Is het rentmeesterschap nog toereikend? (5)

Participant

De participant voegt aan de erkenning van intrinsieke waarde, die we ook zagen bij de partner, nog de ervaring van verbondenheid en verwevenheid toe. Deze grondhouding sluit dus eigenlijk nog beter aan bij de gedachte dat de mens en zijn natuurlijke leefomgeving in een web van leven in kwetsbaarheid zijn verbonden en op elkaar aangewezen. De participant is zich ervan bewust deel uit te maken van een groter geheel. Dit, zowel op biologisch niveau als ook op wereldbeschouwelijke en spiritueel niveau. De participant staat niet meer naast de natuur, zoals de partner, maar maakt er deel van uit, staat er midden in. Hij vervult ten opzichte van de natuur een dienstbare rol. Het behoeden van de natuur is dan ook een belangrijke doelstelling, ook in de landbouw. De natuur vormt met al haar wijsheid dan ook het voorbeeld voor de landbouw van de participant. De biologisch dynamische landbouw en permacultuur zijn vormen van landbouw die bij de grondhouding van de participant passen. Het boerenbedrijf wordt dan als een organisme in zijn omgeving beschouwd en vanuit die blik gerund. Zo’n bedrijf kan uiteraard alleen een gemengd bedrijf zijn met een ruime vruchtwisseling, mengteelten, het bedekt houden van de bodem (groenbemesters), het gebruik van organische mest, gesloten kringlopen.

bd schoffelen

Met de hand schoffelen helpt om de verbinding met het gewas te versterken. In de landbouw van de participant draait alles om verbondenheid tussen bodem, plant, dier en mens.

In biologisch dynamische landbouw lopen de kippen lekker buiten en kunnen ze hun natuurlijk gedrag vertonen. De snavels worden niet gekapt.

In biologisch dynamische landbouw lopen de kippen lekker buiten en kunnen ze hun natuurlijk gedrag vertonen. De snavels worden niet gekapt.

 

 

 

De participant erkent de waarden en grenzen van de natuur en legt daarom zichzelf beperkingen op. Echter, in het moderne wetenschappelijke tijdperk waarin we nu leven is het besef van participeren, deelhebben aan de natuur, volledig vreemd is geworden. We nemen er aan deel, want ongeacht onze grondhouding, zijn we onderdeel van de natuur. Maar dat beseffen we vaak niet meer, waardoor we geen rekening houden met de natuur en deze ondermijnen. Onze verre voorouders hadden dit besef nog wel. Ook volkeren als de Indianen leven nog vanuit dit besef, maar kunnen wij het ook nog? Zouden we het weer kunnen leren?

De milieufilosoof Wim Zweers, die veel over grondhoudingen heeft geschreven (Zie zijn boek: Participeren aan de natuur; ontwerp voor een ecologisering van het wereldbeeld), stelt dat deelhebben aan de natuur – als essentieel aspect van menselijke zingeving – een bij uitstek hedendaags en westers perspectief kan zijn. De rol die de kerk speelt met betrekking tot zingeving wordt immers steeds kleiner. Maar veel mensen komen erachter dat ze toch niet zonder een vorm van zingeving kunnen. Daarom zou er hoop zijn voor participeren aan de natuur, en daarmee ook hoop om uit de natuur- en milieucrisis te geraken. Willen we deze crisis bij haar wortels aanpakken dan is een nieuw cultuurconcept nodig, schrijft Zweers. Eén waarin de houding van de mens boven of tegenover de natuur plaats maakt voor de verbondenheid van mens en natuur. Dan heeft Zweers het over spiritualiteit en zingeving, over het verbinden van reflectie en waarneming of ervaring. Ik weet niet of ik het hier helemaal verwoord zoals hij dat bedoeld heeft, maar ik zie het zo: Als je wandelt en je geniet van wat je ziet, voelt, ruikt, hoort en proeft (wie kan er nu een dikke rijpe braam laten hangen?), dan kun je je afvragen wat dat allemaal voor jou betekent. Word je er blij of gelukkig van? Voel je de verbondenheid van jou met je omgeving. Dat noem ik spiritualiteit. Een stukje reflectie zou dan zijn: “Wat is mijn rol in het geheel? Wat is hier goed voor de natuur? Wat is goed voor ons, voor mij? Is dit in balans?

