Een paar weken geleden liep ik samen met iemand het gebouw voor een vergadering binnen. Hij vroeg toen of ik me eraan ergerde dat hij met de auto was gekomen. Hij woont namelijk op steenworp afstand van de vergaderlocatie. ‘Nee,’ stelde ik hem gerust, “ik erger me niet,” Misschien had ik op dat moment moeten vragen of hij zich wellicht schuldig voelde omdat hij met de auto gekomen was. Het is immers een algemeen verschijnsel dat mensen moreel gedrag van anderen, zoals bijvoorbeeld lokaal alles per fiets te doen, onbewust opvatten als kritiek op het gedrag van hen. Lees verder
Auteur: mtiemens
Korstmos
Op de ochtend van Hemelvaart gingen we, vanuit alle locaties van de parochie, op weg naar Doorn. We begonnen met een kort moment van inkeer om stil te staan bij het hoogfeest van Hemelvaart. Het mooie hiervan was dat het fietstochtje meer werd, dan gezellig samen fietsen. Het werd een symbool voor de weg die wij elke dag gaan, heel ons leven. We werden erop uitgestuurd met de volgende woorden. Lees verder
Muzikale schilderijen
Wij hebben dit jaar een Loesje kalender op de WC hangen. Bij 13 mei stond: “Een eigen baas trakteert zichzelf op vrije dagen.” Ik volg goede raad graag op. Daarom heb ik mezelf afgelopen week op een vrije dag getrakteerd. ’s Ochtends ben ik naar een verrassingsconcert geweest. Lees verder
Een beetje afzien maar toch genieten
Het was wel een beetje afzien (koud), maar toch hebben we genoten van onze fietskampeervakantie in de laatste week van april. Het was een koude week met wisselvallig weer. Zon, wolken en buien, sommigen met hagel, wisselden elkaar in snel tempo af. Dan is het steeds jas aan, jas uit, regenbroek aan, regenbroek uit. ’s Nachts koelde het af tot vlak boven het vriespunt. We lagen dan ook tot en met onze kruin in de slaapzakken. De extra dekentjes, sjaals, mutsen en handschoenen waren deze keer geen overbodige luxe.
Het echte kamperen
De route ging dit keer oostwaarts, om met een paar voor ons nieuwe terreinen van de NTKC kennis te maken. De terreinen van deze kampeerclub liggen in prachtige stukjes natuur. Ze zijn soms nauwelijks als camping te herkennen. Wat extra paadjes en kale plekjes voor je tent is soms alles. Afgezien van een vaak bescheiden toiletgebouw, met altijd een wc, meestal een wasgelegenheid en soms een warme douche. De terreinen bieden zo het ouderwetse echte kampeergevoel: weg van de drukte, back to basic in je eigen tent en omgeven door stilte. Nou ja, we werden wel gewekt door de zingende vogels. Maar het was wel door de stilte dat je die zo goed kon horen.

Den Treek
Het eerste terrein waar we naar toegingen ligt op het landgoed Den Treek-Henschoten. Het was maar een klein uurtje fietsen er naar toe, maar dan ben je toch al op weg en aan het kamperen (we konden die dag pas in de middag vertrekken). Het is een schitterend terrein met een centraal heideveld met kampeerplaatsen er omheen en ook nog tentplekken in het omringende bos. Zo dicht bij huis ontdek je dan weer nieuwe mooi plekken. Eigenlijk zouden we daar best een keer een paar dagen kunnen blijven staan, om hele nieuwe wandelingen te maken. Wie weet komt dat er ooit nog eens van…..

Radio Kootwijk
Wij zijn de volgende dag meteen verder gefietst, richting Kootwijk. ’s Morgens fiets je dan nog in het groen van de Gelderse Vallei met veel grazige weiden en houtwallen. En als je dan in de buurt van de Harskamp de provinciale weg oversteekt fiets je opeens op de Veluwe. Zo’n verschil in landschap in zo’n korte tijd. Dat is het leuke van in Nederland fietsen. Even verderop hield het bos plotseling op en kwamen we op de vlakte van het Kootwijkerzand, waaruit als een imposante kathedraal het monumentale zendstation van Radio Kootwijk oprijst. Wat een gebouw en dat op die open vlakte. Ik voelde me echt maar een heel klein mensje. Maar niet alleen het gebouw riep ontzag bij mij op, ook de techniek van 100 jaar geleden die erachter zat. Dat ze contact konden maken met een zend- en ontvangststation op de hoogtevlakte Malabar nabij Bandoeng in Nederlands-Indië.

De Kooiberg
De fietsdag eindigde bij de Kooiberg bij Ugchelen (we hebben Ugchelen trouwens nooit gezien). Hier kampeerden we echt in het bos. We hebben dan ook heel veel moeite gehad om het terrein te vinden. Met wat vragen en door het mulle zand ploegen, met vol bepakte fietsen is dat geen lolletje en voor de ketting is het ook niet zo best, hebben we het toch gevonden. Toen we de tent hadden opgezet en we het terrein wat meer gingen verkennen bleken we vlak naast het fietspad te staan waar we eerder overheen gekomen waren. Toen hadden we het terrein helemaal niet als een camping herkend. Aan de wroetsporen van de wilde zwijnen konden we zien dat we het terrein deelden met andere dieren. ’s Avonds lieten de zwijnen even luid en duidelijk van zich horen door te krijsen. Maar wij hebben ze niet om de tent horen scharrelen. Onze ‘buren’ vertelden dat ze in de nacht daarvoor de wilde zwijnen konden horen knorren, zo dichtbij waren ze.

