Engel van deemoed

Afgelopen zondag is de Advent begonnen. Wees waakzaam , leef met aandacht, zorg dat je wakker bent, dat is de boodschap die Marcus (13,33-37) ons meegeeft voor de Advent. Een best goede gedachte voor de Advent. Het verhaal van Marcus is het slot en rede waarin de bezorgde vraag gesteld wordt: “Waar loopt dit aardse gebeuren allemaal op uit en wanneer zal dit plaats vinden? Niemand die het weet. We leven nu 2000 jaar later, nog steeds met dezelfde vraag. “Waar gaat het met deze wereld naar toe?” Kranten en TV brengen nieuws dat ons verontrust; oorlog, vluchtelingen die nergens heen kunnen, honger en armoede, klimaatverandering en nog veel meer. De al zolang beloofde vrede lijkt nog steeds ver weg. En we hunkeren er naar. Iedereen droomt van vrede. Een vrede, die meer is dan de afwezigheid van wapengekletter, zoals Mirjam Kollenstaart-Muis het verwoordde.

maria schrobt vloerWaar zijn de boodschappers van het goede nieuws gebleven? Net als de Joden van weleer kijken ook wij uit naar goed nieuws, naar hoop, naar licht in onze onrustige en omgewoelde wereld. Tweeduizend jaar geleden waren het de engelen, als boodschappers van God, die het goede nieuws brachten. Doen ze dat nog steeds? Ik denk het wel, maar ze doen het heel subtiel. Als we niet ‘wakker’ zijn merken we ze niet op. De engel van deemoed bijvoorbeeld. Die komt heel stil bij je binnen, zit in jezelf. De engel van deemoed geeft iemand de moed om de waarheid over zichzelf in te zien, zo zegt Anselm Grün, Benedictijner Monnik en schrijver. De engel wil niemand kleiner maken, maar wel het bewust zijn geven dat de valkuilen die je bij anderen ziet ook jou valkuilen kunnen zijn. De Advent is een mooie periode om eens te luisteren naar de engel van deemoed. Wat heeft hij mij te zeggen?

Is het rentmeesterschap nog toereikend? (5)

Participant

De participant voegt aan de erkenning van intrinsieke waarde, die we ook zagen bij de partner, nog de ervaring van verbondenheid en verwevenheid toe. Deze grondhouding sluit dus eigenlijk nog beter aan bij de gedachte dat de mens en zijn natuurlijke leefomgeving in een web van leven in kwetsbaarheid zijn verbonden en op elkaar aangewezen. De participant is zich ervan bewust deel uit te maken van een groter geheel. Dit, zowel op biologisch niveau als ook op wereldbeschouwelijke en spiritueel niveau. De participant staat niet meer naast de natuur, zoals de partner, maar maakt er deel van uit, staat er midden in. Hij vervult ten opzichte van de natuur een dienstbare rol. Het behoeden van de natuur is dan ook een belangrijke doelstelling, ook in de landbouw. De natuur vormt met al haar wijsheid dan ook het voorbeeld voor de landbouw van de participant. De biologisch dynamische landbouw en permacultuur zijn vormen van landbouw die bij de grondhouding van de participant passen. Het boerenbedrijf wordt dan als een organisme in zijn omgeving beschouwd en vanuit die blik gerund. Zo’n bedrijf kan uiteraard alleen een gemengd bedrijf zijn met een ruime vruchtwisseling, mengteelten, het bedekt houden van de bodem (groenbemesters), het gebruik van organische mest, gesloten kringlopen.

bd schoffelen

Met de hand schoffelen helpt om de verbinding met het gewas te versterken. In de landbouw van de participant draait alles om verbondenheid tussen bodem, plant, dier en mens.

In biologisch dynamische landbouw lopen de kippen lekker buiten en kunnen ze hun natuurlijk gedrag vertonen. De snavels worden niet gekapt.

In biologisch dynamische landbouw lopen de kippen lekker buiten en kunnen ze hun natuurlijk gedrag vertonen. De snavels worden niet gekapt.