DSCN0860

Voor mij een mooie plek om te genieten van de kleuren, de weerspiegeling in het water, de stilte. Voor de dieren een plek om te komen drinken. Voor de planten en bomen een plek om er naar hartelust te groeien in al hun schoonheid.

DSCN0857

En als je je dan omdraait zie je dit op een bordje. “Hier heeft iemand hetzelfde gevoeld als ik”, dacht ik toen ik dit las.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het gaat erom dat het belang van de mens niet meer voorop staat. Daarom zouden we, naar mijn idee, ook in de kerk het beeld van de rentmeester los moeten laten en die van de partner of liever nog die van de participant moeten omarmen. Daarmee zouden we als kerk de Schepper en zijn schepping veel meer recht doen. Want die schepping, de heelheid van de schepping, die was toch bedoeld voor tot in eeuwigheid?

Deze week nieuw op de website: de overweging omzien naar en interviews met Niels de Zwarte, stadsecoloog in Rotterdam en Bisschop de Korte.

Eerder afleveringen in de serie:

1. Despoot/heerser

2. Verlicht heerser

3. Rentmeester

4. Partner

 

Is het rentmeesterschap nog toereikend? (4)

Is goed rentmeesterschap toereikend om te komen tot een herstel van de Aarde, tot het helen van de schepping? Ik zelf denk dat de Aarde en Gods schepping er baat bij hebben als we een stap verder zetten in de richting van partnerschap of participant of zelfs de mysticus. In een serie over grondhoudingen zal ik dat graag uitleggen. In elk deel beschrijf ik wat de grondhouding inhoudt en laat ik aan de hand van de landbouw zien hoe de grondhouding invloed heeft op het landbouwsysteem. Het vierde deel in de serie betreft de partner.

Partner

Anders dan bij de vorige drie grondhoudingen stelt de partner zich niet langer boven de natuur als heerser of beheerder, maar naast de natuur. De menselijke behoeften vormen niet langer het uitgangspunt. In de grondhouding van de partner zijn de belangen van de natuur gelijkwaardig aan die van de mens. De menselijke doelen zijn duidelijk; voedsel, brandstof, een plek om te wonen. Maar wat zijn ‘de doelen’ van de natuur? Deze zou je kunnen vatten in zelfordening, zelfhandhaving en autonomie. Of te wel zich kunnen ontwikkelen in overeenstemming met eigen aanleg en eigen mogelijkheden. Dat geldt voor individuele soorten, maar ook voor ecosystemen.

riviertje 2014

Ook niet levende natuur, als water en stenen, heeft een intrinsieke waarde.

De gedachte dat mens en natuur partners van elkaar zijn, kan alleen bestaan als de natuur niet meer louter instrumenteel wordt benaderd en alleen wordt beschouwd als een bron voor grondstoffen. Bij de grondhouding van de partner wordt aan de natuur ook een eigen waarde, een intrinsieke waarde toegekend. Het christelijke geloof leert ons dat iedereen waardevol is en er mag zijn. Iedereen heeft een eigen waarde, simpelweg doordat hij of zij ‘is’. In de visie van de partner heeft het begrip intrinsieke waarde betrekking op de gehele natuur, zowel de levende als de niet levende. Maar het blijkt wel dat het erkennen van een intrinsieke waarde steeds moeilijker wordt naarmate organismen steeds verder van de mens afstaan. De intrinsieke waarde van dieren erkennen we gemakkelijker dan die van planten. En wat dan te denken over het erkennen van intrinsieke waarde van lagere organismen zoals, het voor ons onzichtbare, bodemleven. Ja, ook die hebben een intrinsieke waarde, zelfs de rotsen en het water. Dit hebben ze als zelfstandige entiteiten, maar ook omdat in de natuur alle organismen met elkaar en met de niet levende natuur verbonden zijn. Het wel of niet erkennen van de intrinsieke waarde van de natuur legt de basis voor ons handelen.