Ondanks de kou, waar we ons goed tegen gewapend hadden, hebben we weer genoten. Nederland is in het voorjaar met het lichte groen en het bloeiende fluitenkruid, de zingende vogels en met zijn afwisselende landschappen toch wel erg mooi.
Wandelen uit dankbaarheid
Vorige week heb ik twee dagen meegelopen met de pelgrimstocht van de bisschoppelijke vastenactie in Zuid Limburg. Het was voor de de eerste keer dat ik heb meegedaan en ik heb erg genoten van het landschap, het mooie weer, de mensen, de gesprekken en de bezinningsmomenten. Dat geheel maakt de pelgrimstocht echt tot iets bijzonders.
Dankbaarheid
In het voorjaar oogt het landschap van Zuid Limburg heel lieflijk. Het jonge blad is nog lichtgroen, de witte bloesem van de sleedoorn in de houtwallen geven subtiele accenten. In de bermen bloeit van alles, speenkruid, bosanemonen, ereprijs, hondsdraf en nog veel meer. Beekjes, heuvels, mooie uitzichten, koeien in de wei, zingende vogels, zelfs een veldleeuwerik, het kon niet op. Daar heb ik in iedere geval met volle teugen van genoten. Op zulke dagen stroom ik vol van dankbaarheid voor al dat moois om ons heen.

Gods aanwezigheid
Dan moet ik denken aan wat de bisschoppen van Brazilië hebben gezegd, dat de natuur een manifestatie is van God en de plaats van zijn tegenwoordigheid. In ieder schepsel woont zijn levendmakende Geest, die ons oproept tot een relatie met hem (LS 88). En elders in Laudato Si’ staat nog zoiets moois. Dat het heelal zich ontwikkelt in God, die het geheel vervult. Dat er dus een mysterie te aanschouwen is en een blad, een pad, de dauw, het gelaat van een arme (LS 233). Tijdens het wandelen waren er van die momenten dat ik een glimp van dat mysterie van Zijn aanwezigheid kon voelen, vermoeden. Het is moeilijk om daar woorden aan te geven. Maar het brengt mij een gevoel van verbondenheid met alles wat is, en vervult me met grote, diepe dankbaarheid. Dat wij daar zomaar mogen zijn.
Schril contrast
Het contrast had niet groter kunnen zijn. Zo frank en vrij wij, genietend van elkaar en de omgeving van Kerkrade naar Aken of Wittem konden lopen en het opgesloten zijn in de wijk vol geweld in San Salvador. De tweede ochtend luisterden we, voordat we vertrokken, naar een monoloog van een vrouw die woont in San Salvador. Ze vertelt daarin over de angst, over het opgesloten zijn in de wijk (“de jongens in de andere wijk kennen me niet en weten niet dat ik me nergens mee bemoei”) en het altijd ongerust zijn (“komt mijn dochter wel weer thuis van school”). Haar laatste zin bleef de hele dag bij mij hangen. “Ik probeer stil en onzichtbaar te zijn.” Die zin hakte er behoorlijk in, en niet alleen bij mij heb ik gemerkt. Het bleef na de monoloog nog lange tijd stil.
Onderweg stopten we in een tunneltje, waarvan de wanden helemaal bedekt waren met graffiti. Elvira Mollee vertelde dat in San Salvador het wijzen naar graffiti al genoeg aanleiding kon zijn om doodgeschoten te worden. Graffiti spreekt een taal. Wijzen naar een logo van een (verkeerde) bende kan al een kogel door je hoofd betekenen.

Het verschil maken
Bij een ander bezinningsmoment vertelde Peter, de directeur van de vastenactie, over het project Eilanden van Hoop. Wat me in zijn verhaal trof was dat hij zich op een gegeven moment realiseerde dat de jongens die betrokken zijn bij het Jeugdcentrum helemaal niet zoveel verschillen van de jongens in de bendes. Zij hadden vaak ook op het punt gestaan zich bij een bende aan te sluiten, maar hadden het geluk gehad op een of andere manier bij de zusters van de orde Angel de la Guarda terecht te komen, die het Jeugdcentrum leiden. Deze jongeren hebben zich nu ontwikkeld tot mensen die in zichzelf geloven en respect kennen voor hun medemensen en elkaar willen helpen om zich verder te ontwikkelen. Het had zo makkelijk anders kunnen gaan. Dan waren ze nu misschien op een van de plekken terecht gekomen waar je eindigt als bendelid, op het kerkhof, in het ziekenhuis of in de gevangenis. Voor ieder kind of jongere maken de zusters dit verschil tussen leven en dood. Het is mooi om daar via de vastenactie aan bij te kunnen dragen.
Intentie
Tijdens het wandelen konden we steentjes oprapen als symbool voor de intentie waarmee je de pelgrimstocht liep. Aan het einde van de tocht (na drie dagen) zouden deze steentjes en intenties tijdens een ritueel verzameld worden, maar dat heb ik niet meer meegemaakt. Mijn intentiesteentje heb ik meegegeven met een medepelgrimster. Ik vertelde haar dat ik liep uit dankbaarheid. Dankbaarheid voor alles wat ons gegeven is en dat we daar, hier, in alle vrijheid van kunnen genieten. En mijn hoop, wens en droom voor de mensen in Sal Salvador is dat ook zij ooit in vrijheid en zonder angst van hun omgeving en elkaar kunnen genieten. Dat ze weer mens kunnen zijn.