Daar moet je nu over schrijven. Dat zeggen mensen tegen mij als ik ze over onze fietsvakanties vertel. Bij deze dus. Begin mei hebben we weer een weekje gefietst; richting Zeeland deze keer. Maarten (12) had de route uitgestippeld, met de kampeerterreinen erbij. Daarvoor zat hij dagen achter de computer met de fietsrouteplanner; voorpret alom. Ik moet zeggen hij had een mooie route uitgezocht. We hebben hem, met het oog op de wind, alleen andersom gefietst en daar waren we achteraf erg blij mee. 

Op zich hadden we mooi weer, zon maar ook veel wind. Natuurlijk hebben wij ook de zware onweersbuien gehad. Eentje zagen we in de verte hangen. Toen zijn we maar gaan schuilen in het bos. Daar stonden we tenminste aardig uit de wind, maar het voorjaarsgroen hield nog niet veel water tegen. Nat werden we wel. Daarna toch maar verder. Met de wind schuin voor, buitendijks richting Breskens. Dat was even heftig. Maarten waaide bijna weg. Maar het was wel prachtig. Ik hou wel van ‘het gevecht’ met de elementen. Bovendien is het dan dubbel genieten als je ’s avonds, onverwacht, op een terrasje in de zon en uit de wind zit te eten. In Veere bleek geen supermarkt meer te zijn (12 jaar geleden nog wel). Tja, wat moet je dan? 
De dag daarna zijn we met wind in de rug alle dammen overgestoken tot en met het Haringvliet. Dat was een cadeautje na drie dagen toch wel wat tegenwind. In de verte zagen we nog wel dreigende luchten, maar die waren eigenlijk alleen maar mooi. Soms hielden we wat in, om de bui voor te laten gaan. Een schitterend spel tussen ons en het weer. 
Het was weer een weekje genieten van natuur (fluitenkruid, koolzaad en bloesembomen , weide-, roof- en watervogels), de rust (de Biesbosch schijnt het stilste stukje van Nederland te zijn), niks te hoeven en ons gezin. Als de rest van mijn gezin voor me fietst en ik al het moois om me heen zie en de vogels hoor, dan raak ik altijd vervuld van vreugde, geluk en dankbaarheid. Dan besef ik hoeveel ik heb om dankbaar voor te zijn en dat ons eigen landje toch ook wel heel erg mooi is. De heilige Geest is dan, denk ik, hard aan het werk. Want ik geloof dat die mij ontvankelijk maakt voor al die indrukken. (Het ‘rondje’ dat we gefietst hebben: Met de trein naar Breda, gekampeerd in Wouwse Plantage (Ottermeerhoeve), Vogelwaarde (de Kamperhoek), Veere (Veerse gat), Zuidland (de Kersengaard) en Werkendam (de Knotwilg). De dagetappes waren gemiddeld 70 km.)
natuurbeleving
Stropdasje
Wij hebben een eigen merel. Hij komt al een paar jaar bij ons in de tuin. Het is een deftige merel, want hij draagt een witte stropdas. Daar herkennen we hem dan ook aan. Wij hebben hem Stropdasje genoemd. Als we aan het ontbijt zitten, klinkt (klonk) er regelmatig: “Kijk, daar is Stropdasje.” Dan zat hij op de schutting of de schuur en keek of de kust veilig was (we hebben een poes) om in de tuin te komen scharrelen.
Maar de laatste tijd waren we ook ongerust. Sinds ik meedoe met de tuintelling wil ik Stropdasje fotograferen. Dat lukte al vrij snel, maar ik wilde een foto van dichterbij. En vanaf toen zagen we Stropdasje niet meer. Wel twee andere merelparen die elkaar regelmatig in de veren zitten, maar geen Stropdasje. We misten hem echt en werden zelfs een beetje verdrietig bij het idee dat Stropdasje er niet meer zou zijn. Het doet je toch iets. Een dier met een naam lijkt ons nader te staan, dan zomaar een dier.
