Fietsen in de meivakantie

Fietsen is mei, dan is alles nog mooi licht groen.

Fietsen is mei, dan is alles nog mooi licht groen.

We blijken als gezin heel hip te zijn. In een uitzending van het jeugdjournaal op 29 april was fietsen en kamperen in de natuur zonder luxe één van de coolste dingen die je met je ouders kunt doen. Wij doen het al jaren, fietsen en kamperen in de meivakantie, meestal in eigen land. Dit keer begonnen we in het coulissenlandschap van de Achterhoek in de buurt van het Gelderse Hengelo. Vandaar naar het noorden, door Overijssel over alle ‘bergen’ van de Sallandse Heuvelrug, naar het zuiden van Drente (2 dagen). Vlak bij Zuidwolde hebben we op een hele leuke natuurkamping gestaan. We hadden de tent gelukkig op tijd staan voordat een enorme onweersbui losbarstte. Het is altijd wel spannend in een kleine tent met onweer. De regen kletterde zo hard op het tentdoek dat we elkaar niet eens konden verstaan. We moesten de bel water die in de luifel ontstond om de minuut legen. Maar we hebben de bui goed en droog doorstaan.

In afwachting van de onweersbui op de camping bij Zuidwolde

In afwachting van de onweersbui op de camping bij Zuidwolde

De volgende dag ging het oostwaarts via Giethoorn richting Kraggenburg. Weer een heel ander landschap. Van bos en hei, naar het open plassen en moerasgebied van de Wieden. In Giethoorn hebben we uitgekeken naar de herkenbare plekken uit de nog zwart-wit film ‘Fanfare’ van Bert Haanstra. Sommige bruggetjes waren wel wat breder geworden, maar het paviljoen van ‘Krijns’ was goed herkenbaar aan de vorm en de ligging aan het water. Hier hebben we voor de veranderring heerlijk op het terras geluncht.

De picknick is een belangrijk onderdeel van de dag.

De picknick is een belangrijk onderdeel van de dag.

Picknicken is leuk, maar een lunch op een terras in de zon, uit de wind en uitzicht over het water is een echte traktatie. Het café van Geursen was ook nog herkenbaar en heet nu heel toepasselijk ‘Fanfare’; kon niet missen dus. Zowel voor ons als voor de kinderen maken stukjes herkenning het fietsen extra leuk. En als we weer eens met de trein naar opa en oma in Haren gaan is het een sport om vanuit de trein de plekjes te herkennen waar we gefietst hebben.

Via Kampen en de Veluwe ging het weer richting Driebergen. De laatste dag gelukkig met de wind in de rug, want die trok aan en was best fris. Het was een weekje (5 dagen) van volop genieten; van het fietsen, de zeer afwisselende landschappen en het kamperen.

Alle nachten hebben we op een camping uit het groene boekje gestaan. Dat vinden wij toch de leukste terreinen. Lekker terug naar basic, zal ik maar zeggen. Een dak boven je hoofd, te eten, broodje bakken aan een stok boven het vuur en elkaars gezelschap; verder geen soesa. Deze manier van vakantie vieren geeft een heerlijk gevoel van vrijheid en het is nog duurzaam ook; een vakantie met een kleine voetafdruk. We zouden niet meer anders willen.

Broodjes bakken boven het vuur. Je moet even geduld hebben, maar daarna heb je ook wat.

Broodjes bakken boven het vuur. Je moet even geduld hebben, maar daarna heb je ook wat.

 

Meebewegen met het leven

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Bloeiend fluitenkruid

Het voorjaar is toch eigenlijk de mooiste tijd van het jaar om te fietsen. Je wordt dan helemaal ondergedompeld in de explosie van het nieuwe leven. De bomen lopen uit en leveren allerlei scharkeringen licht groen. Ik vind dat prachtig. Verder kleurt het landschap wit en geel. Wit van enkele nog net bloeiende appel- en perenbomen, van het fluitenkruid, de witte dovenetel, het look zonder look en de grote muur. Paardenbloemen, gele dovenetel, zwarte mosterd en hier en daar al een boterbloem zorgen voor het geel. En als je met je neus op de berm gericht fietst, dan ervaar je hier en daar een accent blauwpaars van de ereprijs.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Paadje door de uiterwaarden over de Heelsumse beek richting de stuwwal.

