Stropdasje

stropdasjeWij hebben een eigen merel. Hij komt al een paar jaar bij ons in de tuin. Het is een deftige merel, want hij draagt een witte stropdas. Daar herkennen we hem dan ook aan. Wij hebben hem Stropdasje genoemd. Als we aan het ontbijt zitten, klinkt (klonk) er regelmatig: “Kijk, daar is Stropdasje.” Dan zat hij op de schutting of de schuur en keek of de kust veilig was (we hebben een poes) om in de tuin te komen scharrelen.

Maar de laatste tijd waren we ook ongerust. Sinds ik meedoe met de tuintelling wil ik Stropdasje fotograferen. Dat lukte al vrij snel, maar ik wilde een foto van dichterbij. En vanaf toen zagen we Stropdasje niet meer. Wel twee andere merelparen die elkaar regelmatig in de veren zitten, maar geen Stropdasje. We misten hem echt en werden zelfs een beetje verdrietig bij het idee dat Stropdasje er niet meer zou zijn. Het doet je toch iets. Een dier met een naam lijkt ons nader te staan, dan zomaar een dier.

DSCN1274Ik vind het dan ook zo mooi dat in het boek ‘Otje’ van Annie M.G. Schmidt, Kwark de kraai op een gegeven moment vraagt hoe de muizen ook al weer heten, want muizen met een naam die eet je niet zomaar op.

Gelukkig is Stropdasje er nog. Van de week zagen we hem tot onze vreugde weer. Waarschijnlijk is hij uit zijn territorium verdreven door de twee andere merel mannen en heeft hij nu met zijn vrouwtje een nest wat verderop. Als de andere twee merels even niet in de buurt zijn, komt hij bij ons nog van de broodkruimels snoepen. Ik hoop dat we nog lang van Stropdasje mogen genieten.

Tuintellingen

In de tweede week van maart begon voor mij de lente. De zon ging schijnen, ik zag mijn eerste bloemetje speenkruid mij stralend begroeten en ook nog buitelende kieviten. De lente trekt ons naar buiten en nodigt ons uit om met nieuwe ogen om ons heen te kijken. Afgelopen weekend werd het dan officieel lente. Een mooi tijdstip om het fenomeen tuintellingen in het leven te roepen, moeten ze bij de organiserende organisaties gedacht hebben. In Engeland bestaat het al langer en het is daar razend populair. Net als bij ons de jaarlijkse vogel- en vlindertellingen. Nu mogen we alles tellen, vogels, zoogdieren, vlinders, insecten, amfibieën en reptielen. Natuurlijk mag je ook een keuze hierin maken.

citroenvlinder_gonepteryx_rhamni_brimstone_img_1De opzet is dat er op deze manier heel veel waarnemingen worden verzameld om de kennis te vergroten over het leven in de tuin. Maar het is natuurlijk ook gewoon leuk om met wat meer aandacht in je eigen tuin rond te kijken, naar wat er vliegt, loopt en kruipt. Ik denk dat je dan veel meer tegenkomt dan je had verwacht. Toen ik met deze blog bezig was (16 maart, nog voordat de website in de lucht was) was het heerlijk weer en ik zat dan ook lekker in de tuin. Van de weeromstuit ga je dan natuurlijk eens kijken wat er zoal te zien is.

spreeuw2489Een hele groep mussen zit te tjilpen in de krulhazelaar bij de buren. (ik weet nu dat ik ze had moeten tellen). Op de nok van het dak zitten twee Turkse tortels, ik hoor een koolmees en twee koerende houtduiven. Zo nu en dan vliegt er een citroen vlinder voorbij. Ik denk dat het steeds dezelfde is. Spreeuwen nestelen bij de achterburen onder de pannen. Veel insecten vliegen nog niet rond. Alleen een paar kleine vliegjes die vliegen zoals een haas rent; steeds plotseling van richting veranderend. Ja, het is erg leuk om zo aandachtig in je eigen tuin rond te kijken. Ik heb me ondertussen op de website aangemeld en ben heel benieuwd hoe lang ik het waarnemen ga volhouden. Doet u ook mee?

Klimaatplein

Toch leuk als anderen jou ideeën verrassend en origineel noemen. In de aanloop naar de VN klimaattop eind dit jaar in Parijs, kunnen we allemaal alvast tips meegeven aan de beleidsmakers (Trouw 10 maart 2015). Op de website klimaatplein kun je deze achterlaten onder het motto: ‘Hoe ziet jou klimaatakkoord eruit?’

Trouw noemde de ideeën van Paula Steenwinkel verrassend en origineel. Haar suggesties waren: vliegen duurder maken, dikke truien salonhäfig maken en de hooikist in ere herstellen. Ik heb deze ideeën wellis waar niet zelf aangedragen, maar ‘leef ze wel na’. Het is natuurlijk van de zotte dat reizen binnen Europa met het vliegtuig vaak goedkoper is dan met de trein. Dikke truien zijn de manier om warm te blijven. Je kunt beter jezelf warm houden, dan de omgeving. En wie mijn blog al wat langer volgt weet dat ik zelf een hooikist heb gemaakt en deze regelmatig met grote voldoening gebruik. Het is strelend dat dit soort ideeën origineel genoemd worden, maar eigenlijk vind ik dat dit soort dingen al gemeengoed zouden moeten zijn.