Ik vind het dan ook zo mooi dat in het boek ‘Otje’ van Annie M.G. Schmidt, Kwark de kraai op een gegeven moment vraagt hoe de muizen ook al weer heten, want muizen met een naam die eet je niet zomaar op.
Gelukkig is Stropdasje er nog. Van de week zagen we hem tot onze vreugde weer. Waarschijnlijk is hij uit zijn territorium verdreven door de twee andere merel mannen en heeft hij nu met zijn vrouwtje een nest wat verderop. Als de andere twee merels even niet in de buurt zijn, komt hij bij ons nog van de broodkruimels snoepen. Ik hoop dat we nog lang van Stropdasje mogen genieten.
Tuintellingen
In de tweede week van maart begon voor mij de lente. De zon ging schijnen, ik zag mijn eerste bloemetje speenkruid mij stralend begroeten en ook nog buitelende kieviten. De lente trekt ons naar buiten en nodigt ons uit om met nieuwe ogen om ons heen te kijken. Afgelopen weekend werd het dan officieel lente. Een mooi tijdstip om het fenomeen tuintellingen in het leven te roepen, moeten ze bij de organiserende organisaties gedacht hebben. In Engeland bestaat het al langer en het is daar razend populair. Net als bij ons de jaarlijkse vogel- en vlindertellingen. Nu mogen we alles tellen, vogels, zoogdieren, vlinders, insecten, amfibieën en reptielen. Natuurlijk mag je ook een keuze hierin maken.
De opzet is dat er op deze manier heel veel waarnemingen worden verzameld om de kennis te vergroten over het leven in de tuin. Maar het is natuurlijk ook gewoon leuk om met wat meer aandacht in je eigen tuin rond te kijken, naar wat er vliegt, loopt en kruipt. Ik denk dat je dan veel meer tegenkomt dan je had verwacht. Toen ik met deze blog bezig was (16 maart, nog voordat de website in de lucht was) was het heerlijk weer en ik zat dan ook lekker in de tuin. Van de weeromstuit ga je dan natuurlijk eens kijken wat er zoal te zien is.
Een hele groep mussen zit te tjilpen in de krulhazelaar bij de buren. (ik weet nu dat ik ze had moeten tellen). Op de nok van het dak zitten twee Turkse tortels, ik hoor een koolmees en twee koerende houtduiven. Zo nu en dan vliegt er een citroen vlinder voorbij. Ik denk dat het steeds dezelfde is. Spreeuwen nestelen bij de achterburen onder de pannen. Veel insecten vliegen nog niet rond. Alleen een paar kleine vliegjes die vliegen zoals een haas rent; steeds plotseling van richting veranderend. Ja, het is erg leuk om zo aandachtig in je eigen tuin rond te kijken. Ik heb me ondertussen op de website aangemeld en ben heel benieuwd hoe lang ik het waarnemen ga volhouden. Doet u ook mee?
Klimaatplein
Toch leuk als anderen jou ideeën verrassend en origineel noemen. In de aanloop naar de VN klimaattop eind dit jaar in Parijs, kunnen we allemaal alvast tips meegeven aan de beleidsmakers (Trouw 10 maart 2015). Op de website klimaatplein kun je deze achterlaten onder het motto: ‘Hoe ziet jou klimaatakkoord eruit?’
Trouw noemde de ideeën van Paula Steenwinkel verrassend en origineel. Haar suggesties waren: vliegen duurder maken, dikke truien salonhäfig maken en de hooikist in ere herstellen. Ik heb deze ideeën wellis waar niet zelf aangedragen, maar ‘leef ze wel na’. Het is natuurlijk van de zotte dat reizen binnen Europa met het vliegtuig vaak goedkoper is dan met de trein. Dikke truien zijn de manier om warm te blijven. Je kunt beter jezelf warm houden, dan de omgeving. En wie mijn blog al wat langer volgt weet dat ik zelf een hooikist heb gemaakt en deze regelmatig met grote voldoening gebruik. Het is strelend dat dit soort ideeën origineel genoemd worden, maar eigenlijk vind ik dat dit soort dingen al gemeengoed zouden moeten zijn.