 

 

 

De participant erkent de waarden en grenzen van de natuur en legt daarom zichzelf beperkingen op. Echter, in het moderne wetenschappelijke tijdperk waarin we nu leven is het besef van participeren, deelhebben aan de natuur, volledig vreemd is geworden. We nemen er aan deel, want ongeacht onze grondhouding, zijn we onderdeel van de natuur. Maar dat beseffen we vaak niet meer, waardoor we geen rekening houden met de natuur en deze ondermijnen. Onze verre voorouders hadden dit besef nog wel. Ook volkeren als de Indianen leven nog vanuit dit besef, maar kunnen wij het ook nog? Zouden we het weer kunnen leren?

De milieufilosoof Wim Zweers, die veel over grondhoudingen heeft geschreven (Zie zijn boek: Participeren aan de natuur; ontwerp voor een ecologisering van het wereldbeeld), stelt dat deelhebben aan de natuur – als essentieel aspect van menselijke zingeving – een bij uitstek hedendaags en westers perspectief kan zijn. De rol die de kerk speelt met betrekking tot zingeving wordt immers steeds kleiner. Maar veel mensen komen erachter dat ze toch niet zonder een vorm van zingeving kunnen. Daarom zou er hoop zijn voor participeren aan de natuur, en daarmee ook hoop om uit de natuur- en milieucrisis te geraken. Willen we deze crisis bij haar wortels aanpakken dan is een nieuw cultuurconcept nodig, schrijft Zweers. Eén waarin de houding van de mens boven of tegenover de natuur plaats maakt voor de verbondenheid van mens en natuur. Dan heeft Zweers het over spiritualiteit en zingeving, over het verbinden van reflectie en waarneming of ervaring. Ik weet niet of ik het hier helemaal verwoord zoals hij dat bedoeld heeft, maar ik zie het zo: Als je wandelt en je geniet van wat je ziet, voelt, ruikt, hoort en proeft (wie kan er nu een dikke rijpe braam laten hangen?), dan kun je je afvragen wat dat allemaal voor jou betekent. Word je er blij of gelukkig van? Voel je de verbondenheid van jou met je omgeving. Dat noem ik spiritualiteit. Een stukje reflectie zou dan zijn: “Wat is mijn rol in het geheel? Wat is hier goed voor de natuur? Wat is goed voor ons, voor mij? Is dit in balans?

DSCN0860

Voor mij een mooie plek om te genieten van de kleuren, de weerspiegeling in het water, de stilte. Voor de dieren een plek om te komen drinken. Voor de planten en bomen een plek om er naar hartelust te groeien in al hun schoonheid.

DSCN0857

En als je je dan omdraait zie je dit op een bordje. “Hier heeft iemand hetzelfde gevoeld als ik”, dacht ik toen ik dit las.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het gaat erom dat het belang van de mens niet meer voorop staat. Daarom zouden we, naar mijn idee, ook in de kerk het beeld van de rentmeester los moeten laten en die van de partner of liever nog die van de participant moeten omarmen. Daarmee zouden we als kerk de Schepper en zijn schepping veel meer recht doen. Want die schepping, de heelheid van de schepping, die was toch bedoeld voor tot in eeuwigheid?

Deze week nieuw op de website: de overweging omzien naar en interviews met Niels de Zwarte, stadsecoloog in Rotterdam en Bisschop de Korte.

Eerder afleveringen in de serie:

1. Despoot/heerser

2. Verlicht heerser

3. Rentmeester

4. Partner

 

In alles diep verscholen

Heeft u ook zo genoten van de mooie herfst. Ik in ieder geval wel. Bovendien heb ik veel ‘gespijbeld’. Het mooie weer trok me gewoon naar buiten. Die mooie kleuren en al die paddenstoelen zijn er toch niet voor niks? Omdat beelden meer zeggen dan woorden, laat ik deze keer de beelden spreken.

