Heeft u ook zo genoten van de mooie herfst. Ik in ieder geval wel. Bovendien heb ik veel ‘gespijbeld’. Het mooie weer trok me gewoon naar buiten. Die mooie kleuren en al die paddenstoelen zijn er toch niet voor niks? Omdat beelden meer zeggen dan woorden, laat ik deze keer de beelden spreken.
Gij zijt in alles diep verscholen, in al wat leeft en zicht ontvouwt.
Vorig weekend hebben we ons als gezin in het bos ondergedompeld. We waren daar niet alleen. Ruim 30 mensen, allemaal ouders met kinderen, deden mee aan een weekend ‘overleven in het bos’. Wat te doen als je verdwaald bent, het wordt donker en je hebt vrijwel niks bij je? Het eerste wat ons geleerd werd: ga rustig zitten, haal diep adem en kom tot rust. Ga niet in paniek rondlopen, want dan verspil je alleen maar energie en die heb je juist nodig.
Een dak boven je hoofd
Wil je de nacht goed doorkomen dan is warm blijven een eerste vereiste. Je kunt natuurlijk een vuur maken, maar dat is zonder aansteker of lucifer niet zo makkelijk (zie verderop). Dus hebben wij geleerd hoe je een onderkomen kunt maken van takken en bladeren. Je maakt eerste een tentvormig skelet van takken en die bedek je helemaal met bladeren, heel veel bladeren, zoveel als je kunt vinden. Dan moet je niet vergeten de bodem van het onderkomen van een isolerende laag van bladeren, droog gras, mos of heide te voorzien, want anders is het toch wel koud. Daar kwamen mijn dochter en haar vriendin achter die in het zelf gemaakte bouwsel waren gaan slapen. Zij lagen op de kale grond en kregen het door het optrekkende vocht te koud. De jongetjes, in het tweede onderkomen, hadden het slimmer aangepakt en ‘sliepen’ op een schapenvacht. Ze hebben het niet koud gehad, maar met z’n drietjes was het wel een beetje krap.
In het klein wordt voorgedaan hoe je een onderkomen kunt bouwen.
Het zelf gebouwde onderkomen waarin de drie jongens geslapen hebben.
Te eten
Direct de eerste ochtend werden we het bos ingestuurd om eetbare planten te verzamelen. Of tenminste, planten of andere dingen waarvan je dacht dat het wel eens eetbaar zou kunnen zijn. En o ja, “zoek ook alvast klein droog materiaal waar je een vuurtje mee kunt beginnen. Nu is het droog, dus dit is je kans”. Overleven is dus ook vooruitdenken. Ik merkte dat ik met heel andere ogen door het bos liep dan normaal. Dan kijk ik meer genietend; soms van het geheel, soms van het detail. Maar als je echt op zoek bent naar iets eetbaars denk je bij alles: “Kan ik het gebruiken?” Bij de bosbessenplanten dacht ik eerst: ‘Jammer dat er geen bosbessen meer aan de struikjes zitten.” Maar direct daarna: ”Misschien kan je met het blad ook wel wat.” En dan zie opeens dat er naast de oude verweerde bladeren ook nog jongere scheuten zijn. Die zijn vast veel lekkerder en gaan dus in de verzameltas. En wat blijkt, je kunt er thee van zetten. Niet alles wat we verzameld hadden bleek eetbaar. De aardappelbovisten en het vingerhoedskruid kun je maar beter laten staan. Van de dennennaalden hebben we echter heerlijke thee gezet. De brandnetels verdwenen gelijk in de soep voor tussen de middag. En wist je dat je van brandnetels ook stevig touw kunt maken?
Welke planten zouden wel eetbaar zijn en welke niet?
Geen marshmallows boven het vuur, maar brandnetels. Geroosterd met een beetje zout zijn ze best lekker.
Vuur
Waar haal je droog brandbaar materiaal vandaan in een bos met een vochtige bodem? Speurend loop ik rond. Dan zie ik een omgevallen den met allemaal verdroogde naalden aan hele dunnen takjes. Ideaal. Deze takjes hebben niet op de grond gelegen en zijn daarom best droog. Ook onder bomen, waar minder regen valt, is nog wel droog materiaal te vinden. De losse vellen van de berk zijn net aanmaakblokjes; lekker droog en oliehoudend.
Een vuurtje opbouwen met takjes van klein naar groot in de vorm van een piramide met een opening onderin dat lukt nog wel. Maar ja, hoe steek je dat aan zonder lucifer of aansteker? Hoe maak je vuur? Dat kan met een moederbord, een spil, een vuurboog en een houder op de spil. Ik ga het hier niet allemaal uitleggen. In het filmpje onderaan dit bericht is te zien hoe door het draaien van de spil zoveel wrijvingswarmte ontstaat dat het hout verkoolt. Uiteindelijk krijg je een gloeiend kooltje waarmee je een nestje van droog gras, mos en pluis van distel, lisdodde (rietsigaar) of wilgenroosje, door het voorzichtig aan te blazen, brandend krijgt. Dit brandende nestje doe je dan onderin de klaarstaande piramide van takjes. Dan maar hopen, nog wat blazen of wapperen en het vuurtje blijven voeren met droge takjes.
