Eco-revolutie

Afgelopen zondag overleed Wubbo Ockels. Als astronaut had hij gezien hoe kwetsbaar de planeet Aarde is. Hij zette zich met hart en ziel in voor een duurzamere samenleving. In het AD verscheen een laatste brief van hem, aan ons. Zijn brief is mij uit het hart gegrepen. Hierin beschrijft hij beschrijft precies wat ik ook probeer uit te dragen. Maar waar Ockels pleit voor een nieuw geloof, de mensheid, denk ik dat ons christelijk geloof juist een hele goede inspiratiebron is voor een duurzame houding.

 

‘Het is genoeg, we zijn te ver gegaan! De industriële revolutie heeft ons in een ongewenste situatie gebracht. We zijn door de natuur geraasd, we vernietigen onze levensbronnen. We moeten een ander pad kiezen, we moeten onze levens veranderen en de manier waarop we zaken doen.’

Laten we ‘het menselijke tijdperk’ begroeten. Laten we stoppen met de vernietiging van de aarde, van de mensheid; van ons. Laat het voor iedereen duidelijk zijn: we moeten een nieuwe houding vinden, een nieuwe cultuur, een nieuwe instelling, een nieuwe eenheid van de mensheid, voor ons voortbestaan.

We zijn geen bijen, die zonder bewustzijn een kolonie bouwen. We zijn geen neutronen, die zich niet bewust zijn van wat ze denken. Nee, we zijn intelligente wezens, en kunnen ons gedrag observeren. We zijn ons allemaal bewust van waar de mensheid naartoe gaat. We kunnen de mensheid in een betere richting krijgen, als we samenwerken. We kunnen een nieuwe religie creëren die ons allemaal samen brengt.

Onze wil is de sleutel. Het geloof in de mensheid zal ons die wil geven.

OLYMPUS DIGITAL CAMERAWe moeten dus een nieuwe instelling vinden en onze wil is daarvoor de sleutel. Het christelijk geloof kan ons die wil, mijn inziens, ook geven. Ik vind die in eerbied voor het leven, de gehele schepping en de Schepper. En hierbij ben ik mij bewust dat de mens maar een klein onderdeeltje is van die prachtige schepping. Dat alle levende wezens er mogen zijn, omdat ze er zijn, ieder met zijn eigen intrinsieke waarde. Dat we daarom niet het recht hebben om ‘door de natuur te razen’, zoals Ockels zei.

Ockels noemt het woord eco-revolutie niet, maar in wezen roept hij daar wel toe op. Oud burgermeester van Bogota gaf hier in 1995 al gehoor aan. Hij zei tegen zijn plaatsgenoten: ‘Ik kan jullie niet rijker maken, maar wel gelukkiger’. En hoe heeft hij dat gedaan? Hij liet een gigantisch metrobussysteem aanleggen. De bussen rijden hierbij over speciale busbanen. En daarnaast kwam er 400 kilometer fietspad en meer groen in de stad. Resultaat: minder auto (en files), schonere lucht, minder CO2 uitstoot, een kortere reistijd en blije mensen (Trouw, 22 mei 2014). Wat wil je nog meer?

eco revolutie Bogota

Meat the truth and climeat change

Gisterochtend (14 mei 2014) viel mijn blik op een artikel in Trouw met de kop “Verzin een speeltje voor verveelde varkens”. Een varkenshouder daagt schoolkinderen uit om robuust speelgoed te ontwerpen dat het agressieve gedrag van de biggen in zijn stal moet verminderen. Ik vroeg mijn dochter (13 jaar): “Wat zou jij doen?” Haar antwoord was kort maar krachtig: “Naar buiten met die biggen.” Toen mijn zoon (11 jaar) even later voor het ontbijt beneden kwam en het artikel zag vroeg ik hem: “Wat denk jij, wanneer worden die biggen blij?” Spontaan zei hij: “In de wei.” De kinderen raken hier de kern van het probleem, namelijk dat door de industrialisering van de veehouderij de dieren veel te dicht op elkaar zitten en vaak niet meer buiten komen. De dieren kunnen daardoor hun soorteigen gedrag niet meer vertonen. Dit leidt tot agressie, zoals het elkaar in de oren en staart bijten. Daarom worden de staarten bij varkens vaak afgeknipt (couperen met een deftig woord). Gelukkig zijn er plannen om dit vanaf 2018 in Nederland te verbieden.