Maar goed, wat zou ik op het klimaatplein aan suggesties kunnen achterlaten? Ik ben eerst maar eens gaan kijken wat er al op staat. Dan blijkt er natuurlijk al veel gras voor de voeten weggemaaid te zijn: afschaffen van subsidies op fossiele brandstoffen, bevorderen van hernieuwbare energie, verlaten van de groei-economie en andere vormen van economie opnemen in het onderwijs (op alle niveaus). Op gebied van landbouw en voedsel kwam ik zo snel niet veel tegen. Maar daarvoor heb ik misschien niet uitgebreid genoeg gekeken.
Dan nu mijn suggesties voor de dames en heren beleidsmakers:
Schaf de vergoeding voor woon-werkverkeer voor de auto af. Vergoed alleen nog OV en fiets. Gebruik het uitgespaarde geld voor bijdrage in de woonlasten indien de werknemer maximaal 15 (20? fietsafstand) km van het werk woont. (Van een oud collega hoorde ik dat ze in Arnhem woont, omdat het daar goedkoper is dan in Driebergen. Maar als je nu de ‘woon-werkvergoeding’ gebruikt voor huur of hypotheek?)
Serveer in alle kantines alleen nog biologisch en/of lokaal en/of fair trade geproduceerd voedsel.
Zoek als kerk contact met natuurorganisaties en trek er op uit, of doe iets actiefs. Betrokkenheid bij de natuur stimuleert de verwondering en het respect voor de natuur.
Op het klimaatplein mag je maar 15 woorden per tip gebruiken. Welke tip geeft u de beleidsmakers mee?
Je bent stof
Gisteravond, aswoensdag, zijn we met het hele gezin ‘een askruisje gaan halen’. “Mens gedenk dat je stof bent en tot stof zult wederkeren.” Als kind vond ik dit maar vreemde woorden. Hoezo stof? Ik ben immers een mens van vlees en bloed, ik adem, ik leef! Nu vind ik het mooie woorden en doen ze me beseffen dat we lichamelijk, stoffelijk, fysiek met de Aarde verbonden zijn.
Datzelfde lezen we in Genesis 2, 7: Toen boetseerde de Heer God de mens, uit stof dat Hij van de aarde nam, en Hij blies hem de levensadem in de neus: zo werd de mens een levend wezen. God noemde hem Adam. In het Hebreeuws komen de woorden voor mens = adam en grond = adamah van de zelfde stam adam dat rood betekent. Adamah is de rode aarde van Palestina en adam, de mens, die rood kleurt door zijn bloed. Zo zijn de mens en aarde in oorsprong en einde, in naam en toenaam, met elkaar verbonden. Mij maakt dit aan de ene kant nederig. We zijn slechts stof en moeten ons niet teveel verbeelden. Aan de andere kant versterkt het het gevoel van thuishoren op de Aarde.
Met aswoensdag is de vastentijd begonnen. Vasten is, je iets ontzeggen, je onthechten van de aardse dingen, je onthaasten, om vrij te worden van de tirannie van eigen behoeften die het zicht op God belemmeren, zoals Jean Jacques Suurmond van de week zo mooi schreef in zijn colomn in Trouw.
Laten we in deze tijd dan iets kiezen wat ook goed is voor de Aarde. Vasten in een modern jasje zoals carbonvasten. Hoe? Door bijvoorbeeld de auto te laten staan en meer te gaan fietsen. Fietsen met aandacht voor de omgeving. Of je nu de boodschappen haalt of voor je plezier een rondje fietst. Met aandacht leven is al gebed, zegt de Franse filosofe Simone Weil. Aandacht verlegt onze blik namelijk naar iets of iemand buiten onszelf, waardoor we open worden voor het bestaan van God. Fietsen met aandacht en genieten van wat je ziet, voelt, hoort en ruikt is gebed. Fietsen is dus niet alleen carbonvasten het is ook je openstellen voor de stem van God.