Kippen_met_vrije_uitloop2

In de biologische landbouw scharrelen de kippen lekker buiten en kunnen ze hun natuurlijke gedrag vertonen.

Bij het partnerschap gaan mens en natuur samen een relatie aan en werken ze samen. De biologische (dynamische) landbouw is een vorm van partnerlandbouw. Bij deze vorm van landbouw is de integriteit van de partner (de natuur) het uitgangspunt. Er wordt geen gebruik gemaakt van chemische bestrijdingsmiddelen of kunstmest. Er wordt zorg gedragen voor een levende en vruchtbare bodem door gewasrotatie en gebruik van organische mest en groenbemesters. Vlinderbloemigen worden bijvoorbeeld in het bouwplan opgenomen om stikstof uit de lucht te binden. De biologische boer streeft naar zoveel mogelijk gesloten kringlopen. In het teeltsysteem wordt uitgegaan van natuurlijk evenwicht.

bloeiende akkerrand 2

Bloeiende akkerranden zijn een walhalla voor insecten en zorgen zo voor minder schadelijke insecten in het cultuurgewas.

Onkruiden, ziekten en plagen worden beschouwd als uitdrukking van een onevenwichtigheid van het systeem, als een signaal dat er iets mis is. Om ervoor te zorgen dat potentiële plaaginsecten zich niet tot een plaag kunnen ontwikkelen kan de boer een rand van bloeiende kruiden rondom de akkers aanleggen. Deze randen trekken onder andere roofinsecten aan die de hoeveelheid plaaginsecten in het cultuurgewas onder de schadedrempel kan houden. Ingrijpen is dan helemaal niet meer nodig. De toepassing van resistente rassen tegen ziekten en plagen past in de bedrijfsvoering van de partnerlandbouwer, maar alleen als deze niet genetisch gemanipuleerd zijn.

Als partner zorgt de mens, vanuit respect, goed voor de natuur maar blijft er zelf in wezen buiten staan. De mens en natuur staan naast elkaar. De participant heft deze afstand op.

De vorige afleveringen in deze serie:

1. De despoot

2. De verlicht heerser

3. De rentmeester

Is het rentmeesterschap nog toereikend? (3)

Is goed rentmeesterschap toereikend om te komen tot een herstel van de Aarde, tot het helen van de schepping? Ik zelf denk dat de Aarde en Gods schepping er baat bij hebben als we een stap verder zetten in de richting van partnerschap of participant of zelfs de mysticus. In een serie over grondhoudingen zal ik dat graag uitleggen. In elk deel beschrijf ik wat de grondhouding inhoudt en laat ik aan de hand van de landbouw zien hoe de grondhouding invloed heeft op het landbouwsysteem. Het derde deel in de serie betreft de rentmeester.

De rentmeester ziet God (christelijke variant) of de mensheid (wereldlijke variant) als ‘eigenaar’ van de natuur. Hij is dan ook verantwoording verschuldigd over het beheer dat hij voert over het aan hem toevertrouwde ‘goed’ aan God of de gehele mensheid (de mensheid als geheel, de vorige, huidige en toekomstige generaties). De rentmeester mag gebruik maken van de rente, maar niet van het kapitaal. De toekomstige generaties hebben immers ook recht op dezelfde rente. Het kapitaal is in dit geval de Aarde met al haar biodiversiteit en de rente wat ze jaarlijks genereert aan bijvoorbeeld plantaardige en dierlijke productie. De natuur vormt de randvoorwaarde voor de economische activiteiten van de mens. De natuur mag gebruikt worden maar niet zodanig geschaad dat toekomstige generaties er geen profijt meer van kunnen hebben. In die zin draagt de rentmeester zorg voor de natuur.

rondeel_bosrand

In een rondeel gaan efficiëntie voor de boer en het welzijn van de kippen samen.