En dan natuurlijk nog alle (jonge) dieren in de wei. Van het zien van lammetjes, jonge geitjes en kalfjes word je toch altijd blij. Eerste paasdag hebben we met het hele gezin een rondje gefietst van Driebergen, via Werkhoven achterlangs naar Wijk bij Duurstede. We wonen al 15 jaar in Driebergen, maar toch kwamen over een voor mij nieuw weggetje. Dat alleen al was verrassend. Van de week fietste ik naar Veld en Beek, een landbouwbedrijf tussen Renkum en Doorwerth om daar Geert Jan van der Burgt te interviewen over zijn motto dat ‘meebewegen met het leven’ de kernkwaliteit is van het werk op een biologisch landbouwbedrijf. Het interview zal binnenkort ook op deze website te lezen zijn.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Paarden in de uiterwaarden vlak bij de Blauwe Kamer.

Ook deze fietstocht over de Utrechtse Heuvelrug en over de dijk langs de Rijn en door de uiterwaarden was weer volop genieten. Dan bedenk ik hoe bevoorrecht ik ben dat we in zo’n mooie omgeving wonen en dat ik gewoon gelukkig kan zijn door daarvan te kunnen genieten. Een beetje wind, een beetje zonnewarmte, wat peddelen op de pedalen, het leven is mooi.

Bollenvelden

Ik zal maar zeggen dat het een belevenis was. Het stond al lang op ons wensenlijstje; een fietstocht langs de bloeiende bollenvelden bij Hillegom en Lisse. Dus gingen we afgelopen zondag, na de feestelijke palmpaasviering, met onze fietsen in de trein naar Sassenheim. Van daaruit een rondje, Noordwijkerhout, een uitstapje richting strand, Hillegom, Lisse en weer terug naar Sassenheim.

De pastelkleuren van de hyacintenvelden.

De pastelkleuren van de hyacintenvelden.

We werden ondergedompeld in geuren (vooral van de hyacinten en narcissen) en kleuren. De haast pastelkleurige velden blauw, wit en roze van de hyacinten werden afgewisseld door de felle kleuren rood en geel van de tulpen en de narcissen. Maar ondanks deze pracht, en soms de duinen op de achtergrond, kon het landschap ons niet geheel bekoren. Dan vraag je je af waardoor dit toch komt. Want het was eigenlijk prachtig. Het weer werkte ook nog mee, blauwe lucht, witte wolken, best wat zon en wat wind. Onze conclusie was dat het landschap iets industrieels had door alle grote schuren en loodsen en de drukke wegen. Daar konden we niet omheen. Alleen door een beetje brutaal te zijn was het soms mogelijk om over te steken. Herhaaldelijk kwamen we een ononderbroken stroom van auto’s tegen.

Zelfs op de fiets was er geen doorkomen meer aan.

Zelfs op de fiets was er geen doorkomen meer aan.

Blijkbaar bekeken veel mensen de bollenvelden vanuit de auto en schuwden ze daarbij ook de kleine weggetjes niet. Deze raakten hier en daar volledig verstopt. De auto’s konden niet meer voor of achteruit. Zelfs de fietsers konden er daardoor haast niet meer langs. We hebben het maar laconiek proberen op te nemen, maar eerlijk gezegd hebben we door het vele autoverkeer minder plezier aan het tochtje beleefd dan we van te voren hadden gedacht.

Als ik hier rondfiets denk ik, ondanks al het moois, ook aan al het gif dat wordt gespoten.