Wij gebruikten een reuze vuurboog en zijn met ons allen misschien wel een uur bezig geweest om vuur te maken. Maar de euforie was dan ook groot toen alle vuurtjes brandden.
Vuur maken met een reuzen vuurboog vraagt om samenwerking.
Voorzichtig het kooltje aanblazen in het nestje.
De euforie was groot toen alle vuurtjes brandden.
Beleving
Het was een geweldige beleving om met z’n allen zo bezig te zijn in het bos. Iedereen was gelijk. Het was ook prachtig om te zien en te ervaren hoe de kinderen met elkaar omgingen, hoe de ouders en kinderen met elkaar omgingen en hoe de volwassenen met elkaar omgingen. Eén van de opmerkingen tijdens het afsluitende gesprek was dat er helemaal niet was gesproken over wat iedereen in het dagelijkse leven doet. We waren die twee dagen er gewoon als mens, niet als iemand met een functie. Dat was eigenlijk heel bijzonder.
De meest indrukwekkende beleving was toch wel het sluipen door het bos. Zo lopen dat je geen takjes laat kraken, dat je je heel bewust bent van je omgeving en daar helemaal in opgaat. Zo zijn we met de hele groep in de schemering naar de rand van het stuifzand geslopen en hebben we daar stil op de grond gezeten. We hebben ze niet gezien, maar wel gehoord en ‘gevoeld’; de burlende herten, in de bosjes vlak naast ons. Een mooier verjaardagscadeau kun je niet wensen.
Wil je meer weten of zelf zo’n weekend beleven kijk dan eens op bosbeweging.
Het is puur genieten. De warmte van de zon, het gezoem van de insecten, de fladderende vlinders en de mooie gekleurde bloemen maken onze tuin een heerlijke plek om rustig te zitten. Het is zo leuk om het drukke vliegverkeer gade te slaan; hoe de bijen vliegen van bloem tot bloem. Soms kun je aan de poten dikke klodders stuifmeel zien zitten.
Het gaat echter niet zo goed met de bijen. Gelukkig wordt er steeds meer aandacht gevraagd voor de bij (zie ook www.greenpeace.nl). Terecht, want bijen vlinders en andere insecten zijn immers onmisbaar voor onze voedselproductie. Zij bestuiven de planten, zodat vruchten en zaden zich kunnen ontwikkelen. Zonder deze insecten geen eten op ons bord. Dit even om te laten zien hoe afhankelijk wij mensen zijn van insecten. Maar afgezien daarvan is hun bestaan zelf al reden genoeg om een insectvriendelijke omgeving te handhaven of te creëren. Tuinen met planten die stuifmeel en nectar leveren zijn voor al die mooie insecten van levensbelang.
Alle reden dus om in de tuin, of op het balkon, planten te hebben die aantrekkelijk zijn voor insecten. Op de nieuwe website van Ninabel, specialist in drachtplanten kunt u heel veel bloeiende planten bestellen die niet alleen mooi zijn om te zien, maar allemaal ook aantrekkelijk zijn voor insecten. Met gekleurde vlindertjes wordt aangegeven of een plant een voedselplant (nectar en stuifmeel) of een waardplant (plant waar de vlinder de eitjes op legt) is voor vlinders. Bijtjes geven aan of de plant wordt bezocht door honingbijen of wilde bijen. Je kunt ook zien of de planten van een vochtige bodem houden of juist niet en of ze het liefst in de zon of in de schaduw staan. Zo is er voor elke tuin of balkon wel iets te vinden.
Ninabel kweekt haar planten zoveel mogelijk biologisch op; dus zonder kunstmest en gifstoffen. In de toekomst zal ook biologische potgrond gebruikt gaan worden.
Naast informatie over de planten geeft de website ook leuke informatie over de bijen en vlinders en over tuinreservaten. Hoe maak je een natuurlijke tuin; een tuinreservaat waar niet alleen jij van kunt genieten maar dieren en planten een plaats hebben. Pragmatisch zouden we dan zeggen: “Het mes snijdt aan twee kanten.” Natuurfilosofisch gezien is een tuinreservaat een manier om als partner met de natuur om te gaan. De belangen van zowel de natuur als de mens komen tot hun recht. En als christen zeg ik dat een insectvriendelijke tuin een vorm is van naastenliefde in de breedste zin van het woord. Naastenliefde, ook voor plant en dier, voor alle schepselen op onze mooie Aarde. Een natuurreservaat als lofuiting aan God, schepper van hemel en aarde.
Fietsen is mei, dan is alles nog mooi licht groen.