DSCN0809 DSCN0828DSCN0852 DSCN0876DSCN0884 DSCN0893

Gij zijt in alles diep verscholen, in al wat leeft en zicht ontvouwt.

Is het rentmeesterschap nog toereikend? (4)

Is goed rentmeesterschap toereikend om te komen tot een herstel van de Aarde, tot het helen van de schepping? Ik zelf denk dat de Aarde en Gods schepping er baat bij hebben als we een stap verder zetten in de richting van partnerschap of participant of zelfs de mysticus. In een serie over grondhoudingen zal ik dat graag uitleggen. In elk deel beschrijf ik wat de grondhouding inhoudt en laat ik aan de hand van de landbouw zien hoe de grondhouding invloed heeft op het landbouwsysteem. Het vierde deel in de serie betreft de partner.

Partner

Anders dan bij de vorige drie grondhoudingen stelt de partner zich niet langer boven de natuur als heerser of beheerder, maar naast de natuur. De menselijke behoeften vormen niet langer het uitgangspunt. In de grondhouding van de partner zijn de belangen van de natuur gelijkwaardig aan die van de mens. De menselijke doelen zijn duidelijk; voedsel, brandstof, een plek om te wonen. Maar wat zijn ‘de doelen’ van de natuur? Deze zou je kunnen vatten in zelfordening, zelfhandhaving en autonomie. Of te wel zich kunnen ontwikkelen in overeenstemming met eigen aanleg en eigen mogelijkheden. Dat geldt voor individuele soorten, maar ook voor ecosystemen.

riviertje 2014

Ook niet levende natuur, als water en stenen, heeft een intrinsieke waarde.

De gedachte dat mens en natuur partners van elkaar zijn, kan alleen bestaan als de natuur niet meer louter instrumenteel wordt benaderd en alleen wordt beschouwd als een bron voor grondstoffen. Bij de grondhouding van de partner wordt aan de natuur ook een eigen waarde, een intrinsieke waarde toegekend. Het christelijke geloof leert ons dat iedereen waardevol is en er mag zijn. Iedereen heeft een eigen waarde, simpelweg doordat hij of zij ‘is’. In de visie van de partner heeft het begrip intrinsieke waarde betrekking op de gehele natuur, zowel de levende als de niet levende. Maar het blijkt wel dat het erkennen van een intrinsieke waarde steeds moeilijker wordt naarmate organismen steeds verder van de mens afstaan. De intrinsieke waarde van dieren erkennen we gemakkelijker dan die van planten. En wat dan te denken over het erkennen van intrinsieke waarde van lagere organismen zoals, het voor ons onzichtbare, bodemleven. Ja, ook die hebben een intrinsieke waarde, zelfs de rotsen en het water. Dit hebben ze als zelfstandige entiteiten, maar ook omdat in de natuur alle organismen met elkaar en met de niet levende natuur verbonden zijn. Het wel of niet erkennen van de intrinsieke waarde van de natuur legt de basis voor ons handelen.

Kippen_met_vrije_uitloop2

In de biologische landbouw scharrelen de kippen lekker buiten en kunnen ze hun natuurlijke gedrag vertonen.

Bij het partnerschap gaan mens en natuur samen een relatie aan en werken ze samen. De biologische (dynamische) landbouw is een vorm van partnerlandbouw. Bij deze vorm van landbouw is de integriteit van de partner (de natuur) het uitgangspunt. Er wordt geen gebruik gemaakt van chemische bestrijdingsmiddelen of kunstmest. Er wordt zorg gedragen voor een levende en vruchtbare bodem door gewasrotatie en gebruik van organische mest en groenbemesters. Vlinderbloemigen worden bijvoorbeeld in het bouwplan opgenomen om stikstof uit de lucht te binden. De biologische boer streeft naar zoveel mogelijk gesloten kringlopen. In het teeltsysteem wordt uitgegaan van natuurlijk evenwicht.

bloeiende akkerrand 2

Bloeiende akkerranden zijn een walhalla voor insecten en zorgen zo voor minder schadelijke insecten in het cultuurgewas.