Als biggetjes zo op elkaar zitten en niet kunnen rennen en wroeten gaan ze agressief gedrag vertonen.

Als biggetjes zo op elkaar zitten en niet kunnen rennen en wroeten gaan ze agressief gedrag vertonen.

Hoe vaak zie je nog de varkens met hun biggetjes buiten lopen?

Hoe vaak zie je nog de varkens met hun biggetjes buiten lopen?

 

 

 

 

 

 

Het speelgoed moet de biggen uitdagen om lekker te wroeten, te snuffelen en samen te spelen, om zo de agressiviteit van de varkentjes in te dammen. Maar gaat het hier eigenlijk niet slechts om symptoombestrijding? Het echte probleem, de overvolle manier van huisvesting van de dieren, wordt hiermee niet aangepakt. En nu kunnen we wel met het vingertje wijzen naar de varkenshouderij en zeggen dat ze het niet goed (genoeg) doen. Maar in feite zijn wij zelf, de consument, de oorzaak van het probleem. Het gros van de consument verlangt veel vlees voor weinig geld en daar hangt een prijskaartje aan van dierenleed, milieuvervuiling, kap tropisch regenwoud, watertekorten, klimaatverandering, overgewicht, enzovoort. De enige echte oplossing moeten we zoeken bij ons zelf. De vork is ons grootste wapen. Laten we die minder vaak prikken in een stuk vlees. En als die dan eens in vlees prikt, laat het dan in (biologisch) lokaal geproduceerd vlees zijn.

De echte oplossing: minder vlees eten!

In 2007 zag de klimaatfilm ‘Meat the Truth’ het licht. Dat is me toen ontgaan. Maar onlangs kreeg ik via mijn website de tip deze film te bekijken. Dat heb ik nu gedaan. De film duurt een uur en een kwartier, maar ik heb hem in één adem uitgekeken. Het is een spraakmakende documentaire, gepresenteerd door Marianne Thieme, die een aanvulling vormt op eerder klimaatfilms. Meat the Truth laat zien dat wereldwijd de veehouderij meer broeikasgassen uitstoot dan alle auto’s, vrachtwagens, treinen, boten en vliegtuigen samen. Dit is een aspect van vlees dat nog vaak vergeten wordt. Naast het effect van climeat change komen ook alle andere aspecten die gerelateerd zijn aan vleesconsumptie aan bod. De film is een echte aanrader, waarbij je tot aan het einde toe op het puntje van je stoel blijft zitten.

Fietsen in de meivakantie

Fietsen is mei, dan is alles nog mooi licht groen.

Fietsen is mei, dan is alles nog mooi licht groen.

We blijken als gezin heel hip te zijn. In een uitzending van het jeugdjournaal op 29 april was fietsen en kamperen in de natuur zonder luxe één van de coolste dingen die je met je ouders kunt doen. Wij doen het al jaren, fietsen en kamperen in de meivakantie, meestal in eigen land. Dit keer begonnen we in het coulissenlandschap van de Achterhoek in de buurt van het Gelderse Hengelo. Vandaar naar het noorden, door Overijssel over alle ‘bergen’ van de Sallandse Heuvelrug, naar het zuiden van Drente (2 dagen). Vlak bij Zuidwolde hebben we op een hele leuke natuurkamping gestaan. We hadden de tent gelukkig op tijd staan voordat een enorme onweersbui losbarstte. Het is altijd wel spannend in een kleine tent met onweer. De regen kletterde zo hard op het tentdoek dat we elkaar niet eens konden verstaan. We moesten de bel water die in de luifel ontstond om de minuut legen. Maar we hebben de bui goed en droog doorstaan.