De rentmeesterlandbouw is dan ook een bewarende en verzorgende landbouw, die het voorzorgprincipe hanteert. Er is sprake van een zekere volgorde van belangen. De menselijke belangen (denk aan gezondheid) gaan boven de vitale belangen van dieren en planten, maar deze gaan op hun beurt boven louter economische belangen. De geïntegreerde landbouw (een vorm van gangbare landbouw die veel aspecten van de biologische landbouw heeft overgenomen) is een vorm van rentmeesterlandbouw. Er is aandacht voor het behoud van bodemvruchtbaarheid en dierenwelzijn. Voor de rentmeester is de integriteit van de schepping of van de natuur zoals die is geworden door de evolutie, een groot goed.

Bij een rentmeester landbouw past mechanische onkruidbeheersing beter dan chemische bestrijdingsmiddelen.

Bij een rentmeester landbouw past mechanische onkruidbeheersing beter dan chemische bestrijdingsmiddelen.

Hij zal dan ook terughoudender zijn met het inzetten van bijvoorbeeld gentech-rassen dan de verlicht heerser. Met name als er een risico van zogenaamde uitkruising bestaat (dat via (ongewenst) stuifmeeloverdracht andere gewassen of onkruiden ook de gentech-eigenschap verkrijgen). Bij herbicide resistente gen-techgewassen is dit risico niet uit te sluiten. Er bestaat altijd een kans dat door stuifmeeloverdracht door wind of insecten wilde verwanten of onkruiden ook resistent worden tegen dit herbicide (gif om onkruiden te doden). Dat is niet alleen lastig voor de onkruidbestrijding. Het wordt door de rentmeester ook gezien als aantasting van de heelheid van de schepping met als gevaar dat de natuur uit balans raakt. Onkruiden, ziekten en plagen worden in zekere mate toegelaten in het systeem. Pas als ze boven een schadedrempel uitkomen (dat wil zeggen dat het cultuurgewas er daadwerkelijk schade van ondervindt) wordt er ingegrepen. Biologische of mechanische bestrijding genieten hierbij de voorkeur, maar het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen is niet uitgesloten.

Als we als mensheid als goede rentmeesters zouden leven dan gebruiken we dus niet meer dan de Aarde kan bieden. Onze ecologische voetafdruk laat echter zien dat we als mensheid leven alsof we 1,5 Aarde tot onze beschikking hebben (De gemiddelde voetafdruk van de wereldburger is 2,7 ha, terwijl er 1,8 ha per persoon beschikbaar is). Blijkbaar is de mensheid niet in staat om als een goed rentmeester te leven. Dit komt denk ik enerzijds doordat we in de praktijk niet als een goed rentmeester leven, en dus meer nemen dan waar we recht op hebben. Maar aan de andere kant komt het ook omdat, net als bij de despoot en de verlicht heerser, de mens nog steeds boven de natuur wordt gesteld.

aantasten aarde

zijn we als mensheid toch de Aarde aan het opeten.

aarde in handen 2

De rentmeester wil de Aarde op handen dragen dragen, maar ongemerkt

 

 

 

 

 

 

 

 

Het nut voor de mens is het uitgangspunt en de natuur vormt daarbij slechts een randvoorwaarde. Dit is in mijn ogen een valkuil. De rentmeester wil schade aan de natuur voorkomen, met het oog op de volgende generaties. Maar hij kijkt niet naar wat goed is voor de natuur zelf. Schade voorkomen en kijken wat goed is, zijn nog twee heel verschillende dingen. Het gevaar van de kaasschaafmethode ligt hier op de loer. Wanneer is er sprake van schade? Dat is vaak een glijdende schaal. Ik denk bijvoorbeeld aan het Groene Hart. De overheid heeft lang geleden al besloten dat dit groen moet blijven. Maar je ziet dat er toch steeds aan de randen aan wordt geknabbeld. ‘Ach een klein stukje eraf ten bate van een uitbreiding van dorp, stad of industrieterrein kan toch geen kwaad?’ Mijn conclusie is dan ook dat het rentmeesterschap te kort schiet als het gaat om het behouden, behoeden en helen van de hele schepping.