Binnen Europa is het vliegtuig vaak

Binnen Europa is het vliegtuig vaak

vaak goedkoper dan de trein.

vaak goedkoper dan de trein.

 

 

 

 

 

 

Maar goed, wat zou ik op het klimaatplein aan suggesties kunnen achterlaten? Ik ben eerst maar eens gaan kijken wat er al op staat. Dan blijkt er natuurlijk al veel gras voor de voeten weggemaaid te zijn: afschaffen van subsidies op fossiele brandstoffen, bevorderen van hernieuwbare energie, verlaten van de groei-economie en andere vormen van economie opnemen in het onderwijs (op alle niveaus). Op gebied van landbouw en voedsel kwam ik zo snel niet veel tegen. Maar daarvoor heb ik misschien niet uitgebreid genoeg gekeken.

Dan nu mijn suggesties voor de dames en heren beleidsmakers:

Schaf de vergoeding voor woon-werkverkeer voor de auto af. Vergoed alleen nog OV en fiets. Gebruik het uitgespaarde geld voor bijdrage in de woonlasten indien de werknemer maximaal 15 (20? fietsafstand) km van het werk woont. (Van een oud collega hoorde ik dat ze in Arnhem woont, omdat het daar goedkoper is dan in Driebergen. Maar als je nu de ‘woon-werkvergoeding’ gebruikt voor huur of hypotheek?)

Serveer in alle kantines alleen nog biologisch en/of lokaal en/of fair trade geproduceerd voedsel.

Zoek als kerk contact met natuurorganisaties en trek er op uit, of doe iets actiefs. Betrokkenheid bij de natuur stimuleert de verwondering en het respect voor de natuur.

excursie iets te zien

Wat zou er te zien zijn?

 

Op het klimaatplein mag je maar 15 woorden per tip gebruiken. Welke tip geeft u de beleidsmakers mee?

Je bent stof

Gisteravond, aswoensdag, zijn we met het hele gezin ‘een askruisje gaan halen’. “Mens gedenk dat je stof bent en tot stof zult wederkeren.” Als kind vond ik dit maar vreemde woorden. Hoezo stof? Ik ben immers een mens van vlees en bloed, ik adem, ik leef! Nu vind ik het mooie woorden en doen ze me beseffen dat we lichamelijk, stoffelijk, fysiek met de Aarde verbonden zijn. adam adahmaDatzelfde lezen we in Genesis 2, 7: Toen boetseerde de Heer God de mens, uit stof dat Hij van de aarde nam, en Hij blies hem de levensadem in de neus: zo werd de mens een levend wezen. God noemde hem Adam. In het Hebreeuws komen de woorden voor mens = adam en grond = adamah van de zelfde stam adam dat rood betekent. Adamah is de rode aarde van Palestina en adam, de mens, die rood kleurt door zijn bloed. Zo zijn de mens en aarde in oorsprong en einde, in naam en toenaam, met elkaar verbonden. Mij maakt dit aan de ene kant nederig. We zijn slechts stof en moeten ons niet teveel verbeelden. Aan de andere kant versterkt het het gevoel van thuishoren op de Aarde.

Met aswoensdag is de vastentijd begonnen. Vasten is, je iets ontzeggen, je onthechten van de aardse dingen, je onthaasten, om vrij te worden van de tirannie van eigen behoeften die het zicht op God belemmeren, zoals Jean Jacques Suurmond van de week zo mooi schreef in zijn colomn in Trouw. DSCN0185Laten we in deze tijd dan iets kiezen wat ook goed is voor de Aarde. Vasten in een modern jasje zoals carbonvasten. Hoe? Door bijvoorbeeld de auto te laten staan en meer te gaan fietsen. Fietsen met aandacht voor de omgeving. Of je nu de boodschappen haalt of voor je plezier een rondje fietst. Met aandacht leven is al gebed, zegt de Franse filosofe Simone Weil. Aandacht verlegt onze blik namelijk naar iets of iemand buiten onszelf, waardoor we open worden voor het bestaan van God. Fietsen met aandacht en genieten van wat je ziet, voelt, hoort en ruikt is gebed. Fietsen is dus niet alleen carbonvasten het is ook je openstellen voor de stem van God.