In afwachting van de onweersbui op de camping bij Zuidwolde

In afwachting van de onweersbui op de camping bij Zuidwolde

De volgende dag ging het oostwaarts via Giethoorn richting Kraggenburg. Weer een heel ander landschap. Van bos en hei, naar het open plassen en moerasgebied van de Wieden. In Giethoorn hebben we uitgekeken naar de herkenbare plekken uit de nog zwart-wit film ‘Fanfare’ van Bert Haanstra. Sommige bruggetjes waren wel wat breder geworden, maar het paviljoen van ‘Krijns’ was goed herkenbaar aan de vorm en de ligging aan het water. Hier hebben we voor de veranderring heerlijk op het terras geluncht.

De picknick is een belangrijk onderdeel van de dag.

De picknick is een belangrijk onderdeel van de dag.

Picknicken is leuk, maar een lunch op een terras in de zon, uit de wind en uitzicht over het water is een echte traktatie. Het café van Geursen was ook nog herkenbaar en heet nu heel toepasselijk ‘Fanfare’; kon niet missen dus. Zowel voor ons als voor de kinderen maken stukjes herkenning het fietsen extra leuk. En als we weer eens met de trein naar opa en oma in Haren gaan is het een sport om vanuit de trein de plekjes te herkennen waar we gefietst hebben.

Via Kampen en de Veluwe ging het weer richting Driebergen. De laatste dag gelukkig met de wind in de rug, want die trok aan en was best fris. Het was een weekje (5 dagen) van volop genieten; van het fietsen, de zeer afwisselende landschappen en het kamperen.

Alle nachten hebben we op een camping uit het groene boekje gestaan. Dat vinden wij toch de leukste terreinen. Lekker terug naar basic, zal ik maar zeggen. Een dak boven je hoofd, te eten, broodje bakken aan een stok boven het vuur en elkaars gezelschap; verder geen soesa. Deze manier van vakantie vieren geeft een heerlijk gevoel van vrijheid en het is nog duurzaam ook; een vakantie met een kleine voetafdruk. We zouden niet meer anders willen.

Broodjes bakken boven het vuur. Je moet even geduld hebben, maar daarna heb je ook wat.

Broodjes bakken boven het vuur. Je moet even geduld hebben, maar daarna heb je ook wat.

 

Meebewegen met het leven

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Bloeiend fluitenkruid

Het voorjaar is toch eigenlijk de mooiste tijd van het jaar om te fietsen. Je wordt dan helemaal ondergedompeld in de explosie van het nieuwe leven. De bomen lopen uit en leveren allerlei scharkeringen licht groen. Ik vind dat prachtig. Verder kleurt het landschap wit en geel. Wit van enkele nog net bloeiende appel- en perenbomen, van het fluitenkruid, de witte dovenetel, het look zonder look en de grote muur. Paardenbloemen, gele dovenetel, zwarte mosterd en hier en daar al een boterbloem zorgen voor het geel. En als je met je neus op de berm gericht fietst, dan ervaar je hier en daar een accent blauwpaars van de ereprijs.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Paadje door de uiterwaarden over de Heelsumse beek richting de stuwwal.

En dan natuurlijk nog alle (jonge) dieren in de wei. Van het zien van lammetjes, jonge geitjes en kalfjes word je toch altijd blij. Eerste paasdag hebben we met het hele gezin een rondje gefietst van Driebergen, via Werkhoven achterlangs naar Wijk bij Duurstede. We wonen al 15 jaar in Driebergen, maar toch kwamen over een voor mij nieuw weggetje. Dat alleen al was verrassend. Van de week fietste ik naar Veld en Beek, een landbouwbedrijf tussen Renkum en Doorwerth om daar Geert Jan van der Burgt te interviewen over zijn motto dat ‘meebewegen met het leven’ de kernkwaliteit is van het werk op een biologisch landbouwbedrijf. Het interview zal binnenkort ook op deze website te lezen zijn.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Paarden in de uiterwaarden vlak bij de Blauwe Kamer.