Onkruiden, ziekten en plagen worden beschouwd als uitdrukking van een onevenwichtigheid van het systeem, als een signaal dat er iets mis is. Om ervoor te zorgen dat potentiële plaaginsecten zich niet tot een plaag kunnen ontwikkelen kan de boer een rand van bloeiende kruiden rondom de akkers aanleggen. Deze randen trekken onder andere roofinsecten aan die de hoeveelheid plaaginsecten in het cultuurgewas onder de schadedrempel kan houden. Ingrijpen is dan helemaal niet meer nodig. De toepassing van resistente rassen tegen ziekten en plagen past in de bedrijfsvoering van de partnerlandbouwer, maar alleen als deze niet genetisch gemanipuleerd zijn.

Als partner zorgt de mens, vanuit respect, goed voor de natuur maar blijft er zelf in wezen buiten staan. De mens en natuur staan naast elkaar. De participant heft deze afstand op.

De vorige afleveringen in deze serie:

1. De despoot

2. De verlicht heerser

3. De rentmeester

Is het rentmeesterschap nog toereikend? (3)

Is goed rentmeesterschap toereikend om te komen tot een herstel van de Aarde, tot het helen van de schepping? Ik zelf denk dat de Aarde en Gods schepping er baat bij hebben als we een stap verder zetten in de richting van partnerschap of participant of zelfs de mysticus. In een serie over grondhoudingen zal ik dat graag uitleggen. In elk deel beschrijf ik wat de grondhouding inhoudt en laat ik aan de hand van de landbouw zien hoe de grondhouding invloed heeft op het landbouwsysteem. Het derde deel in de serie betreft de rentmeester.

De rentmeester ziet God (christelijke variant) of de mensheid (wereldlijke variant) als ‘eigenaar’ van de natuur. Hij is dan ook verantwoording verschuldigd over het beheer dat hij voert over het aan hem toevertrouwde ‘goed’ aan God of de gehele mensheid (de mensheid als geheel, de vorige, huidige en toekomstige generaties). De rentmeester mag gebruik maken van de rente, maar niet van het kapitaal. De toekomstige generaties hebben immers ook recht op dezelfde rente. Het kapitaal is in dit geval de Aarde met al haar biodiversiteit en de rente wat ze jaarlijks genereert aan bijvoorbeeld plantaardige en dierlijke productie. De natuur vormt de randvoorwaarde voor de economische activiteiten van de mens. De natuur mag gebruikt worden maar niet zodanig geschaad dat toekomstige generaties er geen profijt meer van kunnen hebben. In die zin draagt de rentmeester zorg voor de natuur.

rondeel_bosrand

In een rondeel gaan efficiëntie voor de boer en het welzijn van de kippen samen.

De rentmeesterlandbouw is dan ook een bewarende en verzorgende landbouw, die het voorzorgprincipe hanteert. Er is sprake van een zekere volgorde van belangen. De menselijke belangen (denk aan gezondheid) gaan boven de vitale belangen van dieren en planten, maar deze gaan op hun beurt boven louter economische belangen. De geïntegreerde landbouw (een vorm van gangbare landbouw die veel aspecten van de biologische landbouw heeft overgenomen) is een vorm van rentmeesterlandbouw. Er is aandacht voor het behoud van bodemvruchtbaarheid en dierenwelzijn. Voor de rentmeester is de integriteit van de schepping of van de natuur zoals die is geworden door de evolutie, een groot goed.

Bij een rentmeester landbouw past mechanische onkruidbeheersing beter dan chemische bestrijdingsmiddelen.

Bij een rentmeester landbouw past mechanische onkruidbeheersing beter dan chemische bestrijdingsmiddelen.