Is het rentmeesterschap nog toereikend? (5)

Participant

De participant voegt aan de erkenning van intrinsieke waarde, die we ook zagen bij de partner, nog de ervaring van verbondenheid en verwevenheid toe. Deze grondhouding sluit dus eigenlijk nog beter aan bij de gedachte dat de mens en zijn natuurlijke leefomgeving in een web van leven in kwetsbaarheid zijn verbonden en op elkaar aangewezen. De participant is zich ervan bewust deel uit te maken van een groter geheel. Dit, zowel op biologisch niveau als ook op wereldbeschouwelijke en spiritueel niveau. De participant staat niet meer naast de natuur, zoals de partner, maar maakt er deel van uit, staat er midden in. Hij vervult ten opzichte van de natuur een dienstbare rol. Het behoeden van de natuur is dan ook een belangrijke doelstelling, ook in de landbouw. De natuur vormt met al haar wijsheid dan ook het voorbeeld voor de landbouw van de participant. De biologisch dynamische landbouw en permacultuur zijn vormen van landbouw die bij de grondhouding van de participant passen. Het boerenbedrijf wordt dan als een organisme in zijn omgeving beschouwd en vanuit die blik gerund. Zo’n bedrijf kan uiteraard alleen een gemengd bedrijf zijn met een ruime vruchtwisseling, mengteelten, het bedekt houden van de bodem (groenbemesters), het gebruik van organische mest, gesloten kringlopen.

bd schoffelen

Met de hand schoffelen helpt om de verbinding met het gewas te versterken. In de landbouw van de participant draait alles om verbondenheid tussen bodem, plant, dier en mens.

In biologisch dynamische landbouw lopen de kippen lekker buiten en kunnen ze hun natuurlijk gedrag vertonen. De snavels worden niet gekapt.

In biologisch dynamische landbouw lopen de kippen lekker buiten en kunnen ze hun natuurlijk gedrag vertonen. De snavels worden niet gekapt.

 

 

 

De participant erkent de waarden en grenzen van de natuur en legt daarom zichzelf beperkingen op. Echter, in het moderne wetenschappelijke tijdperk waarin we nu leven is het besef van participeren, deelhebben aan de natuur, volledig vreemd is geworden. We nemen er aan deel, want ongeacht onze grondhouding, zijn we onderdeel van de natuur. Maar dat beseffen we vaak niet meer, waardoor we geen rekening houden met de natuur en deze ondermijnen. Onze verre voorouders hadden dit besef nog wel. Ook volkeren als de Indianen leven nog vanuit dit besef, maar kunnen wij het ook nog? Zouden we het weer kunnen leren?

De milieufilosoof Wim Zweers, die veel over grondhoudingen heeft geschreven (Zie zijn boek: Participeren aan de natuur; ontwerp voor een ecologisering van het wereldbeeld), stelt dat deelhebben aan de natuur – als essentieel aspect van menselijke zingeving – een bij uitstek hedendaags en westers perspectief kan zijn. De rol die de kerk speelt met betrekking tot zingeving wordt immers steeds kleiner. Maar veel mensen komen erachter dat ze toch niet zonder een vorm van zingeving kunnen. Daarom zou er hoop zijn voor participeren aan de natuur, en daarmee ook hoop om uit de natuur- en milieucrisis te geraken. Willen we deze crisis bij haar wortels aanpakken dan is een nieuw cultuurconcept nodig, schrijft Zweers. Eén waarin de houding van de mens boven of tegenover de natuur plaats maakt voor de verbondenheid van mens en natuur. Dan heeft Zweers het over spiritualiteit en zingeving, over het verbinden van reflectie en waarneming of ervaring. Ik weet niet of ik het hier helemaal verwoord zoals hij dat bedoeld heeft, maar ik zie het zo: Als je wandelt en je geniet van wat je ziet, voelt, ruikt, hoort en proeft (wie kan er nu een dikke rijpe braam laten hangen?), dan kun je je afvragen wat dat allemaal voor jou betekent. Word je er blij of gelukkig van? Voel je de verbondenheid van jou met je omgeving. Dat noem ik spiritualiteit. Een stukje reflectie zou dan zijn: “Wat is mijn rol in het geheel? Wat is hier goed voor de natuur? Wat is goed voor ons, voor mij? Is dit in balans?

DSCN0860

Voor mij een mooie plek om te genieten van de kleuren, de weerspiegeling in het water, de stilte. Voor de dieren een plek om te komen drinken. Voor de planten en bomen een plek om er naar hartelust te groeien in al hun schoonheid.

DSCN0857

En als je je dan omdraait zie je dit op een bordje. “Hier heeft iemand hetzelfde gevoeld als ik”, dacht ik toen ik dit las.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het gaat erom dat het belang van de mens niet meer voorop staat. Daarom zouden we, naar mijn idee, ook in de kerk het beeld van de rentmeester los moeten laten en die van de partner of liever nog die van de participant moeten omarmen. Daarmee zouden we als kerk de Schepper en zijn schepping veel meer recht doen. Want die schepping, de heelheid van de schepping, die was toch bedoeld voor tot in eeuwigheid?

Deze week nieuw op de website: de overweging omzien naar en interviews met Niels de Zwarte, stadsecoloog in Rotterdam en Bisschop de Korte.

Eerder afleveringen in de serie:

1. Despoot/heerser

2. Verlicht heerser

3. Rentmeester

4. Partner