We blijken als gezin heel hip te zijn. In een uitzending van het jeugdjournaal op 29 april was fietsen en kamperen in de natuur zonder luxe één van de coolste dingen die je met je ouders kunt doen. Wij doen het al jaren, fietsen en kamperen in de meivakantie, meestal in eigen land. Dit keer begonnen we in het coulissenlandschap van de Achterhoek in de buurt van het Gelderse Hengelo. Vandaar naar het noorden, door Overijssel over alle ‘bergen’ van de Sallandse Heuvelrug, naar het zuiden van Drente (2 dagen). Vlak bij Zuidwolde hebben we op een hele leuke natuurkamping gestaan. We hadden de tent gelukkig op tijd staan voordat een enorme onweersbui losbarstte. Het is altijd wel spannend in een kleine tent met onweer. De regen kletterde zo hard op het tentdoek dat we elkaar niet eens konden verstaan. We moesten de bel water die in de luifel ontstond om de minuut legen. Maar we hebben de bui goed en droog doorstaan.
In afwachting van de onweersbui op de camping bij Zuidwolde
De volgende dag ging het oostwaarts via Giethoorn richting Kraggenburg. Weer een heel ander landschap. Van bos en hei, naar het open plassen en moerasgebied van de Wieden. In Giethoorn hebben we uitgekeken naar de herkenbare plekken uit de nog zwart-wit film ‘Fanfare’ van Bert Haanstra. Sommige bruggetjes waren wel wat breder geworden, maar het paviljoen van ‘Krijns’ was goed herkenbaar aan de vorm en de ligging aan het water. Hier hebben we voor de veranderring heerlijk op het terras geluncht.
De picknick is een belangrijk onderdeel van de dag.
Picknicken is leuk, maar een lunch op een terras in de zon, uit de wind en uitzicht over het water is een echte traktatie. Het café van Geursen was ook nog herkenbaar en heet nu heel toepasselijk ‘Fanfare’; kon niet missen dus. Zowel voor ons als voor de kinderen maken stukjes herkenning het fietsen extra leuk. En als we weer eens met de trein naar opa en oma in Haren gaan is het een sport om vanuit de trein de plekjes te herkennen waar we gefietst hebben.
Via Kampen en de Veluwe ging het weer richting Driebergen. De laatste dag gelukkig met de wind in de rug, want die trok aan en was best fris. Het was een weekje (5 dagen) van volop genieten; van het fietsen, de zeer afwisselende landschappen en het kamperen.
Alle nachten hebben we op een camping uit het groene boekje gestaan. Dat vinden wij toch de leukste terreinen. Lekker terug naar basic, zal ik maar zeggen. Een dak boven je hoofd, te eten, broodje bakken aan een stok boven het vuur en elkaars gezelschap; verder geen soesa. Deze manier van vakantie vieren geeft een heerlijk gevoel van vrijheid en het is nog duurzaam ook; een vakantie met een kleine voetafdruk. We zouden niet meer anders willen.
Broodjes bakken boven het vuur. Je moet even geduld hebben, maar daarna heb je ook wat.
Het voorjaar is toch eigenlijk de mooiste tijd van het jaar om te fietsen. Je wordt dan helemaal ondergedompeld in de explosie van het nieuwe leven. De bomen lopen uit en leveren allerlei scharkeringen licht groen. Ik vind dat prachtig. Verder kleurt het landschap wit en geel. Wit van enkele nog net bloeiende appel- en perenbomen, van het fluitenkruid, de witte dovenetel, het look zonder look en de grote muur. Paardenbloemen, gele dovenetel, zwarte mosterd en hier en daar al een boterbloem zorgen voor het geel. En als je met je neus op de berm gericht fietst, dan ervaar je hier en daar een accent blauwpaars van de ereprijs.
Paadje door de uiterwaarden over de Heelsumse beek richting de stuwwal.
En dan natuurlijk nog alle (jonge) dieren in de wei. Van het zien van lammetjes, jonge geitjes en kalfjes word je toch altijd blij. Eerste paasdag hebben we met het hele gezin een rondje gefietst van Driebergen, via Werkhoven achterlangs naar Wijk bij Duurstede. We wonen al 15 jaar in Driebergen, maar toch kwamen over een voor mij nieuw weggetje. Dat alleen al was verrassend. Van de week fietste ik naar Veld en Beek, een landbouwbedrijf tussen Renkum en Doorwerth om daar Geert Jan van der Burgt te interviewen over zijn motto dat ‘meebewegen met het leven’ de kernkwaliteit is van het werk op een biologisch landbouwbedrijf. Het interview zal binnenkort ook op deze website te lezen zijn.
Paarden in de uiterwaarden vlak bij de Blauwe Kamer.
Ook deze fietstocht over de Utrechtse Heuvelrug en over de dijk langs de Rijn en door de uiterwaarden was weer volop genieten. Dan bedenk ik hoe bevoorrecht ik ben dat we in zo’n mooie omgeving wonen en dat ik gewoon gelukkig kan zijn door daarvan te kunnen genieten. Een beetje wind, een beetje zonnewarmte, wat peddelen op de pedalen, het leven is mooi.