Ook deze fietstocht over de Utrechtse Heuvelrug en over de dijk langs de Rijn en door de uiterwaarden was weer volop genieten. Dan bedenk ik hoe bevoorrecht ik ben dat we in zo’n mooie omgeving wonen en dat ik gewoon gelukkig kan zijn door daarvan te kunnen genieten. Een beetje wind, een beetje zonnewarmte, wat peddelen op de pedalen, het leven is mooi.

Bollenvelden

Ik zal maar zeggen dat het een belevenis was. Het stond al lang op ons wensenlijstje; een fietstocht langs de bloeiende bollenvelden bij Hillegom en Lisse. Dus gingen we afgelopen zondag, na de feestelijke palmpaasviering, met onze fietsen in de trein naar Sassenheim. Van daaruit een rondje, Noordwijkerhout, een uitstapje richting strand, Hillegom, Lisse en weer terug naar Sassenheim.

De pastelkleuren van de hyacintenvelden.

De pastelkleuren van de hyacintenvelden.

We werden ondergedompeld in geuren (vooral van de hyacinten en narcissen) en kleuren. De haast pastelkleurige velden blauw, wit en roze van de hyacinten werden afgewisseld door de felle kleuren rood en geel van de tulpen en de narcissen. Maar ondanks deze pracht, en soms de duinen op de achtergrond, kon het landschap ons niet geheel bekoren. Dan vraag je je af waardoor dit toch komt. Want het was eigenlijk prachtig. Het weer werkte ook nog mee, blauwe lucht, witte wolken, best wat zon en wat wind. Onze conclusie was dat het landschap iets industrieels had door alle grote schuren en loodsen en de drukke wegen. Daar konden we niet omheen. Alleen door een beetje brutaal te zijn was het soms mogelijk om over te steken. Herhaaldelijk kwamen we een ononderbroken stroom van auto’s tegen.

Zelfs op de fiets was er geen doorkomen meer aan.

Zelfs op de fiets was er geen doorkomen meer aan.

Blijkbaar bekeken veel mensen de bollenvelden vanuit de auto en schuwden ze daarbij ook de kleine weggetjes niet. Deze raakten hier en daar volledig verstopt. De auto’s konden niet meer voor of achteruit. Zelfs de fietsers konden er daardoor haast niet meer langs. We hebben het maar laconiek proberen op te nemen, maar eerlijk gezegd hebben we door het vele autoverkeer minder plezier aan het tochtje beleefd dan we van te voren hadden gedacht.

Als ik hier rondfiets denk ik, ondanks al het moois, ook aan al het gif dat wordt gespoten.

Altijd schuren, loodsen en kassen op de horizon zorgen voor een industriële beleving van het landschap.

 

Langs de weg waren veel stalletjes met tulpen te koop; grote bossen, voor weinig geld. Ik heb nog gedacht om aan het eind van de fietstocht een bos te kopen. Wie wil nou niet een kamer vol tulpen voor maar 5 euro. Toch heb ik het niet gedaan. Waarom niet? Omdat ik weet dat in de bollenteelt veel gif wordt gespoten en de bodem vaak chemisch wordt ontsmet. Het is de andere kant van de medaille. Die bollenvelden, ze blijven voor mij heel dubbel. Aan de ene kant kan ik en vele toeristen met mij, genieten van de kleuren en geuren. Maar aan de andere kant trekken ze veel autoverkeer aan en de aanslag die de bollenteelt doet op het milieu kan ik niet uit mijn hoofd zetten als ik daar rondfiets.

bollenvelden tulp

Als ik hier rondfiets denk ik ook steeds aan de bestrijdingsmiddelen die gebruikt worden in de bollenteelt.