Altijd schuren, loodsen en kassen op de horizon zorgen voor een industriële beleving van het landschap.

 

Langs de weg waren veel stalletjes met tulpen te koop; grote bossen, voor weinig geld. Ik heb nog gedacht om aan het eind van de fietstocht een bos te kopen. Wie wil nou niet een kamer vol tulpen voor maar 5 euro. Toch heb ik het niet gedaan. Waarom niet? Omdat ik weet dat in de bollenteelt veel gif wordt gespoten en de bodem vaak chemisch wordt ontsmet. Het is de andere kant van de medaille. Die bollenvelden, ze blijven voor mij heel dubbel. Aan de ene kant kan ik en vele toeristen met mij, genieten van de kleuren en geuren. Maar aan de andere kant trekken ze veel autoverkeer aan en de aanslag die de bollenteelt doet op het milieu kan ik niet uit mijn hoofd zetten als ik daar rondfiets.

bollenvelden tulp

Als ik hier rondfiets denk ik ook steeds aan de bestrijdingsmiddelen die gebruikt worden in de bollenteelt.

Klimaatverandering

Een poosje geleden keek onze zoon Maarten (11 jaar) naar de film Earth (DVD). Voor wie de film niet kent, het is een adembenemend portret van onze planeet Aarde met haar immense schoonheid en diversiteit. Dit wordt zo mooi in beeld gebracht dat verwondering en bewondering voor de wondermooie natuur je tot in je binnenste raken. De film laat ook de strijd om het bestaan zien en eindigt met de boodschap: Als we het tempo waarmee de aarde nu opwarmt, door de uitstoot van broeikasgassen, niet weten te vertragen de ijsbeer in 2030 uitgestorven zal zijn. Bij Maarten stroomden de tranen over de wangen, en wie zou niet huilen. Ik legde hem uit dat we (ons gezin) juist daarom geen auto hebben, niet met het vliegtuig op vakantie gaan, weinig vlees eten, de verwarming niet zo hoog zetten en gebruik maken van zonne-energie (collector voor warm water) en windenergie (winddelen). Hij vroeg: “Redden we het dan, mam?” Ik knikte maar, want je moet toch altijd blijven geloven en hopen. Hij dacht even na en zei: “Maar dan moet wel iedereen meedoen.” Ik dacht: “Ja, lieverd. Zo is het. Jij hebt het begrepen. Nu de rest van de wereld nog.”

koraal-83

En dan verschijnt deze week de kop in Trouw ‘Klimaatrampen onafwendbaar’. Voor de koraalriffen en het Noordpoolgebied is het waarschijnlijk al te laat. Ook al zouden we nu de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen weten te verminderen, dan nog gaan deze unieke ecosystemen hoogst waarschijnlijk verloren, met alle gevolgen van dien. Het is niet alleen het verdwijnen van een ecosysteem, het is ook het verdwijnen van voedsel (vissen) voor vele bevolkingsgroepen. En wat zeg ik als moeder tegen Maarten? Dat het jammer, maar helaas is van de ijsbeer?

ijsbeer springt

Het nieuwe rapport van het IPCC, het klimaatbureau van de VN, is somber gestemd. In het meest florissante scenario warmt de aarde ‘slechts’ één graad op, vergeleken met nu. En dat lukt alleen als we de fossiele brandstoffen in de bodem laten zitten. We moeten dan zonder dralen overstappen op schone en hernieuwbare energie. Elke graad meer kan een kwestie zijn van leven of dood. Waarschijnlijk nog niet binnen afzienbare tijd hier in Nederland. Het zijn vooral de mensen en ecosystemen in kwetsbare gebieden die te maken krijgen met meer droogte of juist meer overstromingen en orkaanstormen, waardoor oogsten vaker zullen mislukken of mensen hun huis kwijtraken.