Hij zal dan ook terughoudender zijn met het inzetten van bijvoorbeeld gentech-rassen dan de verlicht heerser. Met name als er een risico van zogenaamde uitkruising bestaat (dat via (ongewenst) stuifmeeloverdracht andere gewassen of onkruiden ook de gentech-eigenschap verkrijgen). Bij herbicide resistente gen-techgewassen is dit risico niet uit te sluiten. Er bestaat altijd een kans dat door stuifmeeloverdracht door wind of insecten wilde verwanten of onkruiden ook resistent worden tegen dit herbicide (gif om onkruiden te doden). Dat is niet alleen lastig voor de onkruidbestrijding. Het wordt door de rentmeester ook gezien als aantasting van de heelheid van de schepping met als gevaar dat de natuur uit balans raakt. Onkruiden, ziekten en plagen worden in zekere mate toegelaten in het systeem. Pas als ze boven een schadedrempel uitkomen (dat wil zeggen dat het cultuurgewas er daadwerkelijk schade van ondervindt) wordt er ingegrepen. Biologische of mechanische bestrijding genieten hierbij de voorkeur, maar het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen is niet uitgesloten.

Als we als mensheid als goede rentmeesters zouden leven dan gebruiken we dus niet meer dan de Aarde kan bieden. Onze ecologische voetafdruk laat echter zien dat we als mensheid leven alsof we 1,5 Aarde tot onze beschikking hebben (De gemiddelde voetafdruk van de wereldburger is 2,7 ha, terwijl er 1,8 ha per persoon beschikbaar is). Blijkbaar is de mensheid niet in staat om als een goed rentmeester te leven. Dit komt denk ik enerzijds doordat we in de praktijk niet als een goed rentmeester leven, en dus meer nemen dan waar we recht op hebben. Maar aan de andere kant komt het ook omdat, net als bij de despoot en de verlicht heerser, de mens nog steeds boven de natuur wordt gesteld.

aantasten aarde

zijn we als mensheid toch de Aarde aan het opeten.

aarde in handen 2

De rentmeester wil de Aarde op handen dragen dragen, maar ongemerkt

 

 

 

 

 

 

 

 

Het nut voor de mens is het uitgangspunt en de natuur vormt daarbij slechts een randvoorwaarde. Dit is in mijn ogen een valkuil. De rentmeester wil schade aan de natuur voorkomen, met het oog op de volgende generaties. Maar hij kijkt niet naar wat goed is voor de natuur zelf. Schade voorkomen en kijken wat goed is, zijn nog twee heel verschillende dingen. Het gevaar van de kaasschaafmethode ligt hier op de loer. Wanneer is er sprake van schade? Dat is vaak een glijdende schaal. Ik denk bijvoorbeeld aan het Groene Hart. De overheid heeft lang geleden al besloten dat dit groen moet blijven. Maar je ziet dat er toch steeds aan de randen aan wordt geknabbeld. ‘Ach een klein stukje eraf ten bate van een uitbreiding van dorp, stad of industrieterrein kan toch geen kwaad?’ Mijn conclusie is dan ook dat het rentmeesterschap te kort schiet als het gaat om het behouden, behoeden en helen van de hele schepping.

Ook de Raad van Kerken komt tot dit inzicht. In 2009 schreef de Raad van Kerken in een verklaring: ‘Wij hebben lang geleefd met een idee van de beheersbaarheid van het leven, waardoor de mens, ook in relatie tot de natuur, zich soms onkwetsbaar achtte, of dat door de vooruitgang van wetenschap en techniek dacht te kunnen worden. De actualiteit van de klimaatverandering heeft dat beeld wreed verstoord. De mens en zijn natuurlijke leefomgeving van dieren en planten zijn in een web van leven en kwetsbaarheid met elkaar verbonden en op elkaar aangewezen.”

Uitgaande van het beeld van in een web met elkaar verbonden zijn past in feite geen grondhouding waarin de mens boven de natuur staat. Een grondhouding waarbij de mens en natuur naast elkaar staan, op basis van gelijkwaardigheid, of samen één zijn, is hier meer op zijn plaats, zoals respectievelijk bij de partner of de participant.

Vorige afleveringen van de serie:

Deel 1, de despoot

Deel 2, de verlicht heerser