Ook de Raad van Kerken komt tot dit inzicht. In 2009 schreef de Raad van Kerken in een verklaring: ‘Wij hebben lang geleefd met een idee van de beheersbaarheid van het leven, waardoor de mens, ook in relatie tot de natuur, zich soms onkwetsbaar achtte, of dat door de vooruitgang van wetenschap en techniek dacht te kunnen worden. De actualiteit van de klimaatverandering heeft dat beeld wreed verstoord. De mens en zijn natuurlijke leefomgeving van dieren en planten zijn in een web van leven en kwetsbaarheid met elkaar verbonden en op elkaar aangewezen.”

Uitgaande van het beeld van in een web met elkaar verbonden zijn past in feite geen grondhouding waarin de mens boven de natuur staat. Een grondhouding waarbij de mens en natuur naast elkaar staan, op basis van gelijkwaardigheid, of samen één zijn, is hier meer op zijn plaats, zoals respectievelijk bij de partner of de participant.

Vorige afleveringen van de serie:

Deel 1, de despoot

Deel 2, de verlicht heerser

 

Is rentmeesterschap nog toereikend? (1)

Als ik mensen vertel dat voor mij geloof en duurzaamheid innig met elkaar verbonden zijn, dat ik eigenlijk niet weet waar het een begint en het ander ophoudt, dat ze in wezen hetzelfde zijn, kijken mensen mij in eerste instantie vaak bevreemd aan. Na een beetje uitleg over hoe ik vanuit de christelijke waarden bij de keuzes die ik dagelijks maak, rekening houdt met natuur en milieu en andere mensen gaat er een licht op. ‘O, je bedoelt goed rentmeesterschap’. ‘Ja’, zeg ik dan, ‘met rentmeesterschap ben je al een heel eind op de goede weg. Maar ik heb ook mijn twijfels of het rentmeesterschap in deze tijd nog wel toereikend is om de Aarde te behoeden. Ik denk dat de Aarde en Gods schepping er baat bij hebben als we een stap verder zetten in de richting van partnerschap of participant of zelfs de mysticus. In een serie over grondhoudingen zal ik dat graag uitleggen. In elk deel beschrijf ik wat de grondhouding inhoudt en laat ik aan de hand van de landbouw zien hoe de grondhouding invloed heeft op het landbouwsysteem.

Grondhouding

grondhouding voetafdrukEen grondhouding beschrijft de relatie tussen de mens en de natuur. Aan de grondhouding liggen culturele waarden ten grondslag en daarmee bepaalt de grondhouding hoe de mens omgaat met natuur en milieu. De milieufilosofen Wim Zweers en Wouter Achterberg onderscheiden zes grondhoudingen; de mens als despoot of heerser, verlicht heerser, als rentmeester, als partner van de natuur, als participant van de natuur en als (natuur)mysticus. Je zou deze grondhoudingen op een schaal kunnen zetten van: de mens tegenover de natuur met daarin de mens centraal (antropocentrisme) tot de mens is één met de natuur (ecocentrisme). Er is hierbij sprake van een glijdende schaal. De beschrijvingen zijn ideaaltypisch. Je kunt als individu echter nooit éénduidig zijn in hgrondhouding positie menseel je denken, doen en laten. Ieder mens zal altijd een mengvorm van verschillende grondhoudingen hebben op diverse vlakken van ons bewustzijn en ons handelen. Daarom moeten de beschrijvingen flexibel gebruikt worden om concrete mensen, bedrijven, politieke en geloofsstromingen, etcetera te typeren.

Despoot/Heerser

De eerst grondhouding is die van de despoot of heerser. Deze kenmerkt zich door de overtuiging dat de mens ver boven de natuur staat en de natuur alleen bestaat voor de mens. Alles draait om het nut voor de mens, het enige wezen op Aarde dat waarde heeft op zichzelf. De natuur is louter een leverancier van grondstoffen, energie en voedsel. De mens ziet de natuur als onberekenbaar (stormvloeden, aardbevingen, orkaanstormen) en deze moet daarom overheerst en overwonnen worden.

De despoot wordt niet belemmerd door morele waarden met betrekking tot kwetsbaarheid van de Aarde, de planten en de dieren of het leven van toekomstige generaties.

