen ik dit las.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het gaat erom dat het belang van de mens niet meer voorop staat. Daarom zouden we, naar mijn idee, ook in de kerk het beeld van de rentmeester los moeten laten en die van de partner of liever nog die van de participant moeten omarmen. Daarmee zouden we als kerk de Schepper en zijn schepping veel meer recht doen. Want die schepping, de heelheid van de schepping, die was toch bedoeld voor tot in eeuwigheid?

Deze week nieuw op de website: de overweging omzien naar en interviews met Niels de Zwarte, stadsecoloog in Rotterdam en Bisschop de Korte.

Eerder afleveringen in de serie:

1. Despoot/heerser

2. Verlicht heerser

3. Rentmeester

4. Partner

 

Vast iets

Afgelopen zaterdag was ik bij de gezamenlijke startdag van de Vastenaktie en de Adventsactie. Het was een inspirerende dag en het voelde als een warm bad om met zoveel mensen (bijna 300) samen te zijn. Allemaal mensen die zich actief inzetten voor de projecten die door de Vastenaktie en Adventsactie worden ondersteunt. Voor mij was het mooiste van de dag het samen zingen van het vastenaktielied dat Stan Fritschy heeft geschreven. De tekst van dit lied heeft mij echt geraakt. Je zou zeggen dat het geschreven is voor het thema Groen Geloven. De tien geboden voor het milieu zijn er vrijwel allemaal in terug te vinden.

Vastenaktielied ‘Vast iets’
(Tekst: Stan Fritschy, melodie: ‘Zomaar een dak boven wat hoofden’)

Vast iets voor mij, wat ik ook nastreef,
dromen van recht en waardigheid.
Breken van brood, delen de beker,
vasten uit solidariteit.
Vast iets uit liefde, hoop en geloof,
omdat het anders kan,
een leven naar Gods plan!

Vast iets voor mij, oren wijd open,
horen wat mijn hart inspireert.
Droom die mij roept – krachtvol en moedig –
vraagt mij om wat het zwaarste weegt.
Vast iets voor mensen ver van ons bed,
die dromen net als wij,
van leven frank en vrij!

Vast iets voor mij: méér doen met minder,
leven naar menselijke maat.
Aarde zo rijk, genoeg voor allen;
wonder van delen, overdaad!
Vast iets voor nu en vast voor het kind,
altijd en wereldwijd,
dromen van duurzaamheid.

Radio Maria

Een paar weken geleden kreeg ik een mail van Radio Maria. De radio redacteur Vincent Wibier had in de nieuwsbrief van de Bisschoppelijke Adventsactie gelezen over Groen Geloven. Zijn interesse was gewekt en hij wilde graag een interview met mij over Groen Geloven. Tegen zo’n aanbod kun je natuurlijk geen nee zeggen. Afgelopen woensdag 6 november is het interview uitgezonden in het programma ‘Leven met God’. Hebt u het gemist? Hier is een kans om het nog eens rustig te beluisteren.