droogte in Egypte

Gister was ik bij een college van Studium Generale Utrecht waar wetenschapsfilosoof Herman Philipse naar aanleiding van het IPCC rapport vertelde over klimaatverandering. Hij heeft er een hard hoofd in of de mensheid in staat zal zijn het klimaatprobleem op te lossen. In een volgend college zal hij hier meer vertellen over het waarom hiervan. Klimaatverandering is natuurlijk een mondiaal probleem. Wat wij hier aan CO2 uitstoten heeft direct invloed op de voedselvoorziening van andere mensen elders op de wereld. Dat schept, mijns inziens, een verantwoordelijkheid van ieder mens ten opzicht van de mensheid, natuur en milieu. En daarom moet iedereen meedoen, zoals Maarten zegt. Niemand kan in zijn eentje het verschil maken. Maar wij allemaal samen wel. Alle kleine beetjes van iedereen samen kunnen een enorm verschil maken; het verschil tussen leven en dood.

“Maar dan moet wel iedereen meedoen.”

Genieten

Terwijl ik dit schrijf hoor ik de regen op het zolderraam kletteren. Wat een verschil met gister toen we ons konden koesteren in de zon. Ik was in Amsterdam voor een interview met Pater Putman. Als ontmoetingsplaats hadden we afgesproken op het Begijnhof. Ik was daar in de ochtend langs de Singel (vanaf het Centraal Station) naar toe gelopen, want daar liep ik in de zon en was er niet zoveel verkeer. Na afloop van het interview had ik nog een uurtje over voordat ik weer met de trein naar huis wilde. Ik besloot om via de oostkant wat rond te dwalen richting station. Dat bracht me bij het Rembrandtplein. Wat was het heerlijk toeven daar. Het mooie weer bracht iedereen blijkbaar in een goede stemming, want de sfeer was, daar midden in de stad, heel rustgevend. Anders dan op het Begijnhof, maar toch. Een muzikant die klassieke muziek speelde op de contrabas droeg daar zeker aan bij. Ik heb er van genoten en zag dat anderen dat ook deden. Allerlei verschillende mensen zaten daar op het plein van hun lunch te genieten, van jong tot oud, van toerist tot zakenman. De beeldengroep van de nachtwacht droeg zeker ook  bij aan de entourage. Ik was zelf een beetje verbaasd hoe je zo midden in de stad intens kon genieten van wat er op je weg komt en dat helemaal voor niets. Tenminste bijna niets. De muzikant heb ik uiteraard nog wel wat gegeven. Het was tenslotte zijn muziek dat het ‘zijn’ op het plein extra mooi maakte.

Iedereen ontspannen genietend in de zon.

Iedereen ontspannen genietend in de zon.

De beeldengroep uit de nachtwacht.

De beeldengroep uit de nachtwacht.

Marius de Geus (milieufilosoof) zegt in een betoog over versobering als positieve kracht dat het leren genieten van naar verhouding eenvoudige zaken of ervaringen in het leven van cruciaal belang is. ‘Een gematigde consument stelt zich doorgaans open voor die genoegens in het menselijk leven die weinig of niets kosten en die toch veel plezier, ontspanning en gevoelens van geluk verschaffen. Dat kan bijvoorbeeld een lange bos- of strandwandeling zijn, een fijne fietstocht, een goed gesprek, of het verrichten van een goede daad waar anderen mensen baat bij hebben.’

En dat je daarvoor niet eens naar het bos hoeft bewijst bovenstaand verhaal. In de zon een broodje eten op het Rembrandtplein met een glas thee erbij (ik ga haast nooit zonder thermoskan thee op pad, dat is mijn luxe) en mooie achtergrond muziek, dat was puur genieten.

Bron:

M. De Geus, 2013. Versobering als positieve kracht: naar een levenskunst van ‘zijn’ in plaats van ‘hebben’. In: M. Becker en T. Wobbes (red.), Soberheid als ideaal en als noodzaak. Annalen van het Thijmengenootschap, jaargang 101, aflevering 4.