Deze despotische houding kwam tot volle wasdom met de opkomst van het moderne westerse wereldbeeld in de zeventiende eeuw. Het onwankelbare geloof in de maakbaarheid van het leven en onze omgeving, is typerend voor dit wereldbeeld. Alsmede het vertrouwen in de onbeperkte mogelijkheden van wetenschap en technologie. De mens waande zichzelf onkwetsbaar. Deze optimistische kijk op de wereld vormt de basis van de nog altijd dominante ideologie van economisch-technische ontwikkeling, groei en vooruitgang.

sojaplantage

Grootschalige soja teelt waarvoor enorme oppervlaktes oerwoud gekapt worden is voor mij een vorm van niets ontziende landbouw vanuit een despotische houding.

In de landbouw zie je dit terug in de toepassing van veel hoogstaande techniek en allerlei input als chemische bestrijdingsmiddelen, kunstmest en genetisch gemanipuleerde rassen (hierna gentech-rassen genoemd). Onkruiden, ziektes en plagen zijn ongewenst, zij horen niet in het systeem en moeten daarom bestreden worden. De gifspuit is de meest geëigende manier. In dit landbouwsysteem is de toepassing van gentech-rassen een vanzelfsprekendheid. Deze vorm van landbouw houdt geen rekening met het behoud van bodemvruchtbaarheid, dierwelzijn of volgende generaties. Uiteindelijk leidt dit tot roofbouw en uitputting van de bodem. De legbatterijen en kistkalveren zijn voorbeelden van despootlandbouw, evenals het vetmesten van de plofkip.

legbatterij 1

In de legbatterij (niet meer toegestaan in Nederland) hebben kippen minder ruimte dan een A4tje. Ze kunnen hun vleugels niet strekken, ze krijgen geen daglicht en verse lucht. Ze komen gedurende hun korte leven niet buiten.

Het mag duidelijk zijn dat de grondhouding van de despoot niet te rijmen valt met de waarden, zoals respect voor leven, die aan (groen) geloven ten grondslag liggen.

Paus toont groene kant

paus Franciscus groenPaus Franciscus spreekt zich uit voor duurzaamheid: kappen van regenwoud is een zonde en beleggen moet duurzamer, zodanig dat milieu en andere mensen (lees de armen) niet worden uitgebuit. Dit mag je natuurlijk ook wel verwachten van een paus die zich Franciscus noemt. Hij koos de naam van de patroonheilige van de dieren en het milieu, omdat die “ons een diep respect voor de hele schepping bijbracht en aanzette tot bescherming van ons milieu, dat al te vaak, in plaats van het goed te behandelen, uit winstbejag wordt uitgebuit.”

10-geboden-voor-milieuDeze uitspraak sluit naadloos aan bij de tien geboden voor het milieu waarmee zijn voorganger paus Benedictus XVI geloof en duurzaamheid verbond. Paus Franciscus zelf is begin dit jaar begonnen met het schrijven van een groene encycliek over de relatie tussen mens en milieu. Ik kijk er naar uit en ben wel benieuwd wat hij daar over zal schrijven. Ik hoop oprecht dat het de 1,2 miljard katholieken en alle andere gelovigen zal inspireren om een levensstijl te ontwikkelen die respect doet aan al het leven op deze Aarde. Want het moet niet bij mooie woorden blijven. Het gaat er uiteindelijk om wat je doet, welke keuzes je maakt, wat je eet, hoe je reist, hoe je woont, bij wat voor soort bank je belegt of je lopende rekening hebt. Groen geloven is duurzaam doen!!

Ik ben heel benieuwd hoe wereldkerk maar ook de (katholieke) kerk in Nederland hier invulling aan gaat geven. Krijgt duurzaamheid bijvoorbeeld meer aandacht in de opleidingen voor priesters en andere voorgangers? Zullen meer kerken zich aansluiten bij de groene kerken? Gaan bisdommen en kerken anders beleggen? Of spelen ook hier andere belangen die zwaarder wegen? In mijn ogen zijn de mooie woorden van de paus, die me uit het hart gegrepen zijn, alleen geloofwaardig als de kerk zelf, van binnenuit, het goede voorbeeld geeft.

Bron: duurzaamnieuws